Red jezelf van wieg tot graf

Nieuw deel biografie ontzenuwt mythe dat Willem Drees de verzorgingsstaat heeft bedacht

Voor velen is Willem Drees de bedenker en de architect van de Nederlandse verzorgingsstaat. Uit het laatste deel van zijn biografie, die vandaag op het Binnenhof in Den Haag wordt gepresenteerd met een symposium, blijkt dat dit een misvatting is. "Hij had zelfs een hekel aan het woord verzorgingsstaat", zegt medeauteur Jelle Gaemers.

Samen met Hans Daalder, een van de grondleggers van de politicologie in Nederland, werkte Gaemers sinds 1993 aan de monumentale biografie van staatsman Drees die nu vijf delen beslaat. Een belangrijk element in het vijfde deel is het rechtzetten van scheefgegroeide beelden over de man die volgens velen de beste premier van de vorige eeuw was. Al eerder schreven Daalder en Gaemers dat het mariakaakje - het symbool van Drees' eenvoud en zuinigheid, dat zou zijn geserveerd aan de Amerikaanse diplomaat Averell Harriman - hoogst waarschijnlijk een mythe is.

In plaats van 'verzorgingsstaat' gebruikte Drees liever het woord 'waarborgstaat', waarin de bestaanszekerheid werd verzekerd voor diegenen die door ziekte of ouderdom niet in staat waren om zelf hun inkomen te verdienen. "Drees vond het niet de taak van de staat om mensen van de wieg tot het graf te verzorgen. Dat moesten de mensen zelf doen", aldus Gaemers.

Maar dat Drees' naam aan de verzorgingsstaat is gekoppeld, begrijpt Gaemers wel. Hij voerde vlak na de oorlog de noodwet ouderdomsvoorziening in. Ouderen 'trokken van Drees' werd toen gezegd. Maar de ouderdomswet zoals we die nu kennen, was van minister Suurhoff.

"Drees was tegen de openeinde-regelingen van bijstandswet en arbeidsongeschiktheidswet", zegt Gaemers. "Hij vond de uitkeringen veel te royaal en voorspelde dat dit financieel uit de hand ging lopen. Hij zag aankomen dat werkgevers misbruik zouden maken van de WAO door mensen te laten afkeuren. Ook de invulling van de term 'passende arbeid' vond hij niks. Het ergerde hem dat een werkloze textielarbeider uit Enschede geen baan in Almelo hoefde te accepteren, omdat dit te ver zou zijn."

Langzaam groeide de kloof tussen Drees en zijn partij waarin Nieuw Links steeds dominanter werd. Uiteindelijk besloot hij in 1971 om zijn lidmaatschap van de PvdA op te zeggen. Toch wekt het verbazing dat Drees op zijn oude dag volgens de biografie de meest hartelijke relaties onderhield met uitgerekend niet-PvdA'ers, als de oud-ministers Luns, Klompé en Jan Donner.

De viering van zijn honderdste verjaardag in 1986 en zijn overlijden twee jaar later bezorgden de PvdA in die dagen veel ongemak. Zij eerden hem als de grootste sociaaldemocraat van de twintigste eeuw, maar konden anderzijds niet negeren dat hij al 17 jaar geen lid meer was en de partij soms fors had bekritiseerd.

Volgens Gaemers was het Drees' uitdrukkelijke wens in stilte begraven te worden. Bovendien overleed twee dagen voor zijn overlijden zijn schoondochter Erica op de tennisbaan aan een hartaanval. Men wilde die begrafenis niet laten verstoren door een horde verslaggevers. Daarom haalde de begrafenisonderneming in het holst van de nacht het stoffelijk overschot, dat de naam 'Van Dam' kreeg, met een niet als lijkwagen herkenbare auto op.

Hoe ver de familie ging in de geheimhouding blijkt uit het feit dat zoon Jan elke avond tot na de begrafenis het licht in de kamer van zijn vader aandeed. Op Drees' honderdste verjaardag had een geïnterviewde achterbuurvrouw gezegd dat zij elke avond even keek of het licht op zijn kamer nog brandde: 'Hij is er dan nog, zeg ik dan'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden