Recensie / Imams preken niets bijzonders

'De media' stellen moslims moedwillig in een kwaad daglicht, aldus 'Imams in tekst en context'. Hierin beschrijft dr. Abdelilah Ljamai waar 'preken van moslims in Nederland' écht over gaan.

,,De laatste tijd is er een opmerkelijke groei van het aantal moskeebezoekers'', schrijft Ljamai, docent in Tilburg (UvT) en Amsterdam (EFA). Daarmee krijgt de inhoud van de vrijdaggebeden een breder belang. Maar wat houden die preken in?

Vier jaar geleden analyseerde Oussama Cherribi minbar-preken in 15 moskeeën in zijn proefschrift 'Imams d'Amsterdam'. Onthutsend was de uitkomst: de imams en de westerse samenleving waren volslagen vreemden voor elkaar. Ze waren dogmatisch, afkomstig uit bergdorpjes en als de dood voor de moderniteit - achterlijk.

Sommige critici zetten de dissertatie van socioloog Cherribi weg als niet-wetenschappelijk. Maar het beeld van deze geestelijken bleef hangen. En werd bevestigd door de bekende Nova-uitzending, waarin preekfragmenten te horen waren, over homo's, vrouwen en andere kwesties die duidelijk maakten dat het in sommige moskeeen niet deugde; we schreven inmiddels 2002, na 11 september 2001.

Die datum speelt ook een rol in 'Imams in tekst en context'. Moslimpreken kennen een flinke ontwikkeling in het Westen, schrijft Ljamai, en de laatste fase daarin heet 11 september. Nadien ligt de nadruk ,,op de verbetering van het imago van de moslims in het Westen. Veel imams roepen in hun preken op tot interreligieuze dialoog en leggen de gelovigen uit hoe ze met de westerse normen en waarden dienen om te gaan.''

Dat strookt niet met de lectuur die onlangs in verschillende moskeeën opdook - djihad, dood homo's, besnijd meisjes. Een vreemd contrast? In 'Imams in tekst en context' lijken zulke teksten eenvoudigweg niet te bestaan. Auteur Ljamai schetst een heel ander beeld. Oók kritisch, overigens. De klacht 'die men de laatste jaren veel hoort' is dat de preken 'het bevattingsvermogen van veel toehoorders te boven gaan'. Te elitair, niet in het Nederlands uitgesproken.

Dan volgen drie preken. Net als bij veel Nederlandse preken zijn die geen feest om te lezen - daar zijn ze trouwens ook niet voor. De inhoud is, net als die van christelijke preken, niet wereldschokkend. Oppassend islamitisch leven, kuis gekleed gaan.

En: vrouwen hóeven niet te werken. Dat vindt Ahmed Salam, imam te Tilburg. Zo mild als hij het nu formuleert, zo fel stelde hij het in de uitzending van 'Nova'. Hij werd aangemerkt als een haatzaaier die 'de participatie van molimvrouwen op de arbeidsmarkt' belemmerde.

Het verweer tegen het slechte imago van moslims in de tweede preek (van Ahmed El-Ouazzani) doet denken aan een sketch van Koot en Bie over de RSV-enquête. In het verhoor zegt een verantwoordelijke: ,,Als er wat gebeurd is, was het voor of na mijn tijd. In mijn tijd is er niets gebeurd.''

'De media' zijn de oorzaak van het negatieve moslimbeeld, klaagt Ouazzani in zijn preek. Verder ligt het aan 'individuen' die niets met de islam te maken hebben en aan moslims die ongeautoriseerd namens moslims spreken. Terwijl de islam toch voor alle problemen dé oplossing is.

Verderop in het boek, bij de bespreking van maatschappelijke kwesties, blijkt Ouazzani wel oog te hebben voor problemen. ,,De meeste Marokkanen hechten veel waarde aan het vergaren van geld.'' En: in moskeeën is het verboden in het Nederlands islamles te geven, hoewel jongeren daar sterk behoefte aan hebben.

Over ongehoorzaamheid van kinderen, zegt Salam, klaagt 'een groot aantal moslimouders'. Hoe moet dat gecorrigeerd worden? De imams zwijgen collectief over slaan (wel neemt één van hen stelling tegen het slaan van vrouwen), terwijl tuchtiging onder Marokkanen en Turken volgens betrokkenen in het onderwijs bepaald geen uitzondering is. Hebben we dan, in de definitie van Ouazzani, te maken met 'geen echte moslims'? Of heeft Ljamai de antwoorden een tikkeltje in politiek correcte richting gemasseerd?

Ljamai looft zichzelf: de door hem opgetekende preken 'geven een goede indruk van wat er in de moskeeën in Nederland gepreekt wordt'. Op grond waarvan Ljamai dat concludeert, is onduidelijk; hij neemt slechts drie imams in ogenschouw zonder deze selectie te verantwoorden.

Cherribi, die hij bekritiseert, beluisterde er veel meer. En waarom ontbreekt nummer vier, de wel aangezochte Rotterdamse imam Khalil el Moumni ('Homo's zijn erger dan varkens')? Ljamai werpt dusdoende meer vragen op dan hij in zijn boek beantwoordt.

Abdelilah Ljamai: Imams in tekst en context. Preken van moslims in Nederland. Uitgeverij Meinema Zoetermeer, ISBN 9021139383, 87 p., €12,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden