Recherchetechnieken

Moord met een onbekende dader. De omgebrachte man voetbalde en begeleidde vluchtelingen. Rechercheurs spoeden zich naar het clubhuis van FC Vooruit. Het asielzoekerscentrum laten ze links liggen. Waarom?

Vier top-onderzoekers op justitieel gebied geven in hun studie Recherche Portret antwoord. Rechercheurs hebben de onbedwingbare neiging eerst het bekende, in hun ogen meest succesrijke spoor te onderzoeken. Op de voetbalclub snappen ze precies van de hoed en de rand. Het horen van asielzoekers is een hele soesa met tolken en cultuurverschillen. Wie weet is het bij de FC meteen bingo! Hopen maar. In het centrum hangen ze een opsporingsposter op.

Hangt het recherchewerk aan elkaar van gemakzucht? De wetenschappers hebben ervaren dat rechercheurs juist een enorme drive hebben misdrijven op te lossen. Aan de motivatie ligt het niet, maar de keuzes zijn nogal eens willekeurig. De vier onderzoekers noemen als voorbeeld die zaak waarin een meertje niet werd uitgebaggerd omdat de teamchef 'nog nooit iets zinnigs uit het water had gevist'. Bij een vergelijkbare moordzaak elders in Nederland gingen duikers de plomp in omdat een gezaghebbende rechercheur juist wél eens een moordwapen uit het water had gevist.

De onderzoekers hebben niet alleen bekeken hoe de recherche functioneert bij moord en doodslag, maar ook bij brandstichting, diefstal met geweld, verkrachting, inbraak, mishandeling, ontvoering en gijzeling. Ze volgden ruim 1800 zaken van begin tot eind. Het resultaat leert dat 'heterdaadjes' zelden voorkomen. Het overgrote deel van de zaken komt de politie relatief laat ter ore. Slechts 22 procent van de misdrijven wordt binnen tien minuten bij de politie gemeld. De helft van de misdrijven wordt pas na twee uur of langer onder de aandacht gebracht. Dat is jammer. Hoe langer het duurt dat de politie ter plekke is, hoe kleiner de kans dat de zaak opgehelderd wordt.

De Leidse onderzoeker en mede-auteur Christiane de Poot zegt: ,,Als de recherche binnen een halfuur aan het werk kan op de plaats van het delict, is de kans op opheldering tweemaal zo groot.'' Bekend is dat binnen die tijdsspanne zo'n zestig procent van de daders nog in de buurt is. Getuigen hebben bovendien nog een vers geheugen.

Lang niet alle misdrijven worden 'uitgerechercheerd'. In de onderzochte regio's nam de politie 65 procent van de zaken 'in opsporing'. Klip-en-klaar zaken worden allemaal afgedaan. Ook met bijna driekwart van de 'verificatiezaken', waarbij de dader bekend maar voortvluchtig is, gaat de recherche aan de slag. De andere kwart zijn kansloze zaken.

De recherche blijkt ook actief bij het oplossen van veel de lastiger zaken, waarbij de identiteit van de dader ontbreekt. Van die zaken wordt 80 procent onderzocht. Aanrandingen en berovingen in deze catagorie zijn amper voor onderzoek vatbaar. Als er geen signalement is of een te algemeen beeld van de dader, gaat de zaak op de plank. Daar zijn ze in goed gezelschap van de meest complexe opdrachten, de zogenaamde 'zoekzaken'. Bij deze delicten, waarvan zestig procent niet wordt aangevat, is er geen enkel aanknopingspunt.

Een hopeloos uitziende zaak gaat niet per definitie 'op de plank'. Sommige misdrijven zijn daarvoor ook te schokkend. Bij de zaak van het 'Meisje van Nulde' werd een rompje van een kind bij Strand Nulde in het water gevonden. Drie dagen later spoelde haar hoofdje aan bij de Nieuwe Waterweg. Het rechercheteam greep naar een onorthodox opsporingsmiddel. Een Britse forensisch specialiste in het naboetseren van gezichten maakte een reconstructie van het slachtoffer. Ze concludeerde dat het meisje een spleetje tussen haar voortanden moest hebben gehad. Het kleihoofdje leidde naar haar identiteit en de daders.

Bij de case screening had het 'Meisje van Nulde' net zo goed kunnen afvallen. Dat politiemensen scherp selecteren, is noodzaak. Het meeste recherchewerk is intensief en complex. En duur. Bepalend voor het succes is vooral het begin van het recercheonderzoek. Na aankomst bij de PD (Plaats Delict) zal de politie de plek afbakenen.

vervolg op pagina 11

Rechercheurs volgen hun intuïtie

RECHERCHETECHNIEKEN

vervolg van pagina 9

Hier kan het al dramatisch misgaan. De auteurs kwamen tegen dat iemand uit piëteit een deken over het slachtoffer had gelegd, een sporen verwoestende handeling. De eerste agent die arriveert, moet de situatie beslist niet veranderen, maar nauwgezet vastleggen. Stond de deur open? Hoe rook het? Tot de technische recherche arriveert, luidt het principe: overal van afblijven. Terwijl de technische recherche bezig is, leggen de tactisch rechercheurs zoveel mogelijk vast. Hun taak is het verhaal van de misdaad te reconstrueren.

De rol van de technische recherche wordt nogal overschat, menen de auteurs: ,,In twee procent van de zaken leidt dit onderzoek naar een verdachte''. Dat komt omdat er wel duizenden vingerafdrukken in het zogeheten 'Havank-systeem' zitten, maar dat veel daders zich daarvan bewust zijn. Er is ook een databank met DNA bij het gerechtelijk laboratorium NFI. Maar daarin zitten alleen gegevens van al eerder veroordeelde daders.

Van levenbelang voor het slagen van de opsporing is de snelheid waarmee het onderzoek wordt begonnen. Van de eigen speurneus hoeven de rechercheurs het in eerste instantie niet te hebben. ,,Waarnemingen van de politie droegen slechts in twee van de honderd gevallen bij tot het vinden van de dader'', concludeerden de vier onderzoekers. Beter kan de politie meteen een buurtonderzoek houden en zoveel mogelijk getuigen, familie en relaties horen.

Auteur en rechtspsycholoog Peter van Koppen: ,,Dat neemt niet weg dat politiekennis in die fase van doorslaggevende betekenis kan zijn''. Hoe gedraagt zich een dader en waar gaat ie naar toe? In bijna de helft van de zaken zorgde dat soort politiekennis voor de finale oplossing. Maar politiekennis kan ook averechts werken.

Hoewel de politie zich er doorgaans niet in herkent, zitten er nogal wat scènes in misdaadseries die wel degelijk realistisch zijn. Inderdaad krijgt het team een briefing in de ochtend. Van heel breed gaat het rechercheteam 'trechteren': specifieker een spoor volgen. De rechercheurs zetten taps, observeren verdachten, trekken alibi's na en verwerken informatie van de criminele inlichtingendienst. Analisten 'veredelen' vervolgens het bewijs door relatieschema's te maken. Bij de lunch, in de sportschool, bij het handenwassen op het toilet, nemen de rechercheurs informeel de zaak nog eens door.

Een wat chaotisch geheel, dat politiechefs en ervaren rechercheurs graag zo willen houden. Strakke protocollen zijn funest voor de inventiviteit van de speurders. ,,Daardoor wordt heel wat gemist'', weet onderzoekster De Poot. Neem het voorbeeld van de moord op de voetballer. Weken later kan alsnog een tip binnenkomen dat een asielzoeker wel eens meer kan weten. Maar dan blijkt de asielzoeker al te zijn uitgezet of vertrokken. ,,Het is echt mogelijk bij recherchewerk het geluk beter af te dwingen'', concludeert Poot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden