Rechten minderheden zijn ieders probleem

De grondwet verbiedt discriminatie. Als mensen daar van af willen heeft de hele samenleving een probleem.

Een ’volledige immigratiestop voor mensen uit islamitische landen’ eist de PVV in haar verkiezingsprogramma. En daarnaast: etnische registratie, sluiting van islamitische scholen, een bouwstop voor moskeeën.

Voor moslims niet leuk, zulke discriminatie van hun godsdienst, maar wel een geruststelling dat die leuzen nog lang niet vertaald lijken te zijn in de wetten van het land. Artikel 1 van de Grondwet beschermt immers tegen alle vormen van discriminatie.

Maar de Grondwet moet wel voortdurend worden waargemaakt. In Zwitserland faalde die bescherming toen vorig jaar een volksinitiatief werd aanvaard om hun Artikel 72 (over Kerk en Staat) aan te vullen met de bepaling ’De bouw van minaretten is verboden’. Het was een collectief discriminerende wijziging van de Grondwet. Hét argument dat mij door Zwitserse broeders en zusters toen werd voorgehouden is dat ze zo hun kleinkinderen beschermen tegen de islam. Niet helemaal te volgen, maar in de hele discussie over de islam in Europa overheersen allang niet meer verstand en recht.

De religieuze kwesties die recent aan de orde zijn gesteld – zoals een nieuwe moskee bij Ground Zero – zijn nauwelijks een serieuze bedreiging van de godsdienstvrijheid. Veel ernstiger is de minderheidsproblematiek die ermee samenhangt: collectieve discriminatie van moslims.

De rechten van de mens zijn door de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog als groot project in gang gezet. Bij die rechten volgt het discriminatieverbod onmiddellijk op de algemene bepaling over vrijheid, gelijke waardigheid en voor allen gelijke rechten.

Ook in de Nederlandse Grondwet staat het verbod tot discrimineren voorop, niet alleen naar godsdienst maar ook naar politieke gezindheid. Of de islam een godsdienst is of ’politieke ideologie’ maakt dus niets uit.

Handhaving van het discriminatieverbod is een internationale plicht. Het Zwitserse parlement zag dat anders. Want, stelden de parlementariërs, dat verbod wordt in ’islamitische’ landen ook niet nageleefd. Alsof het onwetmatig handelen van andere staten eigen schendingen van het volkenrecht wetmatig maakt.

De PVV stelt vele eisen waarvoor de wet of de Grondwet veranderd zou moeten worden, inclusief artikel 1 en het non-discriminatieverbod. Gezien de vereiste tweederde meerderheid zal dat niet gaan gebeuren. Een verklaarbare reactie is dan ook: ’Waar maken we ons druk over?’ Eén op de zes Nederlanders stemt op een partij die van alles wil wat in strijd is met de democratische rechtsorde. Nu ja; dat is dan zo. Dat probleem hadden we indertijd met de CPN ook, zij het in kleinere proportie.

Het verschil met toen is dat veel mensen zich gekrenkt en vernederd voelen door het PVV-programma en de manier waarop met name hun godsdienst voortdurend wordt weggezet als achterlijk en gevaarlijk. Nu die partij dichter bij de politieke macht komt, voelen deze medeburgers zich belaagd.

CDA en VVD bezigen twee argumenten om toch met de PVV in zee te gaan. Het eerste is dat het slechts gaat om een ’gedoogakkoord’. Ja, maar intussen wordt die beweging wel verbonden met de politieke macht.

Het tweede vooral binnenskamers gebruikte argument is dat Wilders met zijn PVV moet worden ingekapseld. Systematische discriminatie van moslims wordt zo niet ingekapseld maar gelegitimeerd.

De grootste zorg vandaag ligt dan ook niet in de wetten en regelingen maar in de mentaliteit van waaruit mensen elkaar te lijf gaan. Het recht op gelijke behandeling en bescherming tegen discriminatie vraagt bovenal een in de hele maatschappij gewortelde mentaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden