Rechtszaak tegen Wilders bepaalt grens uitingsvrijheid

Volgende week begint de strafzaak tegen PVV-leider Geert Wilders. Hij is niet de eerste politicus die zich voor de strafrechter moet verantwoorden voor wat hij heeft gezegd. Opmerkelijk aan de zaak is dat Openbaar Ministerie niets voelde voor strafvervolging. Het werd daartoe gedwongen door het gerechtshof in Amsterdam. Dat heeft zich daarmee blootgesteld aan flink wat kritiek. Het hof zou zich mengen in een politiek debat. Van welk delict wordt de volksvertegenwoordiger beschuldigd? Wat is zijn verweer? Wat zijn zijn kansen? Welke straf kan de PVV-leider krijgen? De zaak-Wilders in 9 vragen.

1. Waarvoor staat Wilders terecht?

Voor twee misdrijven: haatzaaien en groepsbelediging. Hij zou via de media hebben aangezet tot discriminatie van- en haat tegen moslims. Daarnaast zou hij hen als groep hebben beledigd, door de islam te vergelijken met het nazisme.

In de 22 pagina’s tellende dagvaarding staan tientallen uitspraken van de PVV-leider opgesomd. „Ik heb genoeg van de Koran in Nederland: verbied dat fascistische boek!”, zei hij bijvoorbeeld in de Volkskrant. En in De Pers: „De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in.” Verder in de Volkskrant: „De Koran is het Mein Kampf van een religie die beoogt anderen te elimineren”. Ook Wilders’ film ’Fitna’ zou aanzetten tot haat tegen moslims.

2. Wat is de maximale straf die hij kan krijgen?

Op groepsbelediging (artikel 137c wetboek van strafrecht) staat een maximale straf van een jaar cel, evenals op haatzaaien (artikel 137d). Samen levert dat iets minder dan twee jaar op, omdat je straffen niet zomaar bij elkaar mag optellen. Maar zo’n vaart zal het waarschijnlijk niet lopen.

3. Een Kamerlid is toch onschendbaar?

Parlementariërs kunnen worden vervolgd voor wat zij buiten het parlementaire debat zeggen. In 1999 moest bijvoorbeeld Leen van Dijke (RPF/ChristenUnie) voor de rechter verschijnen, omdat hij in het weekblad Nieuwe Revu homoseksuelen op één lijn stelde met dieven. Hij werd vrijgesproken. Drie jaar eerder werd Kamerlid Hans Janmaat (Centrumpartij) veroordeeld. Hij zette aan tot haat tegen buitenlanders.

In de rechtszaak tegen Geert Wilders zal zijn status als politicus wel een rol gaan spelen. Juist in de politieke arena zijn de grenzen van de vrije meningsuiting zeer ruim. Volgens Europese rechtspraak zijn in het politiek-maatschappelijk debat grievende of schokkende uitspraken toegestaan. Maar er zijn grenzen: onnodig kwetsen mag niet. Politici moeten, juist omdat zij zo belangrijk zijn in het debat, verantwoord omgaan met die ruime uitingsvrijheid.

4. Wie heeft besloten dat Wilders voor de rechter moet komen?

Tientallen mensen hebben aangifte gedaan tegen de politicus. Het Openbaar Ministerie concludeerde dat Wilders niks strafbaars had gedaan. Zaak gesloten, zou je zeggen. Maar degenen die aangifte hadden gedaan (onder meer de stichting Nederland Bekent Kleur en de advocaten Gerard Spong en Els Lucas) dienden daartegen een klacht in bij gerechtshof. Dat kan op grond van artikel artikel 12 van het wetboek van strafvordering. Een jaar geleden, zeer onverwacht, kregen de klagers gelijk. Of het Openbaar Ministerie dat nu wil of niet, het gerechtshof vindt een rechtszaak tegen Wilders nodig.

5. Waarom wil het hof Wilders laten vervolgen en wilde het OM dat niet?

Van het Openbaar Ministerie mocht de PVV-leider zijn anti-islam uitlatingen doen, juist ómdat hij een politicus is. In het politiek-maatschappelijk debat mag je veel zeggen.

Maar het gerechtshof zag in het politieke karakter van Wilders’ boodschap geen rechtvaardiging. Daarbij wees het hof op de geschiedenis van het wetsartikel over haatzaaien. Dat is in het leven geroepen in de jaren dertig van de vorige eeuw om haatcampagnes van politieke partijen tegen andersdenkenden (joden, christenen, kapitalisten) tegen te gaan. Bovendien stelde het hof: politici zijn in het verleden wel voor minder vergaande uitspraken veroordeeld, zie Hans Janmaat.

Het gerechthof vond de teksten van Wilders wel degelijk beledigend voor moslims, en ook opruiend. Het hof heeft Wilders’ uitlatingen meer in hun samenhang en context bekeken dan het OM deed, en ook gekeken naar de wijze waarop Wilders zijn mening presenteert. Wilders’ uitlatingen zijn volgens het hof ’naar hun uiterlijke verschijningsvorm kennelijk erop gericht om bij de Nederlandse bevolking conflictueuze tweespalt te veroorzaken ten opzichte van de islamitische bevolkingsgroep, om de Nederlandse bevolking jegens die groep gelovigen tot discriminatie, intolerantie, minachting en vijandschap te bewegen alsmede hun angst aan te jagen’.

En, zo vond het hof: Wilders beledigt door de Koran te vergelijken met Mein Kampf niet alleen de Islam, maar ook alle moslims. Want: „De context van Wilders’ uitlatingen maakt zichtbaar dat hij voortdurend een relatie legt tussen de islam en de aanhangers van het islamgeloof (zoals: ’Ik heb genoeg van de islam: geen moslimimmigrant er meer bij’). Zelfs als Wilders die relatie niet zo nadrukkelijk heeft gelegd, kan uit het diskwalificeren en minachten van bepaalde eigenschappen, tradities of symbolen (Allah, Mohammed en de Koran) belediging van een groep mensen worden afgeleid.”

6. Wat zijn de kansen van Wilders?

Toen het hof besloot dat Wilders vervolgd moest worden, vonden velen dat hij daarmee al bijna veroordeeld was. Het hof had zo uitgebreid en stellig betoogd waarom Wilders voor de rechter moest komen, dat de rechtbank die de zaak inhoudelijk behandelt nauwelijks ruimte zou hebben zelf een oordeel te vormen.

Het hof stelde bijvoorbeeld: „Het hof ziet in de wetsgeschiedenis dan ook geen beletsel, integendeel zelfs, om te concluderen dat Wilders zich heeft schuldig gemaakt aan een vorm van haatzaaien die naar Nederlands recht strafbaar is.”

Hoogleraar strafrecht Peter Tak zei daarover in Trouw: „Deze uitspraak van het hof zit zo dichtgetimmerd, dat het voor de onafhankelijke rechter die straks in het proces moet vonnissen, heel lastig wordt met open vizier naar deze zaak te kijken.”

Inmiddels lijken Wilders’ perspectieven verbeterd. In ieder geval bij het delict ’groepsbelediging’ heeft hij een sterkere zaak. Dat komt door een recente uitspraak van de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland. Die sprak in maart 2009 een man vrij die een poster voor zijn raam hing met de tekst: ’Stop het gezwel dat islam heet’.

De man moest, net als Wilders, terechtstaan voor groepsbelediging. Maar de Hoge Raad bepaalde in die zaak dat wie een geloof beledigt, daarmee niet automatisch ook de aanhangers van dat geloof beledigt.

Die uitspraak van de hoogste rechter was dus goed nieuws voor Wilders. Dat zag de Hoge Raad zelf ook in: in het persbericht dat hij aan de zaak wijdde, werd meteen het verband gelegd: „De uitspraak van de Hoge Raad betekent dat de rechter die eventueel over een tenlastelegging op dit punt in de zaak tegen Wilders moet gaan oordelen, zal moeten onderzoeken of een uitlating onmiskenbaar slaat op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen.”

Met deze zin benadrukt de Hoge Raad dat de uitlatingen van Wilders alleen een ’groepsbelediging’ kunnen zijn als ze over een groep mensen gaan, en niet slechts over een godsdienst. Dat zal een cruciale vraag worden in de zaak-Wilders: beledigt hij de islam, of beledigt hij de moslims? Overigens is het zeer opmerkelijk dat de Hoge Raad in een persbericht zo expliciet ingaat op een zaak die nog moet plaatsvinden bij een lagere rechter.

Maar, helaas voor Wilders, een paar maanden na de uitspraak van de Hoge Raad, in juli vorig jaar, volgde een voor hem minder gunstige rechterlijke uitspraak. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat de Belgische rechter terecht een Waalse parlementariër had veroordeeld die zich in toespraken en pamfletten met ferme woorden tegen de islamisering van België had gekeerd. Het Europese hof vond sociale vrede en politieke stabiliteit belangrijker dan de vrije meningsuiting, en oordeelde dat juist politici niet mogen oproepen tot haat of discriminatie.

In het proces van Wilders zal veel, zo niet alles afhangen van de houding van het Openbaar Ministerie. Is het OM nog steeds van mening dat Wilders de wet niet heeft overtreden? Dan zal het vrijspraak vragen. Of conformeert het zich aan de visie van het gerechtshof? Dan zal het een veroordeling eisen.

7. Hoe lang gaat het proces duren?

Woensdag beginnen de inleidende beschietingen. Wilders’ advocaat, Bram Moszkowicz, heeft om te beginnen bewaar gemaakt tegen de dagvaarding. Hij vindt dat zijn cliënt helemaal niet terecht zou moeten staan voor groepsbelediging en beroept zich daarbij op de al eerder aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad. Die maakt de dagvaarding van Wilders onjuist, vind Moszkowicz. Aanstaande woensdag buigt de rechtbank zich over dat bezwaar in een besloten zitting.

Als het bezwaar wordt verworpen, volgt op 20 januari de eerste openbare zitting, een zogenoemde ’regiezitting’. Daarin wordt de zaak nog niet inhoudelijk behandeld. Op tafel ligt de vraag hoe de inhoudelijke behandeling plaats zal vinden. Op de regiezitting kunnen het Openbaar Ministerie en Geert Wilders verzoeken om bepaalde deskundigen of getuigen op te roepen. Daarna zal het nog een paar maanden duren voor de zaak inhoudelijk van start gaat. Het proces kan dus zo een jaar duren.

Daarna kan Wilders nog in hoger beroep gaan. Als hij wordt veroordeeld zal hij dat zeker doen. Vervolgens is nog cassatie mogelijk bij de Hoge Raad en Wilders kan ook nog naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om zijn gelijk te halen. Procedures daar kunnen jaren duren.

Als Wilders vrijgesproken wordt, en die mogelijkheid is zeer reëel, kan de zaak snel echter afgesloten zijn. Tenzij natuurlijk het Openbaar Ministerie in de overwegingen bij het vonnis nog aanleiding zou zien om hoger beroep in te stellen.

8. Wat is Wilders’ verweer?

Toen het gerechtshof begin 2009 moest oordelen over de vraag of Wilders zou moeten worden vervolgd, mocht de PVV-leider zelf ook zijn verhaal doen. Hij zei toen onder meer: „Voorop staat dat niemand boven de wet staat. Ik vind echter wel dat een politieke discussie in de politieke arena gevoerd moet worden, in de Tweede Kamer en dus niet in de rechtszaal. Er hebben bij de afgelopen verkiezingen een half miljoen mensen op mij en mijn partij gestemd en ik kom op voor de belangen van die burgers. Datgene wat ik doe vloeit rechtstreeks voort uit mijn partijprogramma, op grond waarvan die mensen mij en mijn partij hun stem hebben gegeven.”

„In het politieke debat ben ik helder, stevig, fel en soms hard. Ik stel me daarbij altijd één doel en dat is: blijf binnen de kaders van rechtsstaat en wet. Dat is voor mij essentieel. Daar staat tegenover dat ik nu al vier jaar mijn vrijheid kwijt ben, vanwege lieden die zich niet aan de wet willen houden. Ik vind dat ik de ruimte heb en moet krijgen om te zeggen wat ik wil, waarbij ik me realiseer dat des te uitgesprokener je bent, des te meer reacties je – zowel in positieve als in negatieve zin – krijgt. Als volksvertegenwoordiger vind ik echter dat je alles moet kunnen voorstellen.”

„Een voorbeeld is het voorstel dat ik heb gedaan om artikel 1 uit de Grondwet te schrappen. Wanneer zelfs een volksvertegenwoordiger dat niet kan, dan kan niemand het. Natuurlijk hoort daarbij een fel debat, maar wanneer een volksvertegenwoordiger de mogelijkheid ontnomen wordt alles voor te stellen wat hij wil, dan is een parlementaire democratie een wassen neus.”

„Ik hecht er aan om u te zeggen dat ik niets tegen mensen heb. Ik heb niets tegen groepen mensen en ik heb ook niets tegen moslims. In het verleden heb ik alle Islamitische en Arabische landen bezocht en ben daarbij altijd prachtige en vriendelijke mensen tegen gekomen. Wat ze gemeenschappelijk hadden is dat ze allemaal moesten lijden onder dictatoriale regimes en ik heb in die landen dan ook gevochten tegen de vervolging van journalisten, intellectuelen en vrouwen. Ook in Nederland heb ik moties ingediend met de strekking om homoseksuele moslims te beschermen en het tuig aan te pakken dat daags na de moord op Theo van Gogh moskeeën in brand stak. Dit soort dingen komen echter niet in de media.”

„Discriminatie en haat zijn in mijn ogen scheldwoorden. Ik vind het dan ook gênant dat ik me telkens daartegen moet verweren. Ik heb – als gezegd - echter niets tegen moslims, maar wel tegen de islamitische ideologie. Ik zie dat als een groot gevaar. Dat ik dat tot een probleem maak is niet een juridische spitsvondigheid om strafbaarheid te ontlopen, maar iets dat ik meen. Het gaat namelijk ten koste van onze vrijheid omdat het niets anders duldt dan de islam. Het staat geweld toe en in sommige gevallen gebiedt het dat zelfs. „Mijn overtuiging is al met al dat ik binnen de kaders van de wet ben gebleven.”

9. Is dit een politiek proces?

Wilders vindt van wel: „Ik word vervolgd vanwege mijn politieke overtuiging. De vrijheid van meningsuiting balanceert op de rand van de afgrond. Als een politicus geen kritiek mag geven op een ideologie, is het einde zoek. Dat betekent het einde van onze vrijheid.”

Volgens sommigen is het gerechtshof buiten zijn boekje gegaan door de vervolging van Wilders te gelasten. Het hof zou zich hiermee op het terrein van de politiek begeven. Historicus Frank Ankersmit schreef vorige week in Trouw: „Het is niet de taak van de rechter om een nieuw, door hem gewenst regime te scheppen in hoe burgers zich tot elkaar verhouden. Dat is allereerst een zaak voor het publieke debat, dat later al dan niet zal uitkristalliseren in politieke besluitvorming. De rechter hoort dat af te wachten.”

Het hof zelf ziet dat anders, het schreef in zijn beslissing over de vervolging van Wilders: „Het hof komt tot de conclusie dat de wijze waarop het maatschappelijk debat verloopt over controversiële kwesties, zoals de immigratie- en integratiepolitiek, weliswaar in principe niet tot het terrein van het recht behoort, maar dat dit anders wordt als fundamentele grenzen worden overschreden. Dan komt ook het strafrecht in beeld.”

De komende maanden zal blijken waar die fundamentele grenzen liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden