Referenda schaden onze democratie niet

Anders dan sommigen stellen, hoeven referenda helemaal niet funest te zijn voor onze democratie, betoogt Joop van Holsteyn. Kijk maar naar het zeer tevreden Zwitserland.

Het is een kwart eeuw geleden dat het liberale kopstuk Molly Geertsema overleed. Maar zijn geest leeft voort. Voortdurend klinkt de echo van zijn essay uit 1987, getiteld 'Het referendum: Bijl aan de wortels van de democratie'. Of, in de recente variant van John-Alexander Janssen: 'Referenda zullen de democratie ondermijnen' (Trouw, 1 maart).

Loopt het echt zo'n vaart? Bedreigt het referendum de representatieve democratie? Dat valt reuze mee. Als we gemakshalve voorbijgaan aan de overigens belangrijke vraag hoe democratisch een representatieve democratie is, zijn ten minste twee argumenten aan te voeren om de angst voor het referendum weg te nemen.

undefined

Vertroebeld debat

Ten eerste wordt de term referendum vaak losjes gebruikt. Allerlei volksraadplegingen lijken eronder te vallen, van raadplegend referendum tot volksinitiatief. Dat vertroebelt het debat, omdat de vele vormen van wat 'referendum' wordt genoemd uiteenlopen in eventuele gevolgen voor de representatieve democratie. Wat vooral uit beeld verdwijnt als onzorgvuldig met de term wordt omgesprongen, is dat in verreweg de meeste gevallen die vertegenwoordigende democratie het eerste en het laatste woord heeft.

Neem het referendum van 6 april. Dat is alleen maar mogelijk omdat Tweede en Eerste Kamer het in meerderheid wenselijk hebben geacht het volk die optie te bieden. Het referendum heeft een wettelijke basis en is het gevolg van besluitvorming volgens de procedures van de representatieve democratie. Daar komt bij dat de uitkomst van dat referendum niet meer dan een advies zal zijn, of de opkomstdrempel van 30 procent nu wel of niet wordt gehaald. Uiteindelijk is de volksuitspraak niet beslissend, maar wordt teruggevallen op de organen en personen der vertegenwoordigende democratie.

Wat, ten tweede, opmerkelijk is in schetsen van het gevaar van het referendum, is dat feiten er niet toe lijken te doen. Nederland heeft een magere traditie in het houden van landelijke referenda, in welke vorm ook, maar Nederland is eerder uitzondering dan regel. In veel andere westerse representatieve democratieën is het referendum een gebruikelijker instrument van volksraadpleging. En landen als bijvoorbeeld Denemarken, Ierland en Zwitserland lijken nog altijd redelijk te functioneren als democratische landen. De verwoestende werking van het referendum is daar niet direct zichtbaar.

undefined

Zwitsers

Ook de bevolking van die landen heeft weinig last van het vermeende funeste effect van referenda. De European Social Survey, opinieonderzoek onder meerdere Europese landen, kent de vraag hoe tevreden men is met het functioneren van de democratie in het eigen land. Extreem ontevreden burgers geven een 0, de meest tevreden burgers een 10.

Als we kijken naar gemiddelde scores (uit 2014) voor 15 deelnemende landen, staat Nederland met 5,9 op plaats vijf. Een land als Ierland met enige referendumtraditie staat met 4,8 pas op de elfde plaats, maar het referendumrijke Denemarken staat met 7,1 op plek drie.

En de winnaar? Als het gaat om de publieke opinie ten aanzien van het functioneren van de democratie, wordt met een gemiddelde score van 7,4 de eerste plaats ingenomen door Zwitserland.

Het referendum als gevaar voor de representatieve democratie, de positie is oud en bekend. De argumenten en feitelijke basis ervoor zijn echter zeer aanvechtbaar, en verre van overtuigend. Dergelijke twijfelachtige argumenten leggen, niet in de geest maar naar het woord van Geertsema, de bijl aan de wortels van het als zodanig nuttige en boeiende referendumdebat.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden