Column

Referenda zijn de pest voor ons stelsel

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

Piet Hein Donner, de onderkoning, heeft deze week de staf gebroken over de directe democratie, door hem aangeduid als 'volksdemocratie'. Deze vorm van democratie, het referendum bij uitstek, brengt in zijn ogen niet alleen negatieve gevolgen mee voor het bestuur, zoals ad-hocbesluiten, maar is ook fnuikend voor ons stelsel van vertegenwoordigende democratie, dat juist is gericht op samenwerking en continuïteit.

In de eerste zin heb ik Donner welbewust aangeduid als 'onderkoning', om de eenvoudige reden dat hij en zijn voorganger Herman Tjeenk Willink gaandeweg de klassieke rechten van de constitutionele koning zijn gaan vervullen: het recht om te waarschuwen en het recht om aan te moedigen. Wat vroeger het staatshoofd achter de schermen deed of kon doen in gesprekken met de premier, doet nu de onderkoning in de volle openbaarheid. De lichte ironie die altijd in de bijnaam meeklonk past dus niet meer, Donner en Tjeenk Willink hebben het ambt een zelfstandiger aanzien en inhoud gegeven.

Van de voorlaatste vicepresident, Willem Scholten, hoorde je in zijn zeventienjarige ambtsperiode vrijwel niets. Hij heeft één keer publiekelijk opgegeven van de zegeningen van onze monarchie en leidde in 1982 de potdichte formatie die leidde tot het kabinet-Lubbers I - de huidige formatie, hoewel nog in een vroege fase, lijkt daar in de aanpak wel wat op.

Scholtens opvolger Tjeenk Willink ontpopte zich geleidelijk tot hoeder van de democratische rechtsstaat. Donner zet die traditie, na enige aarzeling in het begin, nu toch opzichtig voort, waarschijnlijk ook omdat de invloed van de koning in het politieke leven verder is teruggedrongen en hij tegenwicht geboden acht aan de verleidingen van de directe democratie. De kern van die verleiding is: er ligt een betere democratie om de hoek - beter in de zin dat meer recht wordt gedaan aan de wensen van het volk.

Hoe discutabel ook, die gedachte begeleidt de politiek al sinds D66 zich halverwege de jaren zestig presenteerde als drager ervan. Weg met het oude bestel dat leidde tot ondoorzichtig tot stand gekomen kabinetten, die moesten 'schipperen en regeren met weifelende hand'. Net als in de Angelsaksische landen moest vóór de verkiezingen duidelijk zijn wie na de verkiezingen zou gaan regeren.

Noodzakelijk

Hoewel het noodzakelijk is dat welk stelsel dan ook onder kritiek staat, is ons representatieve stelsel wel erg in het verdomhoekje geraakt als onvolmaakt en ver verwijderd van het ideaal van volksheerschappij. Misschien nog wel erger is dat het daardoor ook nooit diep in zijn wezen is doordacht als model dat misschien wel door zijn onvolmaaktheid een vermomde zegen is. Het dwingt immers met meer belangen en gevoelens rekening te houden dan louter het politiek onwrikbare gelijk van een regerende meerderheid.

Donner brengt in zijn jaarverslag de keerzijden van de directe democratie in beeld: politici die zich sterker richten op hun herverkiezing en dus op de eigen profilering, het behagen van deelbelangen en het aanscherpen van tegenstellingen. Al deze stijlfiguren hebben in zijn ogen een uithollende invloed op het parlement en op de besluitvorming.

Kijk maar naar het Oekraïne-referendum, dat zelfs partijen die de representatieve democratie zijn toegedaan, het CDA en de ChristenUnie, van de wijs heeft gebracht. Hoewel een raadgevend referendum verklaarden de christen-democraten de uitslag bij voorbaat bindend, daarmee zowel de Grondwet (Kamerleden stemmen zonder last) als het ambt van volksvertegenwoordiger devaluerend.

Contact onderhouden

Donner constateert dat de betekenis van het begrip 'vertegenwoordiging' kennelijk is vervaagd. Kamerleden zien zich volgens hem niet meer als 'plaatsbekleder van het volk', maar als 'agent voor een achterban'. Misschien moeten zij weer eens te rade bij hun verre voorganger Edmund Burke, die na zijn verkiezing tot Lagerhuislid in zijn district Bristol tegen zijn kiezers zei dat hij naar Londen ging om het algemeen belang te dienen, niet de belangen van Bristol.

Voorstanders van directe democratie zullen deze visie snel als conservatief of regentesk verwerpen. Misschien te snel. Burke wilde het nauwst mogelijke contact met zijn kiezers onderhouden, maar hij wenste niet aan hun leiband te lopen. Aan zulk institutioneel bewustzijn, de basis voor ferm leiderschap, is opnieuw dringend behoefte, ook in de lopende kabinetsformatie.

Boven dit proces hangt de vraag of het mandaat dat zojuist na een uitputtende campagne is verkregen de uitkomst bepaalt of het verwachte mandaat bij de volgende Kamerverkiezingen. Anders gezegd, regeert de angst voor de kiezers of staat de vorming van een kabinet voorop dat in een woelige wereld de grote kwesties van deze tijd adequaat kan aanpakken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden