Rechts regeert prima maar Esten gaan links stemmen

TARTU - In Estland worden morgen voor de tweede maal sinds de in 1991 herkregen onafhankelijkheid parlementsverkiezingen gehouden. Volgens de opiniepeilingen zal er een machtsverschuiving plaatsvinden naar links waardoor de huidige coalitie buiten spel zal worden gezet.

PIET BOEREFIJN

De politieke verhoudingen drieëneenhalf jaar nadat Estland onafhankelijk werd, zijn nog broos en ondoorzichtig. De meest noordelijke Baltische republiek met anderhalf miljoen inwoners kent maar liefst 30 politieke partijen en 13 onafhankelijke kandidaten. Na de vorige verkiezingen in 1992 zijn politici overgestapt, opgestapt en partijen gefuseerd, opgesplitst, opgeheven of van naam veranderd. De belangrijkste problemen die een nieuwe Estische regering moet oplossen zijn de groeiende inkomensongelijkheid en criminaliteit.

De centrum-rechtse regering onder leiding van de Vaderlandspartij heeft het in veel opzichten niet slecht gedaan. De meest in het oog lopende gebeurtenissen waren het vertrek van de Sovjet-troepen in augustus vorig jaar en de doorvoering van een economische shock-therapie. Om de vastgelopen planeconomie te hervormen gaf de regering absolute prioriteit aan marktkrachten waardoor Estland binnen korte tijd het meest westers georiënteerde en liberale land van Oost-Europa werd. Overheidsbemoeienis werd geminimaliseerd, uitgaven gereduceerd, subsidies en prijscontrole afgeschaft, importbelemmeringen opgeheven, bedrijven en woningen geprivatiseerd en onroerend goed aan vooroorlogse eigenaren teruggegeven. Deze economische revolutie heeft Estland geen windeieren gelegd. Schaarste en stagnatie zijn omgeslagen in een overvloedig aanbod van consumptiegoederen, dynamiek en grote mogelijkheden voor mensen met initiatief. Vorig jaar steeg het BNP met 4%, daalde de inflatie tot 47%, verdubbelden de buitenlandse investeringen en groeide de buitenlandse handel met 70%. De Amerikaanse ambassadeur sprak van een Wirtschaftswunder en voor 1995 voorspelt de Duitse Bank dat de Estische economie de snelstgroeiende van Europa zal zijn.

Toch kreeg de regering veel kritiek doordat de levensstandaard afnam voor diegenen die zich niet aan de nieuwe omstandigheden konden aanpassen. Maar het is niet zozeer de stijging van reële armoede waardoor veel mensen ontevreden zijn, maar veel meer de ervaren armoede. Door de enorme toename van rijkdom van sommigen en de plotselinge confrontatie met de welvaart van het nabije Finland en Zweden, zien veel Esten hun achterstand en willen ook een deel van de koek.

Voormalige gematigde communisten als Arnold Rüütel, Tiit Vühi en Edgar Savisaar spelen handig op dit gevoel in en beloven verhoging van de sociale uitgaven en verbetering voor de kansarmen: bejaarden, boeren en laaggeschoolde arbeiders. Toch beseffen ook zij dat Estland het zoveel beter doet dan andere voormalige Sovjet-republieken en dat verdergaande integratie in westerse economische en veiligheidsstructuren noodzakelijk is. Daarom zullen zij, indien zij aan de macht komen, het huidige beleid in grote lijnen continueren.

Deze linkse politici moeten het opnemen tegen de hervormingsgezinde Siim Kallas. Kallas is directeur van de Bank van Estland en wordt gezien als de vader van de Estische kroon. Direct na de Estische onafhankelijkheid ijverde hij voor de invoering van een eigen munt om zodoende de Estische economie af te schermen van de gierende inflatie die met het gebruik van de Sovjet-roebel samenging. De plannenmakers werden echter door zowel het IMF als de Wereldbank voor gek verklaard omdat Estland veel te afhankelijk zou zijn van handel met de voormalige Sovjet-Unie en de invoering van een eigen munt het land zou isoleren. Toch zette Kallas door en hij kreeg gelijk. De kroon werd een groot succes want de inflatie werd onder controle gebracht, de handel met Zweden en Finland explodeerde en veel buitenlandse investeerders kwamen op het relatief stabiele Estland af. Het IMF en de Wereldbank herzagen hun mening, feliciteerden Kallas met het resultaat en weldra zouden ook Letland en Litouwen het Estische voorbeeld volgen. Ruim 2,5 jaar na de introductie is de kroon nog steeds keihard en gaat het prima met Estland.

Trots

Veel Esten zijn zich bewust van dit succes, zijn trots op hun kroon en hebben vertrouwen in de Hervormingspartij van Kallas.

Nieuw is “Ons Huis is Estland”, een samenwerkingsverband van drie partijen voor Russischsprekende Esten. Ongeveer 17% van de 400 000 Russischtaligen in Estland is Estisch staatsburger en kan stemmen. De rest heeft een verblijfsvergunning en geen stemrecht. Voor het verkrijgen van het Estische staatsburgerschap moet iemand minimaal twee jaar in Estland hebben gewoond en 1500 woorden Estisch kennen, een moeilijke taal die erg op Fins lijkt. 'Ons Huis is Estland' zal de kiesdrempel van vijf procent waarschijnlijk niet halen. Veel Russischtalige Esten hebben bij opinie-onderzoeken te kennen gegeven niet geïnteresseerd te zijn in politiek en niet te zullen stemmen. Of wel, maar dan niet op 'Ons Huis is Estland'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden