Reciteren aan het bed

Binnen afzienbare tijd zal in grote steden als Den Haag, Amsterdam, Utrecht de helft van de patiënten in zorginstellingen allochtoon zijn. Dat heeft consequenties voor de kwaliteit van de patiëntenzorg en, als onderdeel daarvan, van de geestelijke verzorging.

Toch zijn de meeste Nederlandse ziekenhuizen daarop nog niet of slecht voorbereid. Slechts zes ziekenhuizen hebben een imam in dienst en de enige ziekenhuis-pandit werkt nu in twee instellingen in Den Haag. Zelfs een groot academisch ziekenhuis als het Amsterdamse AMC heeft geen islamitische geestelijk verzorger in dienst.

Voor inspecteur geestelijke volksgezondheid Rob Smeets reden te over voor de aansporing ,,dat de ziekenhuizen snel aan de slag moeten.'' Smeets was een van de sprekers gisteren op een conferentie in Amersfoort over geestelijke verzorging in de gezondheidszorg in multicultureel perspectief, een initiatief van het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU).

Smeets refereerde aan de in 1996 in werking getreden 'Kwaliteitswet Zorginstellingen', waarin de geestelijke verzorging apart wordt vermeld. Artikel 3 van die wet stelt vast dat voor elke patiënt of cliënt die een etmaal of langer in een zorginstelling verblijft, geestelijke verzorging beschikbaar moet zijn, die zoveel mogelijk aansluit bij de godsdienst of levensbeschouwing van de patiënt of cliënt.

Deze kwaliteitseis impliceert dat de ziekenhuizen weten welke godsdienst of levensbeschouwing de patiënten hebben. Maar dat is in lang niet ieder ziekenhuis het geval. In het AZU bijvoorbeeld was de registratie van godsdienst/levensbeschouwing bij de opname van patiënten zelfs net afgeschaft, juist op het moment dat de dienst geestelijke verzorging de behoeften van moslimpatienten aan geestelijke zorg in kaart wilde gaan brengen.

De AZU-directie gaf toen toestemming de registratie voor de duur van het project weer in te voeren. In het AMC staat de levensbeschouwelijke achtergrond nog wel vermeld op de anamneseformulieren, maar veel verpleegkundigen verzuimen de patiënten ernaar te vragen.

Ziekenhuis-imam Arslan Karagül maakte gisteren de resultaten bekend van het zojuist afgeronde tweejarige project multiculturele geestelijke verzorging van het AZU. Voor zijn onderzoek bezocht hij 56 moslimpatiënten aan het bed en hield hij met elf van hen een diepte-interview.

In totaal 105 moslimpatiënten vulden een vragenlijst in en 226 personeelsleden van het ziekenhuis reageerden op een schriftelijke enquête. Het merendeel van de moslimpatiënten in het AZU, voornamelijk afkomstig uit Turkije en Marokko, vindt een imam in dienst van het ziekenhuis nodig en nuttig.

Nog niet de helft van de ondervraagden bleek echter op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van imam Karagül. Verreweg de meeste moslimpatiënten verwachten van de imam een gesprek en controle op het ziekenhuiseten. Ze zijn benauwd dat het eten niet halal (rein, ritueel geslacht) is en bovendien vinden ze het meestal niet lekker.

Verder verwachten zij van hem, in volgorde van belangrijkheid, antwoord op levensvragen, reciteren uit de koran, samen bidden en de familie opvangen. Karagül constateert dat bij de meeste moslims nog het oude beeld leeft van de imam die komt na de geboorte van een kind of vlak voor het overlijden van een patiënt.

,,Voor mij en mijn werk is het belangrijkste moment de tussenfase, tussen geboorte en dood. Dat is de fase voor het aanbieden van geestelijke verzorging. De meeste mensen uit islamitische landen zijn daaraan niet gewend, terwijl ze er wel behoefte aan blijken te hebben.''

Moslimvrouwen, met name vrouwen in het kraambed (dan zijn ze 'onrein'), hebben nog wel eens moeite met een imam aan hun bed, bleek uit het onderzoek. Zij geven de voorkeur aan een vrouwelijke islamitische geestelijk verzorger. Ook bleek uit de gesprekken en de enquête dat een belangrijk deel van de moslimpatiënten moeite heeft met de communicatie met zorgverleners. Een derde van de ondervraagden zegt eigenlijk een tolk nodig te hebben, maar lang niet iedereen vraagt daar ook om.

Bijna de helft van de 226 ondervraagde AZU-medewerkers (dat is overigens slechts 23 procent van degenen die aangeschreven zijn) vindt de eigen kennis van de islam ontoereikend en meer dan driekwart acht kennis van islamitische medisch-ethische opvattingen bij zichzelf onvoldoende aanwezig.

De behoefte aan informatie op deze gebieden is dan ook groot, bij verpleegkundigen iets groter dan bij artsen. Ziekenhuismedewerkers vinden de consultatieve functie van de imam het belangrijkste. Toch heeft in de twee jaren van het project slechts 12 procent van de geënquêteerden - ook hier weer verpleegkundigen vaker dan artsen - daadwerkelijk contact gehad met de imam.

In het AZU-project worden ook voorstellen gedaan met betrekking tot professionalisering en ambtshalve functioneren van moslim- en hindoe-geestelijk verzorgers. Humanistisch raadslieden en rk en protestantse geestelijk verzorgers in zorginstellingen werken niet namens zichzelf maar namens een (kerkelijke) achterban of gemeenschap - de zogenaamde zendende instantie.

Voor moslim- en hindoegemeenschappen is dat een nieuw fenomeen. Op dit moment zijn er drie organisaties bereid gevonden namens de moslims als zendende instantie te functioneren: de Raad van Moskeeën, de Stichting Haags Islamitisch Platform en de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond.

Voor de hindoes is dat de Stichting Sanatan Platform. De hindoe- en moslimgemeenschappen zouden zich, aldus de aanbevelingen, moeten bezinnen op protocollen en procedures die van belang zijn bij het verlenen van een zending. Ook zouden er in de toekomst wellicht nog andere gemeenschappen als zendende instantie kunnen optreden.

Op het gebied van opleiding en professionalisering moet nog veel gebeuren. Om te beginnen zijn er nog geen erkende academische opleidingen voor imams en pandits.

Er is nog maar net een begin gemaakt met een islamitische universiteit in Rotterdam en er zijn plannen voor oprichting van een islamitische universiteit in Utrecht.

De AZU-projectgroep adviseert daarom aan de beroepsvereniging van geestelijk verzorgers VGVZ, de overheid, de zorginstellingen en de hindoe- en moslimgemeenschappen om een begin te maken met het ontwikkelen van een leerroute voor moslim- en hindoe-geestelijk verzorgers, eventueel in samenspraak met hogescholen of universiteiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden