Redacteur, maar vooral mensenredder

Sándor Baracs, lid van de buitenlandredactie van het illegale Trouw, overleed deze week op 102-jarige leeftijd. De uit Hongarije afkomstige Baracs verzorgde tijdens de Tweede Wereldoorlog de zogenaamde 'frontberichten'. Toch was Baracs meer bezig met het redden van Joodse kinderen.

Boedapest 1905. Aan de hand van zijn gouvernante loopt de vijfjarige Sándor Baracs door de stad. Langs de weg staat een grote menigte te kijken. Keizer Franz Josef, de heerser van de Donau-monarchie, komt er aan. Volgens de wet van Oostenrijk-Hongarije moet hij minstens eens per jaar ook de Hongaarse hoofdstad bezoeken.

De keizer is er niet geliefd. Sándor mag van zijn gouvernante vooraan staan om alles goed te zien. De menigte kijkt zwijgend toe hoe de keizer voorbijrijdt. ,,Zó sprookjesachtig mooi was het'', vertelt Baracs in 1981 aan Trouw, ,,dat ik uit volle borst schreeuwde: 'Leve de koning!' Als enige in de hele hoofdstad.'' Franz Josef boog zich uit zijn wagen en salueerde in de richting van de kleine jongen. ,,In Boedapest 1905 moet je een onschuldig kind zijn om 'leve de koning' te kunnen roepen.''

Honderdtwee jaar oud is hij geworden, de afgelopen week overleden Sándor Baracs. Een uitermate hoffelijke en onzelfzuchtige man, maar ook een bijzonder moedig mens. Zo omschrijft oud-collega prof. dr. G. Kuijpers hem. Baracs werd in 1900 in Hongarije in een welgestelde Joodse familie geboren. Zijn vader was president-directeur van de Verenigde Secundaire Spoorwegen in Hongarije. Tot de huisvrienden van de familie behoorden de psycho-analyticus Sigmund Freud (1856-1939) en de socioloog Karl Mannheim (1893-1947).

De Eerste Wereldoorlog en het ineenstorten van de Donau-monarchie zijn bepalend in de jaren dat Baracs opgroeit. Van maart tot november 1919 heeft Hongarije een communistische regering onder leiding van Béla Kun. ,,S ndor was toen negentien en had een baantje als decodeur en telegrafist'', vertelt Kuijpers. ,,Béla Kun hield het niet meer en vroeg steun aan Lenin, tienduizend man. Baracs verstuurde dat bericht en ontving ook het antwoord: dat dit helaas niet lukte. Baracs heeft dus feitelijk met Lenin getelegrafeerd.''

Baracs schrijft zich in 1918 bij de universiteit van Boedapest in als rechtenstudent. Vanaf het tweede jaar wordt zijn inschrijving echter geblokkeerd, omdat hij joods is. Hij zet zijn studie voort in München, en volgt daar ook colleges economie bij Max Weber, die in 1918 aan die universiteit is aangesteld. Wederom moet Baracs zijn studie afbreken door nieuwe wetgeving. Hij werkt korte tijd bij de Dresdener Bank in Frankfurt, maar keert in 1923 weer terug naar Hongarije. Daar wordt hij, zo merkt hij tot zijn ongenoegen, vooral gezien als 'zoon van' zijn vader, de spoorwegdirecteur. Sándor Baracs wil naar het buitenland. Via een kennis bij diezelfde bank, komt hij in 1927 in Nederland terecht. Hij laat zich naturaliseren en vestigt zich in Amsterdam als importeur van Hongaarse vruchtensappen.

Van 'een kennisje in Duitsland' krijgt Baracs in 1932 Hitlers Mein Kampf cadeau. ,,'Wat moet ik met dat boek!', riep ik tegen dat meisje. Maar zij hield vol dat ik het moest lezen en dat ik dan wel begrip voor de ideeën van het nieuwe Duitsland zou krijgen. Nu had ik de Kapp-putsch van 1923 in München meegemaakt, dus ik antwoordde: 'Moet ik als jood begrip hebben voor Hitler?''' Desondanks leest hij het boek. Baracs raakt ervan overtuigd dat de tiran niet zal rusten voordat hij heel Europa eronder heeft. Hij waarschuwt zijn vrienden. ,,Maar de meeste mensen luisterden niet. (...) Ik heb dit boek aan al mijn Nederlandse vrienden en kennissen systematisch uitgeleend, dat ze wisten wat ons te wachten stond.''

Baracs raakt ervan overtuigd dat Hitler met wapens bestreden moet worden. In 1938 meldt hij zich bij het Nederlandse leger, maar omdat hij ooit zijn elleboog heeft gebroken, krijgt hij een kantoorbaan aangeboden. ,,Ik zei, nou dan bedank ik voor de militaire dienst. Achter een bureau zitten kan ik thuis ook, daar hoef ik niet voor in militaire dienst. (...) Ik wil tegen Hitler vechten.'' Uiteindelijk komt hij bij de Burgerwacht terecht. Na de capitulatie begint Baracs al in juni 1940 een gewapende verzetsgroep, met mensen die hij nog van de Burgerwacht kent.

Op 3 september 1942 belt de SD aan bij zijn huis aan de Amsterdamse Valeriusstraat. Baracs hoort het niet, want hij is tijdens het bijbellezen in zijn erker in slaap gevallen. ,,Iets wat me anders nooit gebeurde. Is dat geen voorzienigheid?'' De werkster van de buren staat de SD te woord. Wanneer de SD twee dagen later weer aanbelt, duikt hij onder. Hij raadt, met Mein Kampf in gedachten, zijn kennissen dringend aan hetzelfde te doen. ,,Ik zei tegen iedereen: 'Onderduiken! Want dit is niet Arbeitsdienst maar deportatie! (...) Dit is deportatie en de dood'.'' Zelf blijft hij, Knokploeg(KP)-leider in Amsterdam, betrokken bij het gewapende verzet. Hij geeft onder meer wapeninstructie, soms bij mensen thuis in de woonkamer.

Tegen het eind van de oorlog krijgt Baracs de opdracht om in geval van krijgshandelingen rond Amsterdam de Berlagebrug op te blazen, vertelt G. Kuijpers. ,,Hij wilde weten hoe je dat doen moest. In samenwerking met de desbetreffende ambtenaren werd de brug opengedraaid zodat Sándor en zijn ploeg konden zien waar de explosieven zouden moeten worden aangebracht. Het grappigste, zo vertelde hij jaren later, 'was te zien hoe die auto's van de Duitse Wehrmacht moesten wachten voor de slagbomen totdat wij met onze verkenning klaar waren'.''

Baracs duikt in september 1942 onder aan de Keizersgracht 488. Hij wordt verzorgd door een van de jongens van de gewapende verzetsgroep. Wanneer die een paar dagen niet kan, neemt zijn tante, Hester van Lennep - afkomstig uit de beroemde schrijversfamilie - die taak van hem over. De twee hadden elkaar al eerder ontmoet bij haar neef thuis. ,,Ze zat daar in een lichtgrijze bontjas op de bank en ik durfde niet te kijken'', zegt Baracs in 1982 in Het Parool. ,,Ik wilde midden in de oorlog mijn hart niet verliezen.'' Desondanks worden de twee verliefd en huwen in januari 1944 in het Utrechtse Tienhoven omdat daar nog een door koningin Wilhelmina benoemde burgemeester werkt.

'Koerierster' Van Lennep heeft een paar huizen verder aan de Keizersgracht een instituut voor huidverzorging. Al sinds half 1942 weet ze Joodse kinderen, aanvankelijk vooral uit haar klantenkring, veilig bij onderduikgezinnen onder te brengen. Het valt immers niet zo op dat regelmatig vrouwen en kinderen bij het instituut naar binnen stappen.

In het voorjaar van 1943 maken Baracs en Van Lennep kennis met Gesina van der Molen, die verbonden is aan Trouw en Vrij Nederland. Met medeweten van directeur Van Hulst van de kweekschool tegenover de Hollandse Schouwburg, redden onder anderen Van der Molen, Van Lennep ('tante Julia') en Baracs ('oom Sjoerd') zo'n zestig tot tachtig Joodse baby's en kleuters. Kinderen die met hun ouders naar de Hollandse Schouwburg zijn gedreven om vanuit daar naar de vernietigingskampen te worden gedeporteerd. Baracs zoekt veilige onderkomens voor hen en regelt hun reis daarnaartoe. In totaal zijn, zo schrijft historicus Lou de Jong, door de verschillende verzetsgroepen samen zo'n duizend kinderen gered.

Vanaf 1943 werkt Baracs ook als buitenlandredacteur voor het illegale Trouw. Hij verzorgt onder meer de rubriek waarin het verloop van frontlinies wordt geschetst. ,,Dat waren kleine rubriekjes''', zegt historicus Peter Bak, ,,Zo van: 'De Russen trekken op bij Smolensk'. Veel feitelijkheden. Bruins Slot schreef de meer inhoudelijke, opiniërende artikelen. Ik heb de indruk dat Baracs, zeker tegen het einde van de oorlog, meer bezig was met zijn werk om Joodse kinderen te redden, dan met zijn redacteurschap.''

Zijn werk voor ondergedoken joodse kinderen zet hij ook na de oorlog voort. Baracs is gedurende enkele jaren directeur van het later omstreden bureau van de Commissie Oorlogspleegkinderen (OPK), dat besloot over de toekomst van deze kinderen. Niet altijd worden de ondergedoken kinderen aan hun 'echte' ouders toegewezen. Baracs meent dat het belang van de kinderen voorop moet staan, ook als dat betekent dat zij verder in een niet-Joodse gezin opgroeien.

In later jaren is Baracs onder meer initiatiefnemer van het Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk en zet hij zich in voor de Mozartvereniging. Samen met zijn echtgenote Hester woont hij jarenlang in Doesburg. In 1982 nog vertelt hij aan Het Parool dat hij Hester destijds zozeer bewonderde, dat hij haar niet ten huwelijk durfde te vragen. Toen zij het dan maar vroeg, kon hij wel 'door de grond zakken!'. Baracs had zich voorgenomen alleen met een meisje te trouwen, dat net zo lief was als zijn zusjes. Hester Juliana Octavia Baracs - van Lennep overleed in januari 2000. Gisteren is Sándor Baracs in Driehuis begraven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden