Recht op nuttigheid

We moeten de Verzorgingsstaat opnieuw uitvinden. Dat stelt de Franse auteur Pierre Rosanvallon in zijn nieuwste boek. Het is tijd om een nieuwe sociale kwestie te erkennen: de positie van de uitgeslotenen uit het economische leven. De uitkeringen leverende, passieve verzorgingsstaat lijkt het probleem eerder te verzwaren dan op te lossen. Dr. W. Albeda is hoogleraar sociaal-economisch beleid aan de Rijksuniversiteit Limburg.

Maar de massawerkloosheid, vooral de langdurige werkloosheid, brengt een wezenlijke verandering in het systeem. Als het er op aan komt, vervaagt de grens tussen de sociale verzekering en de sociale voorzieningen. In plaats van de zelfbetaalde sociale verzekering groeien de voorzieningen, die slechts uit de algemene middelen te betalen zijn.

Op die manier komt er een scheiding tussen het economische (inkomen is het resultaat van de bijdrage tot de produktie) en het sociale (iedereen heeft recht op inkomen); een scheiding die groeit naar een tegenstelling, die ons probleem vergroot.

Terwijl het ontvangen van een uitkering in de aanvang neerkwam op het realiseren van het verzekeringscontract, is dat in meer en meer gevallen een fictie geworden. In wezen hangt het recht op een inkomen, ook wanneer werken niet mogelijk is, samen met het burger zijn. Interessant is, dat in veel landen na de tweede wereldoorlog de instelling van de sociale zekerheid gezien werd als een directe honorering van het gezamenlijk gedragen leed in de oorlog. De burger, die bereid was voor het vaderland te sterven, had er recht op dat het vaderland in geval van nood voor hem zou zorgen.

Die min of meer verheven motivering voor de verzorgingsstaat zien we niet meer. Onze samenleving wordt ethisch gezien steeds duidelijker schizofreen. We laten een oprecht medelijden met de ellende van de wereld vredig co-existeren met een ongeremde verdediging van verkregen rechten. In wezen is daarom de verzorgingsstaat slechts te reconstrueren wanneer we ook het 'bij een gemeenschappelijke wereld horen' reconstrueren.

Maar hoe kun je de solidariteit reconstrueren? Het gaat er nu boven alles om, de uitsluiting van mensen uit de arbeidsmarkt en daarmee uit de actieve gemeenschap, te elimineren. Het helpt niet om de verzorgingsstaat selectief te maken, door zoveel mogelijk uitkeringen afhankelijk te maken van het behoefte-criterium. Het gaat er om passieve uitgaven om te zetten in actieve. Het gevaar is anders levensgroot dat we in de praktijk de uitsluiting gaan bekostigen (de mensen afkopen met een uitkering).

De logische oplossing lijkt dan het invoeren van een basisinkomen voor iedereen. Rosanvallon voelt hier (anders dan ik zelf bijvoorbeeld) niet voor. Hij ziet in het basisinkomen niet een startpunt voor een nieuwe verzorgingsstaat, maar veeleer het perverse en paradoxale eindpunt van de verzorgingsstaat. Immers legt men zich zodoende neer op de absolute scheiding tussen de economie en het sociale, door het inkomen geheel los te maken van het economisch bezig zijn.

In wezen verwerpt hij het idee van een eenzijdige afhankelijkheid van een categorie burgers. Eigenlijk moet er altijd tweezijdigheid zijn; tegenover een inkomen moet een prestatie staan. Liever spreekt hij van een “recht op nuttigheid” dan van een recht op inkomen. Het wezenlijke probleem is niet dat van het inkomen, maar dat van de entree van de buitengeslotenen tot de wereld van de produktie.

Is er een mogelijkheid om mensen dat recht op nuttigheid, het recht op arbeid, toe te kennen? Het is verhelderend om te zien hoe dit probleem al aan het einde van de achttiende eeuw duidelijk naar voren kwam.

Nee, het zou te simpel zijn om de overheid tot werkgever-in-nood te promoveren. We zullen een smal pad moeten bewandelen om de uitersten van de massawerkloosheid (en de uiteindelijk daaraan verbonden consequentie van massale armoede en tweedeling) en van de staatseconomie te vermijden.

Men komt dan op een systeem, dat men noemt “sociaal van het derde type”, namelijk niet dat van de sociale hulp en ook niet dat van de sociale bescherming (de steun aan wie er recht op heeft). Het gaat er dan om, het geld dat nu voor uitkeringen gebruikt wordt, in te zetten om mensen weer rendabel aan het werk te zetten. Dus niet de “oplossing” van de Sovjets, waarbij men materiële rechten (zoals de garantie van een baan) verkrijgt met als tegenprestatie de onderwerping. Veeleer denkt hij aan het overbrengen van een deel der uitkeringsgelden naar sociale, autonome instanties, die sociale diensten verrichten en daartoe werklozen te werk stellen en belonen. De werkloze zou dus een inkomen hebben dat deels uitkering en deels loon zou omvatten.

Deze uitkomst van Rosanvallons beschouwing valt wat tegen. Onze ervaring met de arbeidspool laat zien, dat zoiets wel mogelijk, maar ook duur en vooral moeilijk grootschalig toe te passen is. Wel wijst zijn beschouwing op de noodzaak, de relatie tussen het economische en het sociale opnieuw te doordenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden