Rebellen Zuid-Soedan hongerden eigen mensen uit

TURELEI - Even buiten het dorp Turelei marcheren jongens giechelend langs een groene legertent. Een van hen stapt uit het groepje en maakt onder luid gejuich een radslag. Dan stormt er een soldaat in camouflagepak boos de tent uit. Verschrikt rennen de kinderen weg.

ILONA EVELEENS

De verbindingsofficier van de Zuid-Soedanese rebellenbeweging SPLA (Sudan People Liberation Army) kan zijn radio niet horen door de schelle kinderstemmen. Als hij ziet hoe geschrokken de kinderen reageren, maakt hij een grapje om de jongens gerust te stellen. Zijn collega ligt languit onder een gomboom. Naast hem ligt zijn halfautomatische geweer en een spiksplinternieuwe granaatwerper. “Vroeger zouden we ons er niet druk om hebben gemaakt dat we een paar kinderen de schrik op het lijf jagen. Maar we hebben de opdracht kregen van onze commandant om ons netjes te gedragen tegenover de bevolking. We moeten hun vertrouwen terugwinnen.”

Vijftien jaar duurt de burgeroorlog tussen Noord- en Zuid-Soedan al. Een oorlog tussen het animistische en christelijke zuiden en het islamitische noorden. De SPLA strijdt tegen de Arabische overheersing in Zuid-Soedan, waar voornamelijk zwarte Afrikanen wonen. Maar de oorlog gaat niet alleen om huidskleur en geloof, ook economische elementen spelen een rol. Het zuiden is niet alleen aanzienlijk vruchtbaarder dan het noorden, maar is ook rijker aan bodemschatten. Meer dan een miljoen mensen zijn aan de gevolgen van de oorlog gestorven.

De SPLA ziet zich als verdediger van de belangen van het Zuid-Soedanese volk. Maar door de jaren heen verspeelde de rebellengroep de steun en sympathie van de zuiderlingen. De strijders hielden zich aan geen enkele wet. De bevolking werd behandeld alsof het de vijand was van de SPLA. De burgers hadden niet alleen angst voor de noordelijke strijdkrachten, maar ook voor de eigen rebellen.

De huidige dreigende hongersramp in Bahr el Ghazal, het noordelijk deel van Zuid-Soedan, wordt in de schoenen geschoven van Kerubino Kuanyen Bol. Hij is een Dinka, de grootste bevolkingsgroep in Zuid-Soedan. Hij is mede-oprichter van de SPLA, maar liep over naar de regeringsstrijdkrachten. Met de wapens die hij uit het noorden kreeg voerde hij een schrikbewind uit in Bahr el Ghazal. Hij dwong belastingen af van zijn eigen mensen met plunderingen, moorden en verkrachtingen. Begin dit jaar sloot hij zich onverwachts weer aan bij de rebellenbeweging.

Door zijn terreur ontvluchtten duizenden Dinkas hun huizen. Nu Kerubino weer binnen de gelederen van de SPLA is, keren mensen naar huis terug. Hun akkers zijn leeg. Zaden hebben ze niet. Ze zijn bijna volledig afhankelijk van voedselhulp van internationale hulporganisaties. Bij een paar ronde huisjes in Turelei zit een tiental oudere mannen bijeen. Ze luisteren zwijgend naar Justin arop Jak, de SPLA-vertegenwoordiger in Oost-Afrika. Hij vertelt zijn toehoorders dat de dreigende hongersramp uiteindelijk de schuld is van de Soedanese regering in Khartoum. “Kerubino is door ze misleid. Hij heeft zich laten gebruiken door de Arabieren. Ze beloofden hem gouden bergen.” Een van de mannen in de kring schudt het hoofd. “Dat klinkt allemaal heel mooi. Maar feit is dat Kerubino zijn eigen mensen heeft mishandeld. Hij heeft gemoord, verkracht en geplunderd met zijn manschappen. Dan kan je wel Khartoum de schuld geven, maar hij is een mens die verantwoordelijk is voor zijn daden”, zegt Joseph Akol.

De man van middelbare leeftijd is een vluchteling. Tot voor kort werkte hij bij de gemeente van de stad Wau, honderd kilometer zuidelijk van Turelei. Toen de SPLA en de regeringstroepen er een paar maanden geleden slaags raakten, is hij gevlucht naar het platteland. Naar Turelei waar hij is geboren. De ambtenaar meent dat er binnen zijn 'beweging', zoals hij dat noemt, wel het een en ander aan het veranderen is. “Vroeger had je de mening van de leiders te slikken. Als je dat niet deed belandde je of in de voorste linies of in de gevangenis. Nu kan ik het gewoon oneens zijn met Justin arop Jak. Niet alles wat de leiding zegt, wordt zomaar geaccepteerd.”

Kerubino, die samen met SPLA-leider John Garang de rebellenbeweging heeft opgezet, werd door diezelfde John Garang achter slot en grendel gezet vanwege meningsverschillen. Dat lot trof vele leden. De SPLA probeert de laatste tijd het imago naar de eigen bevolking op te poetsen. Het lijkt eindelijk tot de rebellenbeweging te zijn doorgedrongen dat de oorlog niet te winnen is zonder de volledige steun en sympathie van de bevolking.

De SPLA-rebellen krijgen geen soldij. Daar is geen geld voor. Ze moeten maar zien hoe ze aan eten komen. Aan het begin van de burgeroorlog vroegen de strijders de bevolking om voedsel. Maar al gauw begonnen ze voedsel te stelen. Mensen die weigerden eten te geven werden vermoord omdat zij 'heulden met de vijand'. Normen en waarden verdwenen, verkrachtingen waren aan de orde van de dag. Niet alleen de SPLA maakte zich schuldig aan zulke misdaden, ook de regeringstroepen uit Khartoum schenden de mensenrechten aan alle kanten.

Het waren de kerken die aan de bel trokken. “Vorig jaar was de maat vol voor ons”, zegt Paride Taban, de populaire bisschop van Torid in het zuiden van Zuid-Soedan. “Soldaten lijken in oorlogen de mensenrechten te vergeten.” Op aandringen van de kerken werd een bijeenkomst belegd tussen de SPLA, de religieuze leiders en andere organisaties. “Daar werd eindelijk eens open en eerlijk gesproken. Eigenlijk hebben we elkaar ongezouten de waarheid gezegd. John Garang was er ook en hij schrok werkelijk van de verhalen die hij daar hoorde”, aldus de bisschop.

Paride Taban staat er bekend om dat hij voor niets en niemand bang is. Met zijn tomeloze energie zet hij sociale projecten op in Zuid-Soedan. Dan weer reist hij naar het SPLA hoofdkwartier om zijn visie op de ontwikkelingen te geven. Ook verkeert hij regelmatig in het buitenland om de zaak van de zuiderlingen te bepleiten.

De bisschop heeft de SPLA-leiding gezegd dat het afgelopen moet zijn. Volgens hem is de situatie aan het verbeteren. Verkrachters en plunderaars binnen de SPLA krijgen fikse straffen opgelegd door krijgsraden. De bevolking gaat zich langzaam minder bedreigd voelen als rebellen-manschappen in de buurt zijn. Maar de altijd optimistische bisschop is toch ook somber. “Oorlog is een manier van leven geworden in Zuid-Soedan. Het is alledaags. Mensen komen om bij gevechten, sterven aan onschuldige ziekten of hebben lege magen, zegt Paride Taban.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden