Razende Roeland is pyromaan

Orlando
B'Rock en solisten olv René Jacobs met 'Orlando' van Händel in een regie van Pierre Audi op 21/4 in De Munt Brussel. Nog acht voorstellingen t/m 11 mei. Uitzending via Mezzo TV op 26/4, en via Radio Klara op 28/4. www.demunt.be

Deze Orlando is goed gek! De waanzin van de titelheld uit Händels opera uit 1733 - gebaseerd op 'Orlando furioso' van Ludovico Ariosto - komt in de Brusselse enscenering van Pierre Audi niet pas aan het eind van de tweede akte. Niet pas op de plek waar Händel zijn beroemde en revolutionaire waanzinsscène componeerde, compleet met de allereerste 5/8ste maat in de muziekgeschiedenis. Nee, Audi's 'razende Roeland' is vanaf het begin knettergek.

We zien hem in het begin, op een mooi in het decor geïntegreerde videofilm, als een dolende brandweerman over de heide een huisje naderen. Het huisje van herderin Dorinda. Al snel wordt duidelijk dat de vuurvechter zelf iets te veel van vuurtje stoken houdt. Deze getroubleerde brandweerman is niets minder dan een pyromaan die al meteen in het begin (en niet pas in de derde akte volgens het libretto) Dorinda's huis in de hens zet.

Audi's omzetting van hoofse ridder naar hedendaagse brandweerman - immers ook een held - werkt heel goed. Temeer daar in de psychologie de pyromaan in elke brandweerman als gegeven zeer bekend is. Het is evenwel ook een erg anekdotische omzetting, en het gedoe met helmen, slangen en gevaarlijke-stoffen-containers in de eerste akte is onnodig knullig.

Voor Audi, die in eerdere Händel-ensceneringen de baroktheaterconventies onderzocht en op zijn kop zette, is deze 'Orlando' een stijlbreuk. Niet het mythische, maar het duistere van Orlando's geest, waarin hij als het ware opgesloten zit, vormt de crux van de opera. Het is goed dat Audi kon werken met countertenor Bejun Mehta. Niet alleen als virtuoos zanger, maar ook als getormenteerd personage is Mehta de fel stralende ster van de voorstelling.

De personenregie is uiterst gedetailleerd. Audi haalt opnieuw de barokke wetmatigheid van de exit-aria - een personage verlaat het toneel na het zingen van zijn aria - volledig onderuit. De vijf personages zijn in De Munt voortdurend op het toneel aanwezig, wat resulteert in zwaarbeladen en betekenisvol 'stil spel'. Daar zitten prachtige vondsten tussen, maar eerlijk gezegd overspeelt Audi zijn hand hier ook wel enigszins en gaat het mimische gedoe uiteindelijk vervelen.

Bijzonder geslaagd is de integratie van spaarzame videobeelden in de voorstelling. Het brandende huis, de zwevende adelaar, het hoofd van Orlando dat achter een zee van vuur verdwijnt (Bill Viola-citaat), het werkt fantastisch. Ook het symbool van het huis wordt in de drie akten sterk gebruikt. Dit huis, dat na de afbranding weer wordt opgebouwd, staat symbool voor het sterke karakter van Dorinda, de enige die naast Orlando een ontwikkeling doormaakt.

Sunhae Im speelt deze Dorinda met innemend plezier. Haar stem is misschien wat te licht en te klein (moeizame registerovergangen), maar in haar laatste aria spatte Im zowat van het podium af.

Dirigent René Jacobs gaf deze aria een haast onmogelijk snel tempo mee, maar Im gaf geen krimp en kwinkeleerde als een razende door de coloraturen heen. Zij bleef naast Mehta als enige fier overeind.

De andere zangers waren goed, maar niet exceptioneel. Sophie Karthäuser stelde als Angelica - de reden voor Orlando's waanzin - een beetje teleur. Net als de te lichte bas Konstantin Wolff als de redenaar Zoroastro.

Zoals altijd maakte Jacobs er een muzikaal feest van. En ook zoals altijd zette hij de partituur effectvol naar zijn hand. Verrassing was het Belgische barokorkest B'Rock, dat met gretige virtuositeit de wensen van Jacobs uitvoerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden