Redder van de ozonlaag

Na zijn ontdekking dat de ozonlaag gevaar liep, werd hij met de nek aangekeken door collega's en industriëlen. Maar later kreeg hij er een Nobelprijs voor.

FRANS DIJKSTRA

Op een avond vroeg zijn vrouw hem hoe het ging met zijn onderzoek. Hij antwoordde: "Heel goed, maar ik denk dat het wijst op het einde van de wereld." Het was allemaal nog een theorie, nog zonder steun uit waarnemingen in de praktijk, maar Sherwood Rowland was er vrij zeker van dat de kwetsbaarheid van de ozonlaag grote gevaren inhield voor levende wezens.

Dat was voor hem aanleiding om in de jaren zeventig al campagne te voeren voor een verbod op de zogenoemde cfk's, koolwaterstoffen die ozonlaag om de aarde wegvraten. Die cfk's werden gebruikt als drijfgas in alledaagse spuitbussen en als koelmiddel in koel- en vrieskasten en airconditioners. Als de dunne ozonlaag zou oplossen door die gassen, zou de mensheid geen bescherming meer hebben tegen de ultraviolette straling van de zon.

Dat die chloorfluorkoolstofverbindingen zulke rampzalige gevolgen zouden kunnen hebben, was een doorn in het oog van de producenten. Vooral de chemiereus DuPont, die cfk's maakte onder de merknaam Freon, was in alle staten. De topman van dat bedrijf noemde het een 'science-fictionverhaaltje' en 'volstrekte nonsens'. Het vakblad Aerosol Age meende dat Sherwood Rowland en zijn collega Mario Molina agenten waren van de KGB van de Sovjet-Unie die de Amerikaanse industrie probeerden te vernietigen.

Ook in wetenschappelijke kring werden Rowlands waarschuwingen verdacht bevonden. Collega's in zijn faculteit liepen een blokje om als ze hem zagen. Hoewel hij een gerespecteerd professor was kreeg hij drie jaar lang geen enkele uitnodiging om lezingen te geven op belangrijke universiteiten.

Toch had zijn campagne succes. De cfk's werden in 1978 verboden in Amerikaanse spuitbussen. Later werden wereldwijde verdragen gesloten tegen het gebruik van cfk's.

Pas in 1983 werd er een gat in de ozonlaag boven Antarctica gevonden, en dat baande de weg naar Rowlands Nobelprijs voor scheikunde in 1995, die hij deelde met zijn mede-onderzoeker Molina en de Nederlander Paul Crutzen.

Van jongsaf was Frank Sherwood Rowland een bolleboos geweest. Zijn vader was hoogleraar wiskunde en zijn moeder lerares Latijn. Thuis hadden ze een huis vol boeken. Sherwood (vaak Sherry genoemd) las veel over de geschiedenis van de marine en hij had scheepsmodellen om zeeslagen na te spelen. Hij had een wiskundig systeem ontwikkeld om elk oorlogsschip te beoordelen.

School was makkelijk voor hem. Hij was al op z'n vijfde begonnen met de lagere school, waarvan hij de vierde klas oversloeg. Op de middelbare school was zijn natuurkunde-leraar zo onder de indruk van hem dat hij Sherwood in de vakanties verantwoordelijk maakte voor het weerstation van de school, dat was aangesloten op het meteorologische netwerk van de Verenigde Staten. Dat was zijn kennismaking met systematische experimenten en dataverzameling, zei hij later.

Hij was in 1943, enkele weken voor zijn zestiende verjaardag, klaar met de middelbare school. De meeste jaargenoten werden meteen opgeroepen voor militaire dienst in de Tweede Wereldoorlog, maar Sherwood was daar te jong voor. Dus hij kon meteen naar de universiteit. In de twee jaar dat hij studeerde aan de Ohio Wesleyan University liepen daar zo weinig mannen rond dat hij moest meespelen in zowel het handbal- als het honkbalteam. Hij zou een enthousiast sporter blijven.

Hij durfde later niet precies meer te zeggen of hij zelf gekozen had voor een academische loopbaan, of dat het vanzelfsprekend was om zijn vaders voetstappen te volgen. Hoe dan ook, hij specialiseerde zich in de scheikunde van radioactieve atomen aan de Universiteit van Chicago. Daar vond hij een opwindende omgeving, waar verscheidene topgeleerden die de Amerikaanse atoombom hadden ontwikkeld kwamen werken. Hij trouwde met de wetenschapper Joan Lundberg, die hem zou steunen met zijn latere, geruchtmakende onderzoek.

In 1964 werd hij hoogleraar scheikunde aan de Universiteit van Californië in Irvine. Daar ging hij werken met Mario Molina, met wie hij ook het onderzoek naar de cfk's zou doen.

Die cfk's leken aanvankelijk handig voor de wetenschap. Ze kwamen heel gelijkmatig voor in de atmosfeer en leken zo stabiel dat ze konden dienen als verklikker voor de beweging van luchtmassa's. Maar Rowland vroeg zich af wat er uiteindelijk met die cfk's zou gebeuren. Binnen enkele maanden hadden Molina en hij in de gaten dat ze niet alleen met een boeiend wetenschappelijk probleem bezig waren, maar dat ze ook een groot gevaar voor het milieu op het spoor waren gekomen. Het duurde jaren voordat ze de buitenwereld daar ook van overtuigd hadden.

Ook na zijn pensionering bleef hij onderzoek doen naar milieuvervuiling en klimaatverandering. Als een wetenschapper iets ontdekt dat gevaar oplevert, dan moet hij in actie komen, vond Rowland. "Als wij het niet doen, wie dan wel? En als we het nu niet doen, wanneer dan wel?"

Frank Sherwood Rowland werd geboren op 28 juni 1927 in Delaware, Ohio (Verenigde Staten). Hij stierf op 10 maart 2012 in Newport Beach, Californië.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden