Rebels fort op Statia wordt hersteld

ORANJESTAD, AMSTERDAM - De Statianen zijn er nog steeds trots op. Vanaf hun Fort Oranje weerklonk op 16 november 1776 het eerste saluut aan de Great Union Flag van de Amerikaanse opstandelingen. De Engelsen waren furieus. De Amerikanen genoten. Voor hen betekenden de saluutschoten de eerste officiële erkenning van hun land.

JEANNETTE VAN DITZHUIJZEN

De belangrijke rol van het kleine Sint-Eustatius (21 km) in de Amerikaanse geschiedenis wordt ook door Nederland erkend. Onlangs gaf minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse zaken) zijn fiat aan een restauratie van Fort Oranje, waarmee 1,2 miljoen gulden gemoeid is. Na het herstel keert de overheid voor een deel terug in de vesting, die direct na de verovering van het eiland in 1636 door de Zeeuwen werd gebouwd.

Fort Oranje is door zijn ligging ongetwijfeld een van de mooiste forten van de Nederlandse Antillen: hoog op de klippen torent het boven de Caribische Zee uit. Elk naderend schip is al van verre zichtbaar. Zijn dat nu vooral de megatankers die voor het olieoverslagbedrijf Statia Terminals komen, in de achttiende eeuw lagen er steevast handelsschepen op de rede.

Het was de tijd waarin Sint-Eustatius de bijnaam The Golden Rock droeg. Het eiland buitte zijn gunstige ligging tussen Europa en Noord- en Zuid-Amerika ten volle uit. Alles wat maar verhandeld kon worden, ging via het belastingvrije eilandje: slaven, suiker en andere levensmiddelen, maar ook wapens en munitie. Producten waaraan de heftig met elkaar kibbelende naties grote behoefte hadden.

Het werd pas echt interessant toen de kolonisten in Noord-Amerika een onafhankelijke koers insloegen en van het moederland Engeland af wilden. De Nederlanders, altijd belust op handel, roken hun kans. Zonder blikken of blozen verscheepten zij wapens en buskruit vanuit Oostende en Amsterdam naar Statia, zoals het eiland in de volksmond heet. Verpakt in balen rijst of kisten thee. Onder druk van de Engelsen werd die handel weliswaar door de Staten-Generaal verboden, maar geen sterveling die zich daar iets van aantrok. Temeer, daar op Statia nauwelijks tot geen controle was.

De Hollanders hadden het met deze illegale wapenhandel via Sint-Eustatius al aardig verbruid bij de Engelsen, maar op 16 november 1776 werden de Britten echt razend. De noordelijke staten van Amerika hadden zich in Philadelphia al onafhankelijk verklaard (4 juli 1776), toen op die zestiende november een schip met de vlag van de rebellen het eiland naderde.

Commandeur De Graaff rook nieuwe wapenhandel aan de horizon en verordonneerde het gebruikelijke vriendschappelijke saluut af te vuren door de kanonnen van Fort Oranje. Maar de Engelsen, die ervan hoorden, zagen dat anders. Niks vriendschappelijk gebaar: het saluut was een evidente erkenning door een bevriende natie van de rebellenvlag. Officieel protest bij de Staten-Generaal volgde.

De Amerikanen daarentegen koesterden De Graaff als een held. Zij noemden in 1780 zelfs een schip naar hem. En in 1939 schonk president Roosevelt het eiland een gedenkplaat, uit dankbaarheid voor de erkenning van de Amerikaanse soevereiniteit.

Ironisch genoeg luidde het einde van de Amerikaanse vrijheidsoorlog (1783) tevens het einde van Statia's gouden eeuw in. Want zonder oorlog geen handel. Ook de handel met naburige eilanden kwijnde door allerlei omstandigheden. En met het verbod op de vrije slavenhandel in 1784 was er voor de joodse en protestantse handelaars niet veel meer aan. Zij vertrokken geleidelijk naar andere eilanden en lieten Statia aan de planters over. Aan het einde van de achttiende eeuw was de bloei definitief voorbij. Alleen het fort en een paar wankele pakhuizen aan zee herinneren nog aan die bruisende tijd.

De komende restauratie van Fort Oranje is de tweede in korte tijd. De herstelwerkzaamheden van 1979 werden tien jaar later door een brand grotendeels teniet gedaan. In een van de toen afgebrande gebouwen komt nu een gemeenschapsruimte voor de bevolking. Het poortgebouw van het fort wordt geschikt gemaakt als kantoorruimte voor het Statiaanse statenlid en de staatssecretaris van Statia. In de oude gevangenis komt een museum, terwijl binnen de fortmuren een toeristische winkel is gepland.

Tegelijkertijd worden ook de kliffen waarop het fort staat, verstevigd. Door erosie dreigen die af te brokkelen waardoor het fort in zijn geheel in zee zou tuimelen. De totale restauratie kost enige tijd, maar zeker is dat Fort Oranje zich in 2001, bij de viering van 225 jaar 'saluut', kan koesteren in haar oude glans.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden