'Referendum over verdeling'

Geroofde joodse tegoeden die mogelijk door de Nederlandse overheid, banken en verzekeraars worden teruggegeven, moeten onder joodse oorlogsvervolgden worden verdeeld. Dat menen leden van het Verbond belangenbehartiging vervolgingsslachtoffers (VBV). Het Centraal joods overleg (CJO) wil eerst een referendum over de verdeling houden onder alle Nederlandse joodse oorlogsvervolgden in en buiten Nederland.

Dat bleek gisteren tijdens een bijeenkomst van het VBV. De leden van die organisatie willen niet dat het geld onder joodse instellingen wordt verdeeld. ,,Die doen goed werk, maar hebben al genoeg gehad. Nu zijn wij eens aan de beurt'', zei een van de leden.

In juli dit jaar werd een deel van het goud dat de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden, door de Nederlandse overheid verdeeld. Zo'n 95 procent van die zogeheten 'vierde tranche' werd aan joodse projecten gegeven.

Het ging om in totaal 22,5 miljoen gulden. Om hoeveel geld het verder precies gaat, is nog onduidelijk. Het Centraal joods overleg overlegt daarover namens een aantal joodse organisaties met de overheid en bedrijven.

Richtlijn daarbij is onder meer het rapport van de commissie Kordes dat eind vorig jaar uitkwam. Daarin werd de overheid aangeraden de joodse gemeenschap tenminste 48,4 miljoen gulden te betalen, inflatiecorrectie en rente niet meegerekend.

Volgens de VBV-leden is het democratisch om het geld, dat mogelijk ter beschikking komt, onder joodse particulieren te verdelen. ,,Iedereen kan dan zelf besluiten of hij of zij het geld alsnog aan een joodse instelling schenkt.''

De VBV-leden willen wel weten of ze, als ze een deel van dat bedrag ontvangen, worden gekort op hun uitkering in het kader van de Wet uitkering vervolgden (WUV).

Advocaat A. Israëls van de VBV wees erop dat vervolgingsslachtoffers nog steeds een individuele claim kunnen indienen. Hoewel dergelijke zaken formeel al zijn verjaard, zouden banken, verzekeraars en de overheid de komende tien jaar nog bereid zijn geroofde tegoeden terug te geven.

Inmiddels hebben 4500 mensen een claim ingediend. Enkele tientallen daarvan zijn gehonoreerd. Probleem voor veel nabestaanden is echter, dat zij over onvoldoende bewijzen beschikken om een dergelijke claim hard te maken.

VBV-lid mevrouw G. Peters overleefde, ondergedoken, de oorlog. ,,Ik kan niet eens mijn familie achterhalen. Ooms, tantes, nichtjes en neefjes zijn omgekomen. Wat is gebeurd, kan nooit worden vergoed. Maar veel is niet goed geregeld. Wij hebben hier recht op, ons is zoveel aangedaan.'' Peters meent dat het geld niet naar joodse instellingen moet gaan. ,,Mijn verbondenheid met de joodse religie, bijvoorbeeld, is sinds de oorlog helemaal weg. Dat hoor je wel vaker.''

De VBV-leden vrezen dat een referendum, zoals het CJO wil, te veel tijd kost. Veel mogelijk begunstigden zijn al op hoge leeftijd. L. Davin (72) meent dat daarom, zonder naar bewijzen te vragen, elke begunstigde hetzelfde bedrag moet krijgen. Davin overleefde als enige van een gezin van vijf de concentratiekampen. Hij kreeg in het kader van rechtsherstel 1500 gulden. ,,Daar waren de kosten vanaf getrokken; voor de notaris, het zegel, alles.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden