Referendum Syrië heeft weinig kans van slagen

Oppositie gelooft niet in belofte Assad

De inwoners van het Syrische Homs zullen gisteren de aankondiging van het lang beloofde referendum voor een nieuwe democratische grondwet in hun land, niet op tv hebben kunnen zien. Stroom hebben ze al dagen niet meer. Wat ze wel zagen was een enorme zwarte wolk boven hun stad, het gevolg van een explosie van een oliepijpleiding. Volgens de oppositie was de leiding mogelijk per vergissing geraakt bij de beschietingen door het leger. Het regime beschuldigde 'terroristen' van de aanslag op de pijpleiding.

Intussen zette het Syrische leger voor de dertiende achtereenvolgende dag zijn artilleriebeschietingen op Homs voort en lag ook Hama onder vuur, de stad waar de vader van de huidige president Hafez al-Assad in 1982 bloedig afrekende met zijn tegenstanders. Naar schatting 20.000 mensen vonden toen de dood. Hama en Homs vormen het centrum van het woongebied van de soennieten, en zijn daarmee ook een haard van verzet. Volgens ooggetuigen zou het leger gisteren ook in Barzeh nabij de hoofdstad Damascus woningen hebben doorzocht en tientallen mensen hebben opgepakt.

De hevige strijd maakt de kans van slagen van het referendum - al op zondag 26 februari - niet erg waarschijnlijk. Nog afgezien van de vraag of de oppositie mee wil doen - zij eist het onmiddellijke vertrek van Assad - rijst de vraag of het organiseren van een volksraadpleging te midden van alle geweld reëel is. In het verleden heeft de oppositie ook al duidelijk gemaakt dat het alle politieke zetten van de overheid verwerpt zolang het geweld voortduurt. Een van de oppositieleiders, Anas al-Abdah, verklaarde gisteren tegenover de BBC dat het regime niet alleen moreel en politiek niet in staat is zo'n hervorming voor te stellen. "Het grootste probleem is dat de staat alle macht heeft over het leger en de veiligheidsdiensten. Dat maakt iedere belofte loos."

Het regime heeft al meerdere malen beloofd het volk te zullen raadplegen over een nieuwe grondwet. Mogelijk onder druk van Moskou (en Peking), dat Assad tot nu toe in de VN-Veiligheidsraad heeft behoed voor sancties, komt de Syrische president nu dan over de brug. De Russische minister van buitenlandse zaken Lavrov sprak er gisteren zijn waardering over uit. Het Witte Huis noemde het referendum lachwekkend. "Beloften over hervormingen worden meestal gevolgd door een toename van het geweld."

Op papier ziet het er voorbeeldig uit. Binnen vier maanden moeten er verkiezingen plaatsvinden. Er komt een einde aan de alleenheerschappij en unieke status van de Baathpartij 'als leider van de staat en de samenleving'. Meerdere partijen mogen aan de verkiezingen meedoen, en de presidentstermijn wordt beperkt tot hooguit twee keer zeven jaar. Wat dat voor Basjar Assad betekent is niet helemaal duidelijk. Hij volgde in 2000 zijn overleden vader op, die zelf 29 jaar daarvoor in een coup aan de macht was gekomen. Basjar werd formeel in 2007 herkozen, met algemene stemmen en zonder tegenkandidaten.

Toeval of niet, de voorgenomen datum voor het referendum valt zo goed als samen met een bijeenkomst van de 'Vrienden van Syrië' in Tunis, waar de Verenigde Staten, Europese en Arabische landen samen met de Syrische oppositie willen overleggen over manieren om Assad verder te isoleren en een einde te maken aan het geweld.

Sinds het begin van de opstand elf maanden geleden zouden naar schatting 7000 mensen zijn omgekomen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden