Redding Eemshaven moet nu van Duitse zijde komen

EEMSHAVEN - Ruimte, veel ruimte. Het is het pijnlijke pluspunt dat in elk onderzoek naar de ontwikkelingsmogelijkheden van de Eemshaven prominent naar voren komt, al sinds de opening van het 'trekpaard van de noordelijke economie' ruim twintig jaar geleden. De groots opgezette industriehaven is nog steeds erg leeg, maar de noordelijke autoriteiten blijven optimistisch.

ALFRED MEESTER

Thans wordt samenwerking met de Duitse Eemsmondhavens als wondermiddel gelanceerd. De Eemshaven en de havens van Delfzijl, Emden, Leer en Papenburg moeten de handen ineen slaan, luidt de conclusie van Nederlands-Duits onderzoek dat gisteren met gepaste trots in het hoofdkantoor van de Eems Dollard Regio te Nieuweschans werd gepresenteerd. Niet het zoveelste rapport over de kwijnende zeehavens, verzekerde onderzoeksleider prof. P. Pellenbarg, maar een serieuze poging om de Eemsmond in de vaart der volkeren op te stoten.

Het is leeg in de Eemshaven. Erg leeg. Het gesuis van de veertig windmolens op de dijk overstemt elke bescheiden havenactiviteit. Het windpark van het Energiebedrijf voor Groningen en Drenthe (EGD), dat als een speldekussen de waterlijn markeert, heeft de elementen voor zich alleen. Geen grote fabrieken, loodsen of zeereuzen die de wind dreigen af te vangen. In de binnenhaven heerst een serene rust. Een medewerker van rederij Kamstra heeft het cruiseschip Dolfijn II een likje verf. De visboer maakt zijn snackwagen gereed voor de toestroom van Duitse toeristen, die nog steeds massaal op de vroegere 'butterfahrten' afkomen. De tax-free mini cruises naar Borkum blijven een populair uitje voor de oosterburen. 'Bratfisch mit brötchen oder kartoffelsalat'; 'Hollündische matjes', waant men zich in Duitsland. Op de afvalbakken is de Duitse driekleur geschilderd.

Ook in de buitenhaven zijn weinig activiteiten te ontdekken. Bij de suikerterminal van TCE en de fruitkade van de Northern Express Terminal liggen welgeteld drie zeeschepen afgemeerd. Aan de bulkkade wordt een schip met zand gelost. Indrukwekkend is de nieuwe energiecentrale van de Epon, even verderop. Deze grootste gasgestookte energiecentrale van Europa vergde een investering van drie miljard gulden. Ze zal eind volgend jaar op volle kracht moeten draaien.

Heksenketel

Twintig kilometer in zuidoostelijke richting, in de haven van Delfzijl, is het drukker maar evenmin een heksenketel. De forse, onder Bahamaanse vlag varende, Janice Aung wordt van haar bulklading ontdaan. “Het is hollen of stilstaan”, merkt een marechaussee op, die met enkele collega's op de kade rondhangt. “Over het algemeen is het redelijk druk. We hebben niet te klagen.”

Burgemeester E. Haaksman van Delfzijl, tevens bestuurslid van het Havenschap Delfzijl/Eemshaven, bevestigt de bescheiden groei. “We zitten in de lift. De goederenoverslag stijgt, maar het moet harder. Beide havens profiteren nog te weinig van de economische groei.” Haaksman wordt een beetje moe als hij de projecten en concerns weer krijgt opgesomd die níet doorgingen en níet naar de Eemshaven kwamen.

Chemiereus Xantar alsmede de Noorse (Statoil) en Britse gasaanlandingen (Conoco) zijn de geijkte voorbeelden. Deze 'klappers' zouden het langverbeide vliegwiel voor de Eemshaven worden. De teleurstelling is er niet minder om, maar de burgemeester doet de vermeende redders van de industriehaven af als 'vogels in de lucht'.

Liever wijst hij op de recente komst van het Amerikaanse waterstofperoxideproducent FMC naar Delfzijl (investering: 110 miljoen gulden), op de nieuwe bulkkade en het wekelijkse vervoer vanuit de Eemshaven van tonnen frisdrank naar het Russische Sint Petersburg.

Ook de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, de universiteit van Oldenburg en de Fachhochschule Ostfriesland in Emden blaken van het optimisme. Ze hebben de stand van zaken de afgelopen twee jaar nauwkeurig in kaart gebracht en een zwakte/sterkteanalyse van de vijf Eemsmondhaven gemaakt.

P. Witzenburg ziet de regionale oriëntatie en het ontbreken van samenwerking als de grootste problemen. “De Eemsmondhavens hebben weinig contact met elkaar. Er wordt soms flink ge"investeerd in dezelfde havenfaciliteiten. Grote concurrentie is het gevolg.” De onderzoekers pleiten daarom voor oprichting van een Nederlands-Duits havencomité, dat moet zorgdragen voor gestructureerd overleg en functioneren als een uitvoerend orgaan.

Arbeidsplaatsen

De haven van Delfzijl en de Eemshaven zijn goed voor zo'n 10 000 directe en indirecte arbeidsplaatsen. Door de aanwezigheid van grote basischemie-bedrijven (Akzo, Aldel, Dow, ESD) is Delfzijl uitgegroeid tot een echte industriehaven. De Eemshaven - begin jaren zeventig aangelegd voor de hectarevretende petrochemische industrie - ontwikkelt zich van lieverlee tot een distributie- en energiehaven.

De verschillen tussen de Duitse en Nederlandse Eemsmondhavens zijn klein. Emden is sterk in overslag, Papenburg op het gebied van scheepsbouw en Leer sterk gericht op de lokale industrie. Met behoud van deze specialismen zouden de Eemsmondhavens toenadering tot elkaar moeten zoeken, aldus het gisteren gepresenteerd onderzoeksrapport.

Samen lobbyen voor betere verbindingen met het achterland, gezamenlijk research doen naar nieuwe markten in Afrika en Oost-Europa en gebroederlijk de acquisitie en promotie van de havens ter hand nemen. Verder, zo bevelen de onderzoekers aan, kunnen de Nederlanders en Duitsers door gezamenlijke loodsdiensten en baggeractiviteiten de Eems goed en veilig bevaarbaar houden.

P. Witzenburg somt de gezamenlijke voordelen nog eens op. “De lage grondprijs, de ruimte voor grootschalige industrie en de goede ligging ten opzichte van Oost-Europa en Scandinavië. De nieuwe energiecentrale maakt de Eemshaven bovendien zeer aantrekkelijk voor ondernemingen die de restwarmte daarvan kunnen benutten.” De aangrenzende tarbotkwekerij is de eerste 'spin off'. Witzenburg is ervan overtuigd dat er ook mogelijkheden zijn voor de voedings- en genotmiddelenindustrie, drogerijen en niet te vergeten de glastuinbouw.

Het onderzoek relativeert de overloopfunctie van de Eemshaven. “Rotterdam kijkt steeds verder zuidwaarts. Ook Hamburg heeft weinig interesse. De havens zullen het op eigen kracht moeten doen. Wellicht zijn er lijndiensten op Scandinavië en Engeland mogelijk”, denkt Pellenbarg.

Computermodel

Belangrijker dan het onderzoek vindt hij nog het computermodel dat de onderzoeksgroep heeft ontwikkeld. Hiermee kunnen potentiële investeerders de vijf Eemsmondhavens op grond van vijftig vestigingsfactoren met elkaar vergelijken. Met de concurrenten Rotterdam, Hamburg, Bremen en Antwerpen is zo'n vergelijking (nog) niet mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden