Recycle-primeur aan de Rotte

Op een prachtlocatie bij Bergschenhoek staat 'Recht op wind', het eerste duurzame huis van Nederland waarin de principes van Cradle to Cradle structureel zijn verwerkt. Met dit prototype als uitgangspunt wordt komend jaar in Berkel en Rodenrijs een hele woonwijk ontwikkeld.

Op weg naar het huis van architect Jouke Post en zijn vrouw Petra Reijnhoudt in het buitengebied van Bergschenhoek laat de routeplanner het lelijk afweten. Maar onderlangs de dijk rijdend, is één blik op het rijtje huizen bovenaan de Rottekade voldoende om de gezochte woning te herkennen. Vooral de immense ramen, zowel beneden als boven kamerbreed en -hoog, springen in het oog, meer nog dan de zonnepanelen die een groot deel van het dak bedekken.

Eenmaal binnen bieden diezelfde ramen vanuit het woonappartement op de eerste verdieping een fenomenaal uitzicht op de omgeving. Aan de oostkant het riviertje de Rotte, aan de westkant de boezem waarop de polders hun water lozen, en dan die voortjagende wolkenpartijen die van alle kanten de kamer lijken binnen te komen: het is alsof je in een levend schilderij zit.

In de lente en zomer speelt het leven zich hier bij mooi weer voor een groot deel af op het terras, dat rondom de woonverdieping is aangelegd. Maar nu knappert er een lekker houtvuurtje in de woonkamer. De twee jonge katten maken het plaatje behaaglijk compleet. Het wonen in hun riante nieuwe onderkomen bevalt Post en Reijnhoudt 'super', na drie jaar lichtelijk te hebben afgezien in het huisje ernaast, dat inmiddels is afgebroken. "We zochten een huis aan de Rotte, maar dat mislukte", vertelt Reijnhoudt. "Van een vriendin hier in de buurt hoorde ik toen dat er een oud huisje te koop stond, inclusief sloopvergunning."

Ze brachten een bod uit en zochten direct contact met de buren in het aangrenzende huisje onder hetzelfde dak, om over hun sloop- en nieuwbouwplannen te praten. "Die schrokken enorm, ze wisten niets van de sloopvergunning. Maar we hebben het traject met de buren stapsgewijs gelukkig in volledige harmonie kunnen afleggen. De buurvrouw vindt het intussen ook best mooi om in een vrijstaand huisje te wonen, nu het onze is afgebroken."

C2C-laboratorium
Door in het huisje te gaan wonen, ook al was het een oud, tochtig krot, zat Post letterlijk bovenop de bouw van het huis dat hij met zijn eigen bureau XXarchitecten, samen met collega Frido van Nieuwamerongen van Arconiko Architecten, heeft ontworpen. Vooral het onderzoekswerk was tijdrovend, want de beide architecten hadden zich ten doel gesteld hier aan de Rotte de eerste Cradle to Cradle (C2C) woning van Nederland neer te zetten.

Met het uitgangspunt van C2C voor duurzaam ontwerpen - 'dingen niet minder slecht maar meer beter maken' - heeft Post ruime ervaring opgedaan. In Eindhoven, waar hij hoogleraar bouwtechniek was aan de Technische Universiteit, heeft hij zich met zijn studenten verdiept in de verschillende aspecten van C2C.

Hij richtte er zelfs een laboratorium voor op - C2Clabxx - om duurzame tools te ontwikkelen. Met behulp van deze 'gereedschappen' heeft hij alle materialen die in zijn nieuwe huis zijn toegepast, langs de meetlat van C2C gelegd. De totaalscore van het huis is uitgekomen uit op 89 procent C2C op een schaal van 100.

"Dat 100 procent C2C niet haalbaar zou zijn, wisten we van tevoren," zeggen Post en Van Nieuwamerongen. "Dat had alleen gekund als we voor veel geld spullen uit Amerika hadden laten komen. In Nederland zijn nog niet alle producenten en leveranciers zover. Er bestaat bijvoorbeeld nog steeds geen C2C-beton."

Betonboeren praten graag mee, zegt Post. "Maar ze doen niets, ze zijn niet in beweging te krijgen." Ook andere materialen in het huis zijn niet officieel C2C-gecertificeerd. "Certificaten en licenties zijn duur. Kleine bedrijven kunnen zich de hoge jaarlijks terugkerende kosten vaak niet permitteren. Daarom vragen alleen grote vastgoedbedrijven certificaten aan."

Onder meer het houtwerk, het gips, alle isolatie, al het glas en de tegels in het huis van Post en Reijnhoudt zijn C2C-gecertificeerd. Dat betekent niet dat verder maar wat is aangerommeld.

"Van alle materialen die we hebben toegepast", licht Post toe, "hebben we zelf nauwkeurig de samenstelling onderzocht. Dit hele huis is gifvrij, pvc-vrij en purschuimvrij, er is niet één spuitbus aan te pas gekomen. Aanvankelijk wilden we houten dakplaten. Daar hebben we toch van moeten afzien, omdat we bij geen enkele fabrikant de garantie konden krijgen dat de lijm gifvrij was. Toen hebben we gekozen voor C2C gecertificeerd zink."

Overigens is C2C meer dan alleen gebruik maken van gecertificeerde materialen, benadrukken de twee architecten. "Het is een manier van denken, waarbij ook de omgeving een belangrijke rol speelt. Zo moet je ontwerp landschappelijk en cultuurhistorisch passen in de omgeving en rekening houden met diversiteit van flora en fauna. Je moet gebruik maken van zon en wind en proberen je materialen van dichtbij te halen. Maar ook betaalbaarheid en wooncomfort tellen mee."

Het huis is zo ontworpen dat het met de grote driedubbele glaswanden optimaal profiteert van zonne-energie. Zonnepanelen en -collectoren leveren elektriciteit, verwarmen het water in de zonneboiler en voorzien de bodemwarmtepomp van energie. De pomp zet de bodemwarmte van 10 graden om in 20 graden, voor de vloerverwarming in de twee vloeren van gerecycled beton op de parterre en in het woonappartement.

Natuurlijke ventilatie
Maar het meest spectaculaire aan het energieneutrale huis vindt Post zelf het ventilatiesysteem. "Daar komt geen motor aan te pas", zegt hij trots.

Post heeft een hekel aan die moderne, motorisch aangedreven ventilatiesystemen en afzuigkappen, die je altijd ergens op de achtergrond hoort zoemen. "Motorische ventilatie is ook strijdig met hoe je een huis op een natuurlijke manier gebruikt. Mensen zetten, als het warm is, gewoon ramen en deuren open."

Het principe van natuurlijke ventilatie heeft hij op ingenieuze wijze in het ontwerp van zijn huis toegepast.

"Van onder het huis loopt een keramische buis omhoog naar het dak. Op het dak, aan het uiteinde van de buis, is een bolletje met schoepjes gemonteerd. Onderin komt de lucht binnen in de pijp, die via een systeem van klepjes de ruimten ventileert. De wind trekt de lucht weer uit het huis, via de ronddraaiende schoepjes op het dak." Onder meer aan dit natuurlijke ventilatiesysteem dankt de woning ook de door Reijnhoudt bedachte naam 'Recht op wind'.

Tijdens de bouw trok het huis veel bekijks en reageerden fietsers en wandelaars enthousiast. "Wij willen ook wel zoiets, kregen we vaak te horen", vertelt Reijnhoudt. "Een comfortabel en duurzaam huis, zonder gif, energieneutraal, C2C, en een architectuur die strak, modern en open is maar toch in het landschap past, sprak veel mensen aan."

Die belangstelling bleek zo serieus te zijn, dat er inmiddels concrete plannen liggen voor de bouw van de eerste C2C-woonwijk van Nederland, aan de rand van Berkel en Rodenrijs. 'Recht op wind' fungeert als prototype voor deze nieuwbouw.

Post en Van Nieuwamerongen verwachten in dit project weer verdere stappen te kunnen zetten op weg naar 100 procent C2C. "Er zijn al vijftig officiële aanmeldingen, terwijl er maar plaats is voor dertig huizen", zegt Post.

"Op 10 december houden we een informatieavond voor de potentiële bewonersgroep. Over een half jaar kunnen we de contracten tekenen en gaan bouwen."

Project XX: bouwen voor de levensduur
Architect Jouke Post, emeritus hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, verwierf in 1999 internationale bekendheid met project XX, het kantoor in Delft dat hij ontwierp voor zijn architectenbureau XXarchitecten. XX staat voor het Romeinse cijfer 20 en slaat op de levensduur van dit kantoor. Post licht zijn aanpak toe: "Kantoren hebben een eindig leven. Dat betekent sloop en afval en dat is slecht voor het milieu. Daarom wilde ik een gebouw ontwerpen voor zijn vermoedelijke levensduur van twintig jaar. Daarna zou het materiaal waarvan het is gemaakt - onder meer hout, glas, zand, karton en gerecycled beton - deels kunnen worden hergebruikt en deels kunnen opgaan in de natuur". De architect kreeg aanvankelijk 'de milieujongens' over zich heen, die bouwen voor een beperkte periode juist niet duurzaam vinden. "Maar de levensduurgedachte heeft inmiddels stevig postgevat." Over zes jaar mag project XX instorten, maar misschien wordt dit icoon van een nieuwe visie op duurzaam bouwen wel een monument.

Cradle to Cradle maakt de kringloop compleet
Cradle to Cradle (C2C) is een nieuwe kijk op duurzaam ontwerpen, ontwikkeld door William McDonough en Michael Braungart. De centrale slogan luidt: maak dingen niet minder slecht, maar meer beter. De kern van het C2C-principe is het idee 'afval is voedsel'. Dat betekent concreet dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product, zonder kwaliteitsverlies. Alle restproducten moeten hergebruikt kunnen worden of milieuneutraal zijn - dat maakt deze kringloop compleet. Ook het gebruik van hernieuwbare energie en respect voor diversiteit horen bij het principe van C2C.

Schiedam heeft eerste Cradle to Cradle school
In Schiedam is in oktober de eerste school geopend, die is ontworpen volgens het Cradle to Cradle principe (C2C). Het energieneutrale lyceum Schravenlant gebruikt rendiermos om de lucht te bevochtigen en regenwater om de wc's te spoelen. Op het groene dak liggen zonnepanelen en de temperatuur wordt geregeld met warmte-koudeopslag diep in de grond. De school zit vol met duurzame en recyclebare materialen, zoals marmoleum van Forbo, dat onlangs een C2C-zilver waardering kreeg, en meubilair met een gouden C2C-certificaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden