Reactie van CNV is die van een ontevreden kind

De auteur is beeldend kunstenaar, publicistdichter en bestuurslid van de CNVkunstenbond AKKV. Dit artikel werd op persoonlijke titel geschreven.

Grote woorden van CNV-bestuurder Gerda Verburg die ik als bestuurslid van een der bij het CNV aangesloten kunstenbonden met verwondering heb gelezen. Vinden wij dat de Raad voor de Kunst moet worden opgeheven? Dat is nieuw voor mij.

Voor de discussie over pluriformiteit in de kunst is het belangrijk een onderscheid te maken tussen esthetische (voor)oordelen en beleidsmatige problemen. En wel zodanig dat het gesprek helder blijft, en iedereen weet waar we het over hebben: over schoonheid, haar intellectuele kwaliteiten (filosofie), of over geld en beleid.

Op zich zit er wel wat waars in Verburgs verhaal. Bij de samenstelling van dit adviescollege spelen verschillende elementen een rol; ik denk bijvoorbeeld aan bestaande persoonlijke voor- en afkeuren. Een der voormalige ondervoorzitters van de Raad heeft me dat eens in een persoonlijk gesprek ronduit toegegeven. Maar, voegde hij er aan toe, men deed zijn best, en in de Raad werden geen samenzweringen op touw gezet.

Sociale partners

In het artikel van 25 juli worden op subtiele wijze afwijkende esthetische oordelen gekoppeld aan beleidsmatige problemen met als conclusie 'dan maar de Raad voor de Kunst opheffen'. Een standpunt dat vervolgens genuanceerd wordt door het voorstel de sociale partners in de Raad een zetel toe te bedelen. Zetels waarop vooral geen kunstenaars op moeten komen te zitten.

Het CNV is namelijk van mening dat de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, die vindt dat er meer uitvoerende kunstenaars in de Raad benoemd moeten worden, het bij het verkeerde eind heeft. Ik vind dat de Federatie gelijk heeft. De kunstenaar is maar al te vaak een alibi, een excuus om bestuurtjes op te richten, waarover de kunstenaar dan zelf niets meer te vertellen heeft. Behoudens ja, amen en dank je wel zeggen. Maar dat kan toch moeilijk het doel van een categorale kunst-organisatie zijn . . . of wel?

Tot nu toe werden de voordrachten van de vakcentrale door de Raad niet gehonoreerd. Op zich is dat vervelend, met name voor de voorzitter van de grootste bond, Leen la Riviere, die zijn zinnen op een raadszetel had gezet. Voor een aantal mensen is hij de gedoodverfde opvolger van het CDA-Kamerlid drs. M. Beinema, die volgens La Riviere niet rechtzinnig genoeg is.

Er is de laatste jaren wel wat veranderd. De agressie tegen christelijk getinte kunstuitingen is enigszins verwaaid. Het is nog maar een fractie van het onbegrip en de woede waarmee men in 1982 zulke uitingen bejegende.

De vernieuwing is tot dogma verheven, aldus de kop boven het artikel van Gerda Verburg. In zekere zin is dat waar. Toch wordt inmiddels wel degelijk met andere uitingen rekening gehouden. Zeker de leden van de Federatie voor de kunstuitleen kunnen niet beticht worden van een gebrekkig gevoel voor de pluriformiteit van het kunstbedrijf. En de kunstuitlenen zijn zowel voor de kunstspreiding als voor de inkomens van kunstenaars aanzienlijk belangrijker dan de Raad voor de Kunst.

Kwaliteit

Ik ken verschillende mensen die in deze of gene werkgroep van de Raad zitting hebben, of hadden, en ik durf voor die mensen mijn hand in het vuur te steken. Zij letten altijd en voornamelijk op kwaliteit en op niets anders. Dat het soms anders is, of dat het niet gaat zoals ik het wil, dat is het leven.

En toegegeven, de christelijke kunst ligt niet geweldig in het kunstcircuit - ik weet daar alles van. Maar dat geldt ook voor de markt. En de markt is toch superdemocratisch. Of niet soms . . . ? Enkele collegae en kunstenbonders geven daarvan hoog op, zijn actief als bemiddelaar, impresario, reclameman enzovoort. En nu dan klagen. Kom nou.

Hoe is het mogelijk dat een CNVbestuurder die ik hoog acht, zo door de bocht gaat . . . Het ligt waarschijnlijk aan de slechte voorlichting en de positie van de professionele kunstenaar binnen CNVoverlegorganen. Die positie is marginaal. De belangrijkste organisatie, het evangelikaal georienteerde Christian Artists Europe met zijn voorzitter La Riviere, domineert het overleg.

Zijn bond, Christian Artists (CA), is niet alleen een categorale bond, maar een koepel die tekent voor een succesvol muziekimpresariaat. De politieke aspiraties van dit evangelikale conglomeraat zijn ondergebracht bij de CA kunstenbond. In aanleg is CA een missionaire evangelisatie-organisatie. Dat missionaire standpunt is in woord en geschrift wat afgezwakt. Al bestaan er nog altijd banden met Amerikaanse verenigingen die ongegeneerd militante evangelisatie bedrijven.

De door Christian Artists georganiseerde bijeenkomsten zijn een wonderlijke vermenging van esthetische, missionaire en beleidsmatige ingredienten, een slecht recept. Je kunt overigens gemakkelijk lid worden van CA. Je hoeft je maar op het clubblad over Gospel en Art te abonneren, en je bent automatisch lid van de bond. Zijn dat allemaal kunstenaars? Is dat het fundament waarop christelijk kunstbeleid gebouwd moet worden?

Verburg heeft gelijk, als zij stelt dat benoemingsprocedures openbaar en bekritiseerd moeten kunnen worden. En ook de zelfgenererende werking van bureaucratieen moet ontmaskerd worden. Dat moet allemaal, geen twijfel daarover. Maar om dan, als je je zin niet krijgt, de zaak maar stuk te maken of op te heffen, dat vind ik veel te ver gaan. Zulke argumenten tasten je geloofwaardigheid aan. Het doet nogal kinderlijk aan, zo'n voorstel. Net het verwende ventje dat het autootje van zijn buurjongetje stuk maakt, omdat hij er niet mee mag spelen.

Wie al jaren lang probeert een kandidaat de Raad binnen te loodsen, en daar met CDA-partijtoppers, een Kamerlid en andere instanties uitgebreid over heeft gepraat, en vervolgens bij het uitblijven van succes begint te praten over opheffen, gedraagt zich als een ontevreden kind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden