Rede sneuvelt in de strijdlust

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Nu het Westen IS bombardeert, klinkt er spierballentaal. Is de combinatie van morele verontwaardiging en geweld gevaarlijk?

In de week dat een kersverse winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede bekend wordt gemaakt, hangt oorlogszuchtigheid in de lucht. Op het 'NOS Journaal' horen we dagelijks hoeveel bommen Nederland vandaag geworpen heeft op IS-doelen. En het gesprek gaat vooral over de vraag of we niet nog méér kunnen doen.

Filosofisch Elftal-speler Ger Groot vindt het zorgelijk dat er een zeker enthousiasme bestaat voor het wapengekletter, en dat deze geestdrift weinig ruimte lijkt te laten voor reflectie.

Groot, publicist en docent wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: "Het gaat mij om een neiging die vaak opspeelt bij het begin van gewapend ingrijpen en die ik ook nu weer bespeur, zowel op straat als bij commentatoren, om de spierballen te laten rollen en er op te timmeren. Dat gaat gepaard met een zeker anti-intellectualisme. Deze zomer, rond de Oekraïne-crisis, hoorde ik mensen zeggen: 'Waarom leren we die Poetin niet een stevig lesje?' Dat hoor je nu met IS nog sterker. Toen deze week een Belgisch vliegtuig zijn eerste bom had afgeworpen, was in de Nederlandse commentaren de gretigheid bijna hoorbaar: 'En wanneer mogen wíj nu?' Ik vind dat link. Wat er gebeurt is natuurlijk tergend, maar je moet niet je hoofd verliezen."

Alicja Gescinska, filosoof, verbonden aan het Political Science Department van Amherst College, Massachusetts (VS): "Volgens mij valt het met die oorlogszuchtigheid reuze mee. De Belgische minister van Defensie Pieter De Crem wordt vooral bespot vanwege zijn wens dat België militair actiever wordt. Het leverde hem de bijnaam 'Crembo' op.

"En in de VS bespeur ik vooral oorlogsmoeheid. Dat Obama na lang wachten ingrijpt, heeft volgens mij heldere redenen. De brutaliteit van IS tart elke verbeelding, de kracht van IS boezemt angst in en we zijn via onze eigen meevechtende burgers direct betrokken partij. Bovendien zijn we overal getuige van. Als duizenden mensen een berg worden opgedreven en vermoord dreigen te worden vanwege hun geloof, dan krijgen we dat live te zien. Natuurlijk moeten we iets doen."

Groot: "Het gaat mij nu niet om de vraag of we iets moeten doen. Ik ben geen pacifist, nooit geweest ook. Het gaat mij om de gretigheid waarmee momenteel een morele lading gegeven wordt aan ons militair ingrijpen. Die leidt tot een begrijpelijke maar niet te rechtvaardigen ontmenselijking van degenen op wie die bommen vallen. Die hebben het er ook wel een beetje naar gemaakt, dat is waar, maar dat betekent nog niet dat je daarbij elke schroom moet laten varen.

"Op het moment dat je zelf op het slagveld staat kan ik me daar nog iets bij voorstellen. Maar wij zitten er vrij ver vandaan. Wij zouden ons iets meer moeten inhouden in die oorlogszuchtigheid. Die dreigt het over te nemen van nuchtere overwegingen, en daarmee verwordt ons ingrijpen tot een soort wraakoefening. Een gewelddadige straf voor het geweld dat is uitgeoefend door de andere zijde. In plaats van dat het geweld een middel is tot het bereiken van een doel. Niet de toekomst is dan meer het criterium, maar het verleden."

Gescinska: "Ik denk helemaal niet dat het enkel om een emotioneel gemotiveerde 'oog om oog'-reactie gaat. Niet bij militairen en beleidsmakers, en ook niet bij het publiek. Maar zelfs als het ten dele wel zo zou zijn: wat is er mis met verontwaardiging als motivatie om in actie te komen? Waarom zou een actie niet rationeel of redelijk te rechtvaardigen kunnen zijn, wanneer die actie ook door emoties wordt ingegeven? Emotioneel gedrag kan heel redelijk zijn."

Groot: "Misschien - maar emoties zijn licht ontvlambaar. De samenleving slaat al gauw een beetje op hol. Dan wordt het bijvoorbeeld als een vorm van verraad gezien wanneer je probeert de beweegredenen van de vijand te analyseren. Want dan moet je die vijand begrijpen - en dat klinkt al snel naar verontschuldigen. Daartegenover roepen we liever 'Te wapen!', en laten die wapens zelf hun eigen rechtvaardiging worden.

"Moderne militairen maken een afweging tussen de middelen die ze hebben en de doelen die bereikt moeten worden. Dat is zuiver pragmatisch. Maar bij morele oordelen ligt dat anders. Die zijn absoluut. Een oorlog uit morele motieven heeft al snel de status van een godsdienstoorlog. Want mensenrechten, die nu meestal de officiële rechtvaardiging vormen van ons oorlogsgeweld, hebben vandaag de dag eenzelfde absolute status als in de zestiende of zeventiende eeuw de geloofswaarheden waar godsdienstoorlogen om werden gevoerd."

Gescinska: "Godsdienstoorlogen worden gevoerd uit onverdraagzaamheid, idolatrie en bekeringsdrang. Het Westen trekt nu juist ten strijde tegen fanaten die onverdraagzaam en idolaat zijn. Onze ideeën van mensenrechten of rechtvaardigheid zijn niet universeel, maar dat neemt niet weg dat we ze tot op zekere hoogte als een universele waarde moeten uitdragen. Er is een ondergrens voor vredelievendheid en verdraagzaamheid.

"Zoals Karl Popper het uitdrukte in zijn 'tolerantieparadox': 'Als je tolerant bent voor hen die intolerant zijn, dan zal uiteindelijk de tolerantie ten onder gaan.' Daar zien de meeste mensen de redelijkheid wel van in. Leszek Kolakowski sprak van een soort vrijheidsparadox: je moet geen vrijheid toekennen aan hen die verdrukking en verknechting willen bewerkstelligen. Dat betekent dat we dus soms gewapenderhand de vrijheid en tolerantie moeten bewaken en omlijnen. Als dat nu concreet moet gebeuren, ben je dan plots oorlogszuchtig of nodeloos gewelddadig? Als mensen onthoofd worden omdat ze zich niet willen bekeren, dan is dat toch reden voor verontwaardiging én ingrijpen?"

Groot: "Het probleem is alleen: als je het in deze termen stelt, dan zijn dat termen waarbinnen geen enkele onderhandeling of nuancering mogelijk is. Maar als je geweld inzet, moet je je steeds blijven realiseren dat dit als middel een beperkte capaciteit heeft. Geweld kan niet alles oplossen. Sterker nog: het brengt zijn eigen problemen met zich mee. Geweld is misschien best bruikbaar, maar je moet wel heel analytisch en klinisch blijven kijken, en steeds scherp in het vizier houden: wat wil ik en wat kan ik bereiken? Dat is de taak van politici. Zij moeten bemiddelen tussen de logica van de militaire berekening en de emoties die de publieke opinie bewegen.

"Op het moment dat je de inzet van geweld koppelt aan een morele imperatief die geen concessie of onderhandeling toelaat, is het gebruik van dat geweld absoluut en grenzeloos. En dan gaat het fout. Dan gaat er een oorlogssfeer rondwaren in de samenleving, die gisteren nog riep: nooit meer oorlog. Die emoties en affecten zijn heel begrijpelijk. Maar dat is niet voldoende om geweld te rechtvaardigen."

Gescinska: "Ik ben het ermee eens dat we moeten proberen redelijk, koel naar de zaken te kijken. Zowel naar de gruweldaden die IS pleegt, als naar het arsenaal van mogelijkheden dat we tot onze beschikking hebben om daar iets tegen te doen. Geweld moet het laatste, niet het eerste redmiddel zijn. Maar we moeten ook koel en redelijk naar onze eigen emoties kijken. Beweren dat onze morele verontwaardiging voor ons absoluut of heilig is en geen ruimte laat voor nuancering, lijkt me geen redelijk oordeel. Misschien spreek ik enkel voor mezelf, maar als ik moreel verontwaardigd ben, sluit dat bij mij niet het besef uit dat ik soms misschien overgevoelig ben of zelfs fout zit. Dat betekent dat mijn morele intuïtie, gevoelens of oordelen niet absoluut zijn, laat staan heilig."

Amerikaanse gevechtsvliegtuigen boven Irak. Er wordt een morele lading gegeven aan militair ingrijpen, zegt Ger Groot: 'Die leidt tot ontmenselijking van degenen op wie de bommen vallen'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden