Reddingsoperatie in de Middellandse Zee groeit uit tot wespennest

Beeld REUTERS

Vertrekken via de achterdeur. Zo noemen West-Afrikanen de tocht naar Europa die ze door de woestijn, over land en de Middellandse Zee maken. Waarom vertrekken ze, wat betekent dat voor de achterblijvers? Wie profiteren, wie maken vuile handen en wie betaalt de prijs? Deel 4 van een serie: dilemma's op zee (lees hier deel 1deel 2 en deel 3).

Twee dagen dobberde de Gambiaan Abdul rond voordat een Duitse ngo hem oppikte van de rubberboot waar hij met meer dan honderd mensen door een smokkelaar op was gepropt. Samen met zijn vriend Ibrahim uit Guinee-Bissau, ontmoet tijdens de overtocht, blikt hij terug op zijn reis over de Middellandse Zee. 

De twee, die niet met hun achternaam in de krant willen, behoren tot de meer dan 80.000 mensen die in 2017 voet op Italiaanse bodem zetten. Nu wonen ze in een opvangcentrum voor minderjarigen even buiten de Siciliaanse stad Syracusa. In de gang hangen groepjes West-Afrikaanse en Bengaalse jongens, turend op hun mobieltjes. Een jongen die een paar dagen geleden is aangekomen kijkt in een T-shirt van het Rode Kruis nog wat verdwaasd om zich heen. 

Abdul en Ibrahim zijn na een paar maanden op Sicilië al geacclimatiseerd en hebben de kleren van de hulporganisaties inmiddels verruild voor felgekleurde T-shirts en hippe gympen. Zij hebben levend de overkant bereikt. Ruim 1300 anderen in het afgelopen half jaar niet. Zenuwachtig waren ze toen ze 's nachts vanuit het Libische Sabratah de zee op voeren. "We kregen een telefoon mee van de smokkelaar", herinnert Ibrahim zich. "Zodra je in de internationale wateren bent, moet je het noodnummer bellen, zei hij tegen ons. Dan word je gered door een ngo."

Het leek een simpele missie voor hulporganisaties. Mensen redden van de verdrinkingsdood. Maar na drie jaar is de humanitaire reddingsoperatie in de Middellandse Zee uitgegroeid tot een wespennest. Ngo's worstelen met onbedoelde effecten van hun acties en komen in conflict met hun principes.

In een strook net buiten de Libische wateren, ook wel de death zone genoemd, varen hun schepen op en neer. Van grote hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen en Save the Children, maar ook van kleine relatief nieuwe organisaties als het Duitse Sea-Watch en Jugend Rettet. Deze laatste groep redt mensen maar draagt ze daarna over aan beter uitgeruste grotere schepen, bijvoorbeeld van andere ngo's of van de Italiaanse kustwacht. Ook Abdul en Ibrahim werden overgeheveld op een schip van de Italiaanse kustwacht. "Het was zo eng", zegt Ibrahim. "Jullie moeten kalm blijven, zeiden ze tegen ons. We mochten geen geluid maken. Het was heel moeilijk om rustig te blijven maar gelukkig lukte dat. Een voor een werden we met touwen aan boord gehesen."

Leven of dood

"Op zee is het eigenlijk heel simpel", zegt Marcella Kraay van Artsen zonder Grenzen. "Als je mensen op zo'n rubberboot in de ogen kijkt en hun wanhoop ziet, steek je je hand uit. Anders verdrinken ze. Het is leven of dood." Kraay komt in het kantoortje van AzG in een van de nauwe straatjes achter de haven van Catania bij van haar laatste missie op de Middellandse Zee. Ook de Aquarius doet het rustig aan. Op haar mobieltje laat ze een foto zien van het oranje reddingsschip dat op de werf in Malta ligt. De hele winter heeft het doorgevaren omdat de mensen bleven komen. Kraay pakt er pen en papier bij en maakt een rekensommetje. "Bij de laatste zes missies hebben we in totaal 3000 mensen gered."

Taxiservice

Een humanitaire missie op de Middellandse zee leek overzichtelijk voor ngo's toen ze zo'n drie jaar geleden in het gat sprongen dat de Italiaanse reddingsoperatie Mare Nostrum en de Europese missie Triton hadden achtergelaten. In de internationale wateren kom je immers geen lastige overheden of krijgsheren tegen zoals in Congo of Afghanistan.

Bovendien hadden ze het zeerecht aan hun zijde dat schepen verplicht mensen in nood te helpen. En een schip in nood, zo stelde Italië destijds vast, is een voertuig dat niet zeewaardig is en te veel mensen aan boord heeft. Daarvan dreven er legio in zee en dus gingen de hulporganisaties aan de slag. Zonder draaiboek, uit het verleden getrokken lessen, laat staan een gedragscode, zoals bij veel crises op het land wel het geval is. Aanvankelijk werden ze als 'helden' onthaald, tegenwoordig worden ze vooral weggezet als 'pendeldienst' of 'taxiservice' met een 'aanzuigende werking'.

Eerder dit jaar gooide de openbaar aanklager van Catania, Carmelo Zuccaro, al olie op het vuur door te insinueren dat ngo's samenwerken met smokkelaars. Toelichten wil hij dat niet, zegt zijn secretaresse in de statige rechtbank die een heel huizenblok in beslag neemt. Misschien omdat hij inmiddels door de minister is teruggefloten vanwege zijn opmerkingen. Een formeel onderzoek kwam er dan ook niet, maar Zuccaro had zijn punt gemaakt dat, naarmate meer mensen de overtocht wagen, steeds gretiger door politici wordt overgenomen.

Beeld REUTERS

Kraay ziet 'haar' Aquarius liever als een 'varende ambulance' dan als een 'taxiservice', maar haar organisatie is wel degelijk bewust bezig met mogelijke negatieve neveneffecten van haar acties, zegt ze. "Helpen we het smokkelaarsmodel niet te veel? Die vraag stellen wij ons geregeld." 

Ngo's en smokkelaars passen zich aan elkaar aan. Hulporganisaties worden actiever naarmate ze meer boten van steeds slechtere kwaliteit tegenkomen. Maar omdat de ngo's direct voorbij de Libische wateren klaarliggen, geven de smokkelaars nauwelijks brandstof mee en gebruiken ze steeds gammeler voertuigen. 

Abdul en Ibrahim kunnen er over meepraten. "We mochten geen eten of drinken meenemen, want dan werd de boot te zwaar", zegt Abdul die 900 dinar (zo'n 570 euro, red.) aan de smokkelaar betaalde. "We waren zo bang, want de boot was overvol. Er waren ook vrouwen en kleine kinderen mee", vult Ibrahim aan. "Midden op zee begonnen we te bidden. Moslims en christenen door elkaar. God was de enige die ons nog kon helpen."

Net als hulp bij humanitaire noodsituaties op het land soms een averechts effect heeft - bijvoorbeeld omdat het in de zakken van strijdende partijen verdwijnt en daardoor een conflict verlengt - kan hulp op zee ook ongewenste resultaten met zich meebrengen, stelt Eugenio Cusumano. De Italiaan is als onderzoeker van de internationale betrekkingen verbonden aan de Universiteit van Leiden en verdiepte zich in de netelige kwesties rondom de reddingsoperaties in de Middellandse Zee. 

Terwijl die volgens hem moreel gezien prijzenswaardig zijn, verlichten ze niet per se de situatie voor migranten. Tussen 2015 en 2016 is het aantal doden flink toegenomen rekent Cusumano voor. Van 2913 tot 4527 doden. En dat terwijl er in die periode veel meer reddingsschepen van de ngo's - van drie naar twaalf - actief zijn geworden. Cusumano gelooft niet dat de ngo's een aanzuigende werking hebben. "Toen Mare Nostrum in 2014 stopte met haar reddingsoperaties en er minder reddingsschepen waren, nam het aantal mensen dat de oversteek waagde niet af maar juist toe." 

Bovendien gebruiken de smokkelaars volgens Cusumano de nieuwe strategie van kleine, nauwelijks zeewaardige rubberboten ook omdat hun grotere houten boten worden vernietigd door de Europese anti-smokkelmissie Sophia. "Toch zien de ngo's zich nu gedwongen zich tegen alle beschuldigingen te verdedigen."

Europese oplossing

Of zijn organisatie een pendeldienst voor migranten is? Dat verwijt komt hard aan bij de Nederlander Reinier Boere die al verschillende missies leidde voor de Duitse ngo Sea-Watch. "Maar ontkennen kan ik het niet. Tja, dan zijn we maar een veerdienst maar dat komt omdat de Europese Unie geen oplossing biedt voor deze mensen. We kunnen geen mensen laten verdrinken aan de Europese grens." 

Mensen uit zee vissen was helemaal niet de intentie van de paar Duitse families die Sea-Watch oprichtten. Ze wilden op zee vooral het grote publiek alarmeren, signaleren wat er misging omdat overheden de reddingsoperaties hadden gestaakt. "We hadden het een en ander op het nieuws gezien maar pas toen we ter plekke waren, zagen we hoe ernstig de situatie was. Bij de volgende missie namen we daarom zwemvesten en eten mee." Ondertussen stelt Sea-Watch nu niet meer alleen de problemen In de Middellandse Zee aan de kaak, maar probeert die door haar reddingsoperaties ook te tackelen.

Onbedoeld vergroot Sea-Watch met haar acties misschien wel juist het probleem dat ze onder de aandacht wil brengen, denkt Cusumano. "Ze zijn in een soort Catch-22 beland. Ze wilden de gevolgen laten zien van de afwezigheid van overheden en de EU. Maar die kunnen nu achteroverleunen, juist omdat organisaties als Sea-Watch in het gat zijn gesprongen dat zij achterlieten." 

Marcella Kraay van AzG ziet op zee letterlijk een terugtrekkende beweging. "We zien steeds minder schepen van de marine, de Italiaanse kustwacht of van Frontex (de organisatie van Europese grensbewaking, red.) in het gebied waar je boten in nood kan verwachten. We hebben het idee dat ze zich steeds verder aan het terugtrekken zijn. Pas als alle schepen van de ngo's vol zitten met mensen die ze hebben gered, komen zij in actie. Vorig jaar was er onderling veel meer samenwerking."

Schepen van de Italiaanse kustwacht mogen minder zichtbaar zijn, die van de Libische kustwacht rukken juist op. Niet verwonderlijk, aangezien ze getraind worden door de Europese Unie. Brussel lijkt bij het indammen van de migratie alle kaarten op de Libische kustwacht te zetten. Europese ministers riepen ngo's vorige week nog op meer met de Libische kustwacht samen te werken.

Die strategie stelt ngo's voor een volgend dilemma. Want ook al zeggen ze stuk voor stuk niet actief te zijn in de Libische territoriale wateren, tot voor kort konden ze in de praktijk wel letterlijk de grenzen opzoeken. Op het randje van de territoriale wateren werden ze min of meer met rust gelaten. Maar nu verschijnen de boten van de Libische kustwacht dus steeds vaker aan de horizon. In alle soorten en maten, zegt Kraay. "Het is ons niet duidelijk wie nou de 'echte' Libische kustwacht is. We zien bijvoorbeeld vissersbootjes die met verf 'kustwacht' op hun boot hebben geschreven. Maar ook speedboten waar mensen in uniform op staan die mitrailleurs bij zich hebben. Wij weten niet met wie we precies te maken hebben."

Tot een confrontatie is het ook al eens gekomen. "Afgelopen maart waren we met een grote reddingsactie bezig. Er waren zo'n 10 tot 15 boten in nood. In opdracht van het maritiem coördinatiecentrum in Rome (MRCC) waren al verschillende ngo's aan het helpen, toen de Libische kustwacht verscheen, twee mannen in militair uniform met kalasjnikovs. Ze schoten drie keer in de lucht. Het liep goed af, uiteindelijk konden wij onze reddingsoperatie vervolgen maar vooralsnog ben ik niet wildenthousiast om met ze samen te werken. Ze intimideren en slaan mensen en ze hebben geen zwemvesten bij zich."

Ook Boere kreeg al eens met ze te maken. Door het MRCC in Rome was Sea-Watch naar een boot in nood gestuurd. Maar bij aankomst kreeg Boere van het coördinatiecentrum te horen dat de Libische kustwacht ook al onderweg was."Het was verwarrend, we hebben geprobeerd contact op te nemen met de Libiërs, maar we werden totaal genegeerd. Ze voeren in volle snelheid rakelings langs ons schip. Ze droegen de migranten onder dreiging van een pistool op de motor uit te zetten. De helft van de mensen namen ze aan boord. Een van hen voegde zich bij de andere helft op de rubberboot. Vervolgens voeren ze met twee boten richting Libië. We waren het er niet mee eens maar wilden de mensen ook niet verder in gevaar brengen. Het is een nieuwe situatie. Als dit vaker gaat gebeuren? Dan zullen we onze missie nog eens goed moeten overdenken. Wij beschouwen Libië niet als een veilige haven."

'Libië is de hel'

Volgens het zeerecht moeten mensen die je uit zee redt naar de dichtstbijzijnde veilige haven worden gebracht. En "Libië, dat is de hel", zegt Ibrahim. De Gambiaan zat drie maanden vast in de grootste gevangenis van Libië en wist uiteindelijk met twintig anderen te ontsnappen. Hij wil er nooit meer naartoe. Abdul was bang dat hij naar Libië zou worden teruggebracht toen hij aan boord was van het schip van de Duitse ngo. "Er kwam tegelijkertijd een schip van de Italiaanse- en een schip van de Libische kustwacht op ons afvaren om ons over te nemen. We hebben de Duitsers van de ngo gesmeekt ons niet naar Libië terug te laten gaan. Gelukkig namen de Italianen ons mee."

Lees ook deel 1: Vanuit Gambia naar Europa, dwars door de woestijn
Lees ook deel 2: 
Ooit waren de straten in Kerewan vol leven, nu zijn alle jonge mannen weg
Lees ook deel 3: 
De Sahara-route: tocht naar Europa door de zee van zand

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden