Redden killer app's het Westen?

De hoogste wolkenkrabber van Hong Kong, het International Commerce Centre, met uitzicht op Victoria Harbour. FOTO AFP Beeld
De hoogste wolkenkrabber van Hong Kong, het International Commerce Centre, met uitzicht op Victoria Harbour. FOTO AFP

Worden we straks overvleugeld door China en India? Is 'ons' succes exporteerbaar? Twee historici laten zien wat het Oosten van het Westen leerde. Twee boeken over de strijd tussen West en Oost om dominantie in de wereld.

De laatste jaren verschijnt het ene boek na het andere over wat het Grote Vraagstuk van deze tijd mag worden genoemd: hoelang zal het Westen zijn dominante positie in de wereld nog kunnen handhaven? Voor veel auteurs is deze vraag al beantwoord. Het Westen is onherroepelijk op zijn retour en het Oosten - lees China - is onstuitbaar in opmars.

Over de oorzaken van deze ontwikkeling bestaat bij de meeste schrijvers wel overeenstemming. Grosso modo komt het er op neer dat het Westen - lees de Verenigde Staten - moe is, uitgeput door twee oorlogen, en verlamd door de moeizame besluitvorming in Washington. Het Oosten daarentegen heeft de dynamiek van het kapitalisme ontdekt en China wordt niet gehinderd door lastige zaken als democratie, mensenrechten en een onafhankelijke rechtspraak. In Peking worden knopen doorgehakt, in Washington is men vooral bezig zich zelf in een knoop te leggen.

Minstens zo interessant als de vraag of en wanneer het Oosten het Westen zal overvleugelen is de vraag waarom het Westen zolang de wereld heeft beheerst. Over die kwestie zijn ook bibliotheken volgeschreven, maar ze heeft nu gezien het bovenstaande, zeer aan actualiteit gewonnen.

De Engelse archeoloog en historicus Ian Morris en zijn Schotse collega Niall Ferguson hebben hun niet geringe eruditie en soms indrukwekkende denkkracht op dit thema losgelaten en zijn tot verschillende conclusies gekomen. Voor Morris staat vast dat geografie de beslissende factor is, terwijl Ferguson denkt dat 'de westerlingen' zes pijlers hebben ontwikkeld waardoor ze 'de restelingen' konden kloppen.

Morris' 'De Val van het Westen' is een diepgravend,soms uitputtend boek. Fergusons 'Civilization', is de tekst bij een gelijknamige tv-serie waarvan we mogen hopen dat ze ook in ons land wordt uitgezonden. Beide zijn voortreffelijke schrijvers, al hanteert Ferguson soms wat al te graag de makkelijke woordspeling en is Morris soms overdreven jolig.

Morris levert niet minder dan een geschiedenis van de mensheid met als toegift een toekomstvoorspelling. Hij begint bij de eerste 'aapmensen' en eindigt bij de mogelijkheid van een klimatologische catastrofe. Binnen die tijdspanne van ruim 50.000 jaar onderzoekt hij hoe de mens eerst is voort gekropen, vervolgens is opgekrabbeld, gaan lopen en in de laatste 250 jaar de spurt geeft ingezet. Hij doet dat aan de hand van een door hem zelf ontworpen sociale ontwikkelingsindex, bestaand uit energiegebruik, verstedelijking, informatieverwerking en bewapening, waarmee de vooruitgang wordt gemeten. Voorts heeft hij vastgesteld wat de motor van die vooruitgang is: de mens zoekt uit luiheid, angst en begeerte/hebzucht de meest effectieve oplossing voor zijn problemen. Dit noemt hij met een te groot woord het 'Morris-axioma'. Beide, de index en het axioma, gelden voor zowel het Westen als het Oosten.

Voor de ontwikkeling van de menselijke civilisatie is de 'ontdekking' van de landbouw het grote keerpunt. In een kerngebied in zowel Westen als het Oosten kan men niet meer van de jacht leven en begint men gewassen te telen en dieren te fokken. Het Westen had daarbij het voordeel dat in zijn kerngebied, dat de Vruchtbare Halve Maan wordt genoemd (in de buurt van het huidige Irak) het aantal planten en dieren dat geschikt was voor consumptie groter is dan in het oostelijk kerngebied, China tussen de Gele Rivier en de Jangzi Jiang. Dat gaf het Westen een voorsprong van zo'n 2000 jaar.

Gedetailleerd beschrijft Morris vervolgens hoe zich vanuit deze kerngebieden beschavingen, imperia, ontwikkelen die in een bepaald stadium steeds op een plafond stuiten. Rijken storten ineen en, zegt Morris, de vijf ruiters van de Apocalyps (honger, ziekte, volksverhuizingen, falende staten en klimaatrampen) rijden uit en zaaien dood en verderf. Met de ondergang van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw na Chr. verliest het Westen zijn voorsprong en neemt het Oosten voor de volgende 1000 jaar de koppositie over. Het rijtje is bekend maar blijft indrukwekkend: de boekdrukkunst, het mechanische kompas, het buskruit, de Chinezen kenden het veel eerder dan het Westen.

De dominantie van het Oosten werd pas doorbroken door een revolutionaire ontdekking in Engeland. Met het gebruik van steenkool voor de opwekking van stoomkracht begint de Industriële Revolutie, sprint het Westen weg van het Oosten en neemt het een voorsprong die het tot nu toe heeft weten te behouden.

Dit is het plot waarbinnen Morris de factoren benoemt en analyseert die bij de opkomst en ondergang van de diverse rijken in Oost en West een rol hebben gespeeld.

En altijd blijkt de geografie, ligging van een land en de aanwezigheid van grondstoffen, van doorslaggevend belang te zijn. Het Westen ontdekte bijvoorbeeld Amerika eerder, omdat de oversteek vanuit Spanje veel korter was dan vanuit het oosten en China niet geïnteresseerd was in verre en dure avonturen.

Ras is geen factor van belang en ook de invloed van grote mannen en/of grote blunderaars moeten we in deze geschiedenis van de zeer lange adem niet overschatten.

Zoals de titel aangeeft, waagt ook Morris zich aan een voorspelling wanneer het Oosten de voortrekkerrol weer overneemt. Volgens zijn index is dat in 2103. De vraag is alleen of het dan niet al te laat is. Morris schetst in zijn laatste hoofdstuk een scenario waarin de mens voor de keuze staat tussen ondergang in een klimatologische catastrofe en voortleven als een door een computer gestuurde hybride in een sciencefictionachtige nachtmerrie. De kans dat het laatste gebeurt is overigens klein. Morris acht het risico van een klimaatramp veel groter. Geen opbeurend slot van een fascinerend boek, maar onze troost is dat historici meestal slechte voorspellers blijken.

Na het copieuze banket van Morris is 'Civilization' van Ferguson een luchtig dessert. Dat komt mede door de opzet van het boek dat zoals gezegd het script is van de gelijknamige tv-serie. Ferguson reist de hele wereld over en vanaf de ene na de andere, vaak exotische locatie zet hij het Westen tegenover de rest van de wereld en legt met veel flair uit waarom het de overhand heeft gekregen. In de serie werkt dat beter dan in het boek, dat daardoor een levendige maar ook springerige verteltrant heeft.

Het Westen heeft volgens Ferguson in een nogal vergezocht beeld dat hij aan computertaal heeft ontleend zes killerapp's (app is de afkorting van application, een aanvulling op een computer of telefoon) die het aan zijn dominantie heeft geholpen.

Deze pijlers - dat is een betere term - zijn: concurrentie, economisch en politiek; wetenschap, ook en soms vooral militair; democratie en (eigendoms)recht; medicijnen; de consumptiemaatschappij en het arbeidsethos. Doordat hij ook de schaduwzijden van deze pijlers belicht, heeft Ferguson weten te vermijden dat het een grote lofzang op het Westen wordt. 'Ons' succes was niet alleen te danken aan de eigen voortreffelijkheid, maar lag ook vaak aan het falen van de 'rest', die zich afsloot van de wereld (de Chinezen in de zestiende eeuw) of zwichtte voor religieuze fanatici en hun wetenschappers aan banden legde (de Turkse sultans). En zoals altijd moest en moet er voor de westerse hegemonie een prijs betaald worden en die mochten de 'restelingen' meestal ophoesten. Zoals de slaven die op de plantages in Amerika moesten werken of de Namas en Herreras uit Namibië die in een voorspel van de Holocaust begin vorige eeuw door de Duitse kolonisators werden uitgeroeid.

De grote waterscheiding van de afgelopen dertig jaar is dat 'de rest' de voordelen van de westerse aanpak heeft erkend en aan een inhaalrace is begonnen, terwijl het Westen de laatste jaren voortstrompelt met een fors gebrek aan zelfvertrouwen.

Daarom sluit ook Ferguson niet uit dat het Westen in elkaar stort. Maar zo pessimistisch als collega Morris is hij uiteindelijk niet. De zes westerse pijlers vormen een totaalpakket en geen van de concurrenten heeft dat pakket in zijn geheel overgenomen. China mag de nieuwe economische supermacht worden, maar het is ook een politiestaat. Allemaal waar, maar of de meeste Chinezen dat iets kan schelen, waag ik te betwijfelen. En ik weet ook niet of Fergusons remedie - beter geschiedenisonderwijs en het bestuderen van canonieke teksten als de Bijbel en het verzameld werk van Shakespeare - dat zelfvertrouwen weer kan opkrikken.

Ian Morris en Niall Ferguson

Ian Morris (1960) is archeoloog en historicus. Hij is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Stanford (VS). Hij heeft vele boeken geschreven, onder meer over de Griekse geschiedenis en de economie in de Klassieke Oudheid.

Niall Ferguson (1964) is een van de meest spraakmakende Britse historici. Hij heeft een ontzagwekkend oeuvre op zijn naam staan dat in vele talen is vertaald. In het Nederlands o.a. 'De Geldmachine', 'De Grote Oorlogen', 'Het Succes van Geld' en 'Erbarmelijke Oorlog'. Zijn nieuwste boek 'Civilization' is opgedragen aan Ayaan Hirsi Ali met wie hij sinds een jaar een relatie heeft.

Ian Morris: De Val van het Westen. Hoe lang houdt de westerse dominantie nog stand? Unieboek/ Het Spectrum, Houten. Vertaald door Conny Sykora. ISBN 9789027445926; 879 blz. € 39,95

Niall Ferguson:Civilization. The West en the Rest. Allen Lane/the Penguin Group, London. ISBN 9781846144561; 402 blz. € 18,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden