Review

Raymond Carver kon ook dichten

Aan zatladders en nathalzen in de letteren geen gebrek. Onze eigen geluidgod Willem Kloos wist er aardig weg mee, evenals de weemoedige Jacques Bloem, die domweg gelukkig was in de Dapperstraat, maar daar graag een liter jenever bij aansprak. Ook Robert Anker, een tijdgenoot van ons, is meermalen op een ode aan 'harde borrels' te betrappen. Drank en literatuur hebben iets met elkaar. Denk alleen aan Malcolm Lowry, slechts 48 jaar geworden, wiens befaamde 'Under the volcano' wel als het paroxisme van de homo alcoholicus mag gelden.

De Amerikaan Raymond Carver (1938-1988) past naadloos in dit rijtje. Zijn pa was alcoholist en Raymond heeft veel armoe gekend in zijn jeugd. Hij trouwde op zijn 19de, had op zijn 21ste al twee kinderen bij een vrouw met wie hij evenveel zoop als ruzie maakte. Midden jaren zeventig bracht zijn extreme alcoholisme hem enkele keren op het randje van de dood. De literatuur bracht echter de grote ommekeer. De laatste elf jaar van zijn leven stond hij droog (hij overleed aan kanker), waar de invloed van zijn tweede vrouw, de dichteres Tess Gallagher, niet vreemd aan geweest zal zijn. Hij was in die jaren als schrijver heel productief, en kreeg vooral bekendheid met zijn korte verhalen, die sober en kaal de illusieloosheid van het leven in beeld brengen en in de jaren tachtig ook vrijwel allemaal zijn vertaald in het Nederlands.

Dat hij in de laatste vijf jaar van zijn leven ook veel poëzie publiceerde is hier te lande minder bekend. Die poëzie sluit inhoudelijk en levensbeschouwelijk perfect aan op zijn veel bekendere verhalen: glashelder, vol alcoholische wanhoop, liefde, geweld en weemoed. En tegelijk vraag je je af: waar haalde deze man de mysterieuze sensualiteit vandaan om al deze ellende zo zuiver, zonder enige vorm van uitvergroting of hang naar sensationele soapromantiek op papier te zetten?

In de reeks 'De mooiste liefdesgedichten' van uitgeverij Bert Bakker verscheen van Raymond Carver de tweetalige bloemlezing 'Het woord liefde'. Ik ken geen andere vertaalde poëzie van Carver en ben onder de indruk van wat de beide vertalers, Guus Luijters en Ruth Visser, ervan hebben gemaakt. De bundel dompelt je onder in een wereld die tegelijk illusieloos en hoopvol is. Carver geldt dan ook als een exponent van het zogenaamde dirty realism. Anderzijds klinkt in de tweede helft van de bundel iets door van wat je modern-klassieke liefdespoëzie zou kunnen noemen: de liefde wordt er, met de nodige slagen om de arm, wel degelijk gevierd.

De bundel bevat afwisselend lange en korte gedichten. Het openingsgedicht is meteen het langste. De titel (en het verkapte refrein) luidt: 'Jullie weten niet wat liefde is', en de ondertitel: 'een avond met Charles Bukowski'. Charles ('Buk') Bukowski was een rebelse en cynische beat writer met een drankprobleem, en Carver zet hem dan ook ruig neer. Buk, zoals Carver hem schetst, zet zich vooral af tegen vakbroeders en intellectuelen (de brave dichter en professor Galway Kinnell bijvoorbeeld: ,,Hij heeft een mooie kop op / maar hij is leraar / Jezus stel je voor / maar jullie zijn natuurlijk ook leraren.')'' Er wordt in dit gedicht veel zelfspot toegepast (Buk noemt zichzelf 'een onbehouwen klootzak'), veel gedronken en gestonken, veel afgegeven op het kakkineuze universitaire milieu, op de 'optikkers' en 'bloedzuigers' die volgens hem niets met het dichterschap te maken hebben en er worden veel jonge meiden versierd door de 51-jarige die hem als het moet fors de waarheid zeggen: ,,Volgens mij ben jij een klootzak'' (,,I think you're full of shit'').

Er staan meer van dit soort cynische liefdesgedichten in deze bundel. Over een feestje dat door totale dronkenschap en promiscuïteit volledig uit de hand loopt. Over een geliefde die op de wc door haar vriend bespionneerd wordt. Over een man die zijn vrouw ontrouw is maar op zijn verjaardag toch door haar gepijpt wordt, echter niet na de woorden: ,,Ze ziet een puistje / op zijn kin; het is een ingegroeide haar maar hij zit vol / pus [...]. In aanwezigheid / van iedereen zegt ze: 'Wie heb jij de laatste tijd / ge-

beft?''' Een andere man vraagt zich verbaasd af waarom deze zelfde vrouw hem niet vraagt 'onder welke steen ik vandaan kwam?', alsof hij een soort pissebed is... Inderdaad: dirty realism!

Halfweg kantelt de bundel echter en komen meer klassieke liefdesverzen aan bod. Het cynisme raakt op de achtergrond en er komt meer ruimte voor regels als deze: ,,Koele zomernachten. / Ramen open. / Lampen aan. / Fruit in de schaal. / En jouw hoofd op mijn schouder. / Deze de gelukkigste ogenblikken van de dag.''

Ronduit subtiel en intens wordt Carver in het aan zijn tweede vrouw Tess opgedragen 'Kolibrie':

,,Stel ik zeg zomer,

schrijf het woord 'kolibrie',

stop het in een enveloppe,

breng het de heuvel af

naar de bus. Als jij mijn brief

opent zul je je die dagen

herinneren en hoeveel,

precies hoeveel, ik van je hou.''

Ook hier is van cynisme of alcoholisme geen enkele sprake meer. Het is een gedicht dat een intense en lieflijke herinnering van twee geliefden memoreert. Terecht stelt Guus Luijters in zijn nawoord: ,,De brief met zijn opgeschreven kolibrie erin valt ook bij ons in de bus.'' En zo is het maar net. We hebben allemaal van die in het geheugen vereeuwigde oerervaringem met onze geliefde, desnoods onze vroegere geliefde, in het hoofd. Die gaan nooit meer weg. Carver haalt die op zijn minder cynische momenten moeiteloos in ons naar boven. En waar hij echt cynisch is over de liefde, is dat lang niet altijd ongepast.

Wie o wie gaat zijn verzamelde gedichten uit 1996, 'All of Us', nog eens integraal vertalen en uitgeven? Want die mag je de Nederlandse poëzielezer toch eigenlijk niet onthouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden