Rechtszaal

Als jongen was ik dol op rechtszaken. In mijn familie kwamen ze niet voor, daarvoor pasten wij te veel op. Ik beschouwde ze als aangelegenheden die anderen meemaakten, zoals je ook families had met oud-Indië-gangers en voormalige verzetstrijders. Maar je kon ze volgen in de krant.

Hans van Z. bijvoorbeeld, een charmante kerel die een hele hoop mensen had vermoord en daarbij de diensten had gebruikt van iemand die 'Ouwe Nol' heette, een doorgewinterde slechterik die voor het gerechtshof boosaardig met zijn stok zwaaide waar een stiletto aan zat of zoiets, herinner ik mij. Of, in het buitenland, de Profumo-affaire, vol onduidelijke luitjes, hoeren en kwakzalvers en spionnen, die kennelijk allemaal het welzijn van Engeland bedreigden.

Er hing iets romantisch omheen dat te maken had met het feit dat er een hele hoop onzichtbaar bleef. Soms verscheen er een foto van een verdachte in de krant, met een sinister balkje voor zijn ogen, omdat wij hem kennelijk alleen aan zijn misdadige ogen en niet aan zijn misdadige kin of scalp konden herkennen. Maar vaker nog getekend door de rechtbank-tekenaar op wiens gaven we maar moesten vertrouwen; slechterikken bleken veelal karikaturale koppen te hebben, evenals trouwens hun advocaten en rechters.

Rechtszaken waren op die manier een soort geïllustreerde avonturenverhalen. Er hing een geur van fictie omheen die het mogelijk maakte er van alles en nog wat omheen te fantaseren: 'De aanhouding ten huize van Dr. H. aan de Javalaan te Baarn was woensdagmiddag allang een feit, toen vele vermoeide en doorweekte politiemannen en marechaussees en de hondgeleiders de klopjacht in de kletsnatte bossen rondom Baarn onverminderd voortzetten, ondanks het feit, dat de Baarnse korpschef, hoofdinspecteur G.J. Backer, reeds geruime tijd, voordat het groot alarm in den lande werd ingetrokken, van de arrestatie op de hoogte was.' Alleen al de omvang van zo'n nationaal-dicteezin en het gevoel voor meteorologische details zette de lezer op scherp.

Tegenwoordig wordt onze verbeelding allang niet meer aangesproken. Tekeningen en balkjes zijn ingehaald door onbemantelde foto's en voor het gerechtsgebouw staat een journalist in een regenjas die ons voorkauwt wat er binnen allemaal gebeurt. Niks fictie.

Als het even meezit, zien we de gevangenwagen met het geboefte de rechtbank binnenrijden. En nu mogen we zelfs even helemaal naar binnen. Gedaan met de achterkamertjesrechtspraak! Het recht is echt geworden. Dat hoort bij de Amerikanisering van Europa, bij de openbaarheid van alles en bij de emotie-televisie die we daarbij elke dag aanzetten.

Maar wat we zien blijkt vreemd en ontregelend. Een man die een groet van duizend jaar geleden brengt, die lacht als wij huilen, die huilt om wat wij kinderachtig vinden en die als een oude paus oproept tot de kruistochten. Iemand uit een andere tijd en ruimte. Een marsmannetje. Een middeleeuwer. Toerekeningsvatbaar? Ontoerekeningsvatbaar? Hij lijkt me in de eerste plaats een gevaarlijk anachronisme.

Eens zien hoe-ie zich als hedendaags mens heeft weten te vermommen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden