Recht in Den Haag – en in Congo

Een begraafplaats in Bunia, een stadje dat Tremblay aanvankelijk alleen uit de dossiers kent. (FOTO CARL DE KEYSER, MAGNUM,HH)

Soms wint de journalist in Gil Courtemanche het van de romancier. Maar leerzaam is zijn nieuwe roman wel. Daarin ijvert een Canadees in Den Haag voor berechting van een Congolese oorlogsmisdadiger. Maar in Afrika verliest hij zijn engagement.

Aankomend journalisten leren dat zij in hun artikelen antwoord moeten geven op vijf vragen: wie, wat, waar, wanneer, en waarom. De Canadese romanschrijver Gil Courtemanche is van oorsprong journalist. Mogelijk is dat de reden waarom zijn roman ’De wereld, de hagedis en ik’ zo aangenaam concreet is. Courtemanche heeft een scherp oog voor sprekende details, en zijn boek is helder en vrij van elke vorm van zweverigheid.

Hoofdpersoon is de 35-jarige Franstalige Canadees Claude Tremblay, een tobber, al vele jaren gescheiden van zijn oppervlakkige vrouw. Wanneer het verhaal begint, werkt hij als politiek analist voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hij leeft uitsluitend voor zijn werk: de vervolging van de Congolese oorlogsmisdadiger Thomas Kabanga, beschuldigd van het inzetten van kindsoldaten en van verkrachtingen en moordpartijen vanuit zijn hoofdkwartier in Bunia, een provinciehoofdstadje in het oosten van Congo.

In Bunia heeft Tremblay nog nooit een voet gezet, maar hij is een echte dossiertijger, en dankzij alle rapporten en getuigenverslagen die hij heeft doorgeworsteld kent hij het stadje als zijn broekzak.

Hij is op de hoogte, zegt hij, van de moorden die er zijn gepleegd, van de allianties tussen de verschillende gewapende facties, de etnische scheidslijnen en de smokkelnetwerken, hij kent zelfs de namen en de tarieven van de plaatselijke prostituees. Inzet van het geweld tussen de Hema- en de Lendustam in Bunia is vooral de grondstof coltan, een materiaal dat nodig is voor de fabricage van iPods, blackberry’s en smartphones.

Afrika en de politieke problemen waarmee het worstelt, hebben al vele jaren de warme belangstelling van Courtemanche. Hij reisde er regelmatig heen voor reportages, en zijn zeer succesvolle, ook verfilmde, debuutroman, ’Een zondag aan het zwembad in Kigali’, speelt zich af tegen de achtergrond van de genocide in Rwanda.

Altijd hebben zijn boeken een didactisch element: de schrijver behandelt graag een verwaarloosd of ingewikkeld probleem, van politieke of – in zijn vorige roman, over euthanasie – van morele aard. In dit nieuwe boek keert de schrijver terug naar zijn oude liefde Afrika, dat hij vaardig, maar wat oppervlakkig contrasteert met het kille en regenachtige Nederland.

Het verblijf in Den Haag bevalt Tremblay maar matig. Zijn collega’s hebben allemaal in de stad een comfortabel appartement gehuurd, maar hij woont in een kneuterig hotelletje. Van daaruit observeert hij de bewoners van zijn gastland: „Nederlanders zijn lawaaiig, vulgair en onbeleefd. Gelukkig werken er ook immigranten in de winkels en cafés. Indonesiërs, Sumatranen en Surinamers, die warm en stralend glimlachen – maar wel allemaal dat gruwelijk barse, gutturale taaltje praten.” Uit de boeken van Hella Haasse, van ’de herrieschopper Jeroen Brouwers’ en van Harry Mulisch die hij leest, maakt Tremblay op dat „de Nederlandse glimlach niet bestaat, het is een spierkramp die je op de handelsschool krijgt aangeleerd”.

Bij de research voor zijn roman is Courtemanche, die momenteel zelf in Den Haag als verslaggever de hoorzittingen van het internationale strafproces over Congo bijwoont, in elk geval wat de Nederlandse literatuur betreft niet over één nacht ijs gegaan.

Op zijn hotelkamer kijkt Tremblay terug op zijn leven, zijn jeugd, en zijn inmiddels overleden, ooit revolutionair gezinde ouders, die later werkten als ambtenaar en pr-adviseur. Ook zelf heeft Tremblay in zijn jeugd een korte revolutionaire periode gekend, culminerend in een knullige aanslag op een vestiging van McDonald’s. Daaraan deed hij eigenlijk vooral mee op instigatie van Maria, een Chileense revolutionaire die hem erotische gunsten verleent.

Later nam hij afstand van de revolutie. Hij studeerde rechten en promoveerde, maar „hoe meer ik me in het recht verdiepte, hoe vaker ik me afvroeg of het niet vaak de grootste vijand van rechtvaardigheid was”.

Twee gebeurtenissen komen Tremblay’s saaie maar gedreven leven verstoren: onverwacht wordt de overduidelijk schuldige Kabanga wegens een vormfout vrijgesproken, en Tremblay krijgt, nauwelijks minder onverwacht, een relatie met Myriam, een Ethiopische collega.

Zijn beroepsleven stort in, maar zijn privéleven bloeit op.

Met Myriam besluit hij Kabanga achterna te reizen naar Bunia, omdat hij wil weten welk effect de terugkeer van de schurk in het plaatsje teweegbrengt.

Vanaf dat moment, ongeveer halverwege het boek, krijgt de schrijver vleugels. Met het opzetten van een eigen zaak in Bunia wil het, door de fraai beschreven stroperigheid van de plaatselijke gebruiken, niet vlotten. En het samenleven met een mooie vrouw in de tropen is prettig, maar je moet er wel iets bij te drinken hebben. Tremblay wordt snel onverschilliger voor de wereld om hem heen, raakt aan lager wal, en slaagt er steeds minder in zijn greep op de werkelijkheid te behouden. Myriam verlaat hem, een hagedis is het enige gezelschap dat rest.

Courtemanche heeft zijn thema’s – de onbestendigheid van onze keuzes, de willekeur van rechtspraak en de ondoorgrondelijkheid en onverbiddelijkheid van het leven in Afrika voor een buitenstander – helder uitgewerkt, en op overtuigende wijze met elkaar vervlochten. Mooi in het zorgvuldig opgebouwde boek is ook de bijna terloopse wijze waarop hij laat zien hoe belangrijke keuzes in ons leven herhaaldelijk afhangen van een toevallige ontmoeting, of van een al dan niet beantwoorde verliefdheid.

Maar in zijn vorige roman, ’Een mooie dood’, slaagde de schrijver erin zijn personages echt tot leven te laten komen. De personages in ’De wereld, de hagedis en ik’ blijven soms een beetje ledepoppen, illustraties van wat de schrijver wil betogen. Dan wint de journalist het van de romanschrijver. Een leerzaam en tot nadenken stemmend boek is deze roman wèl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden