Rechter moet van advocaat afblijven

Een advocaat moet kunnen zeggen wat hij wil. Zijn positie is anders dan in landen met juryrechtspraak.

Peter Tak ergert zich aan onbeschofte advocaten en vindt dat deze niet alleen – zoals nu – op hun kop moeten kunnen krijgen van de Raad van Discipline, maar ook gestraft moeten kunnen worden door de rechter in de zaak waarin hij zich misdraagt. Hij verwijst daarbij naar de praktijk in het Verenigd Koninkrijk en in de VS en vindt dat het parlement in actie moet komen met nieuwe wetgeving.

Het is teleurstellend dat emeritus hoogleraar strafrecht Tak, die toch zijn sporen heeft verdiend in de rechtsvergelijking, zo makkelijk voorstelt om iets dat hem kennelijk bevalt in een ander rechtsstelsel over te planten naar het Nederlandse recht.

Het probleem is dat de positie van zowel rechters als advocaten in het Engelse en Amerikaanse recht totaal verschillend is van die in het continentaal Europese strafrecht. In het Verenigd Koninkrijk en de VS bouwt elke partij, politie en openbaar ministerie voor de staat en de advocaat voor de verdachte, zijn eigen ‘zaak’ op en verzamelt daartoe bewijs. Hij roept getuigen op en ondervraagt die en brengt zo nodig stukken in. Dat gebeurt allemaal mondeling ten overstaan van een rechter en de jury.

De rechter heeft de functie van verkeersregelaar: hij geeft partijen wel of niet het woord, staat verzoeken wel of niet toe. Hij neemt geen beslissing over schuld of onschuld van de verdachte, dat doet de jury. De rechter zorgt alleen dat de jury op een fatsoenlijke manier wordt voorgelicht door partijen.

In deze stelsels, waarin aan de advocaat oneindig veel meer bevoegdheden toekomen dan bij ons, wordt de advocaat officer of the court genoemd, hij maakt tot op zekere hoogte deel uit van de rechterlijke macht. De consequentie is dat hij ook door de rechter op de vingers kan worden getikt als hij het te bont maakt.

Bij ons – en in de andere landen van het Europese continent – is de positie van de advocaat met betrekking tot het bewijs veel marginaler. Het bij elkaar zoeken van de feiten is in principe de taak van politie en officier van justitie, die dat wat zij hebben in een dossier stoppen, dat vervolgens de basis is van de rechtszaak.

De advocaat heeft hier vooral tot taak kritiek te leveren op het door de tegenpartij samengestelde dossier, en daar kan hij met mate en als de rechter het goed vindt wat aan toevoegen. Zijn inbreng is beperkt ten aanzien van de feiten. De advocaat heeft in de eerste plaats een controlefunctie. De rechter daarentegen heeft veel meer macht, hij oordeelt over de schuld of onschuld van de verdachte.

Het eenvoudige schema van twee gelijke partijen met een scheidsrechter daarboven om de procedure te bewaken en een jury die beslist bestaat bij ons niet. Het openbaar ministerie is veruit de machtigste partij en de rechter heeft minder afstand tot het openbaar ministerie. Toch willen wij in beide stelsels dat de rechter onafhankelijk is.

Een van de taken van de advocaat bij ons is die onafhankelijkheid van de rechter te bewaken. Dat uit zich soms in wrakingsverzoeken (zie Trouw van gister). Dat is voor de rechter niet prettig, maar het hoort erbij. Een rechter die een kritische advocaat de mond kan snoeren, kan de schijn op zich laden dat hij maar een deel van de waarheid wil horen om bepaalde beslissingen niet te hoeven nemen.

Wij willen ook in beide stelsels dat er advocaten zijn om de verdachte te verdedigen. Dat is een elementaire eis van een eerlijk proces. Een advocaat in Nederland heeft veel minder bevoegdheden en hij is dan ook geen officer of the court. Dat betekent ook dat de verdediging als instituut – net als de rechterlijke macht – het moet hebben van haar onafhankelijkheid.

Vanuit de rechtsorde bezien is de functie van de advocaat immers om het proces te legitimeren, zonder verdediging zou het ook zonder proces kunnen, sluit iedereen gewoon maar op zodra de politie vindt dat iemand iets strafbaars heeft gedaan. Dat willen we niet meer.

In de Anglo-Amerikaanse rechtsstelsels legitimeert de verdediging het proces door haar inbreng in de feiten, in ons rechtsstelsel legitimeert de advocaat het proces door zijn controlefunctie met de daarmee noodzakelijk verbonden onafhankelijkheid, ook zijn onafhankelijkheid van de rechter die de beslissingen neemt.

Daarom moet de advocaat kunnen zeggen wat hij wil en – als hij het te gek maakt – alleen berispt kunnen worden door de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten. Overigens doen aan die tuchtrechtspraak in hoger beroep ook rechters mee, maar juist niet de rechters die zich hebben te beklagen over de advocaat in kwestie. Dat moet vooral zo blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden