Recept voor levenafdwinger

God, wat is sterfelijk zijn toch moeilijk. Dochter en advocate van de patiënt die 'levensverlenging eist' krijgen uren spreektijd voor hun verontwaardiging.

Selma Schepel

Automatisch roept dit krampachtig klemmen aan kwijnend leven de beroemde sterfscène op van Socrates, uit Plato's Faedo, zo ongeëvenaard mooi en troostrijk. Bedankt dames, voor de aanleiding om die te herlezen. En te bidden: als ik moet gaan, moge ik dan zó kunnen gaan.

Socrates vergelijkt zichzelf met een zwaan die altijd zingt, maar wanneer hij merkt dat hij moet sterven, meer en mooier zingt dan ooit. Zwanen bezitten als godgewijde vogels helderziende kwaliteiten. Zij zingen niet slechts een laatste keer, de zwanenzang, die bij ons de betekenis gekregen heeft van allertreurigst afscheid, doordat muziek en literatuur stervende zwanen als hoogst tragisch opvoeren. Zwanen juichen omdat ze weten waarheen hun ziel vertrekt. Hier leven ze nauwelijks (meer) - maar in het hoge noorden kun je hun heerlijk geluid nog horen - die in het Zweeds en Fins sångsvan en laulujootsen heten: 'zangzwaan', in onze taal slechts wilde zwaan.

Een vriend probeert Socrates nog over te halen het drinken van de gifbeker uit te stellen, verwijzend naar het gedrag van andere ter dood veroordeelden, maar Socrates antwoordt (vertaling Gerard Koolschijn): ,,Het is logisch, Crito, dat de mensen die jij bedoelt dat doen. Zij denken er iets mee te winnen. Maar het is even logisch dat ik dat niet doen zal. Ik geloof niet dat ik er iets mee win, wanneer ik wat later drink, behalve dat ik me in mijn eigen ogen belachelijk maak wanneer ik me vastklamp aan het leven en spaar terwijl er niets meer is.'' De verteller moet huilen als hij Socrates ziet sterven, en weet dat hij om zichzelf huilt, omdat hij zo'n vriend moet verliezen, terwijl Socrates juist intens gelukkig is. Zijn einde wordt beschreven als 'groots en vrij van angst'.

Hoe Socrates tot deze overgave aan de dood komt, in feite altijd naar de dood toeleeft, laat Plato hem in tal van gesprekken uitleggen. Een op de goddelijkheid gerichte mens moet zich niet identificeren met het lichaam en de brij van emoties die daaraan hangt, geef dat lijf puur wat het nodig heeft, zonder het te laten heersen. Evenwel ook zonder het misverstaan dat godsdiensten binnengeslopen is, dat het lichaam onderdrukt moet worden. Om het ten slotte in dankbaarheid los te kunnen laten als de tijd daar is. In plaats van getouwtrek rond het sterfbed.

Zoals gewoonlijk geeft God niet thuis bij protest tegen de dood, ook bij bovengenoemde patiënt niet, dus richt hij, via zijn dochter, zijn woede op de medemens. De strijd lijkt nu over ethiek te gaan, over de maatschappelijk aanvaarde prijs van een mensenleven, het afwegen van de kostbaarheid van het ene leven tegen het andere. In wezen gaat het om verplaatste, weggeduwde doodsangst. Was ons einde maar schitterend, als het vuurwerk waarmee het oude jaar wordt uitgezwaaid, uitgeluid met gebeier van de grootste klokken. Daarentegen liggen we hijgend, klein en machteloos in bed, zien de Man met de Zeis naderen, onverstoorbaar, onafwendbaar, en zijn te zwak om zelfs nog naar Isfahan te vluchten. Een dood van niks. Als je dan lekker iemand de schuld kunt geven, zoveel stennis maakt dat het groots de media haalt, krijgt de eigen dood tenminste iets heroïsch, dan heeft zo'n sterven nog betekenis. Denkt de door het lichaam bezetene.

Mijn recept voor deze stervende levenafdwinger is een dosis Socrates. Als ik zijn dochter was zou ik, in plaats van uren te gaan sippen bij Witteman, die kostbare restjes tijd besteden aan voorlezen. God geeft immers eerder levend antwoord in de geest, dan in het lichaam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden