Reactie op boycot splijt kabinet Israël

Analyse | Voor Israël dreigt nu een economisch isolement. Premier Netanjahoe heeft vandaag topberaad met ministers.

Israël voelt zich bedreigd. Nu eens niet door boze Palestijnen met raketten en bomgordels, maar door een internationale boycot: een protest tegen de bezetting van Palestina. De Israëlische premier Benjamin Netanjahoe kan het groeiende gevaar niet langer negeren. Vandaag komen ministers en veiligheisdiensten op oorlogssterkte bijeen. De hamvraag: hoe moet het land de dreiging afwenden? Daarover zou gisteren al worden gesproken, maar de politieke verdeeldheid in het kabinet is zo groot dat die ontmoeting op het laatste moment werd afgeblazen.

Reden voor het overleg is het vertrek van de grote Nederlandse pensioenbelegger PGGM. Die haalde begin deze maand zijn investeringen weg uit vijf Israëlische banken, vanwege hun rol in de kolonisatie. De afgelopen maanden haakten nog diverse andere handelspartners af, al dan niet op advies van Europese regeringen. Israël vreest een domino-effect, waardoor het economisch geïsoleerd raakt en de bezetting moet opgeven.

Dus wat nu? Minister van justitie Tzipi Livni, van de centrumlinkse partij Beweging, weet het wel: Laten we de kolonisatie onmiddellijk stoppen, de bezetting beëindigen en vrede sluiten met de Palestijnen. Dan zijn we van het gedonder af.

Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt, redeneert Naftali Bennett, minister van economische zaken en leider van de rechts-nationalistische kolonistenpartij Het Joodse Huis. Hij zoekt de oplossing liever in extra pr. "We moeten het geld van een militaire luchteenheid of van een tankdivisie nemen en daarmee de anti-Israël-propaganda te lijf gaan", zei hij in de krant Ha'aretz.

Maar het valt te betwijfelen of zo'n charme-offensief nog helpt. In het verleden beheerste Israël de internationale pr als geen ander, maar de laatste jaren hebben ook de Palestijnen dit wapen ontdekt. Met hun BDS-beweging (Boycot, Desinvesteringen en Sancties) hebben ze het enthousiasme voor Israël danig getemperd. Buitenlandse bedrijven en personen die bij de nederzettingen betrokken zijn, moeten zich steeds vaker voor hun rol verantwoorden.

Dat ondervond ook de Amerikaanse actrice Scarlett Johansson. Het sekssymbool kreeg vorige week de wind van voren toen bleek dat ze het nieuwe gezicht werd van de Israëlische frisdrankfabrikant SodaStream. Dit bedrijf heeft een grote fabriek in een nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Hulporganisatie Oxfam, waar Johansson ambassadrice van is, voelt zich ernstig in verlegenheid gebracht. "Bedrijven die actief zijn in de nederzettingen, werken mee aan het instandhouden van de armoede en de schending van de rechten van Palestijnse gemeenschappen die wij proberen te steunen", schrijft de organisatie in een reactie op haar website. Ze beraadt zich nog over de vraag of Johansson mag blijven.

De 29-jarige actrice zelf ziet het probleem niet. Ze is vóór een Palestijnse staat, verzekert ze. En SodaStream is volgens haar sociaal bezig, want het bedrijf biedt werk aan 550 Palestijnen. Juist daarom wil directeur Daniel Birnbaum zijn fabriek niet weghalen uit de nederzetting. Al noemde hij gisteren de locatie van de fabriek langzamerhand wel een 'pain in the ass': een pijnlijke last.

En die pijn wordt alleen maar erger, waarschuwden onlangs de Israëlische Nationale Veiligheidsraad, het ministerie van buitenlandse zaken en de militaire inlichtingendiensten. Stel dat het vredesoverleg met de Palestijnen over een paar maanden mislukt, dan komt het domino-effect van de boycot pas echt op gang. Als die voorspelling klopt, heeft Israël eigenlijk maar één keus: zorgen dat er snel vrede komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden