Rawagede, het houdt niet op

De begrafenis van de zes militairen van de W-Brigade die op 17 mei 1946 sneuvelden en zwaar werden verminkt. Achter de graven de vier mannen die wisten te ontkomen. (FOTO JOOP DE LANGE) Beeld
De begrafenis van de zes militairen van de W-Brigade die op 17 mei 1946 sneuvelden en zwaar werden verminkt. Achter de graven de vier mannen die wisten te ontkomen. (FOTO JOOP DE LANGE)

Dat is nu net het gevolg van een oorlog. Je wilt wraak, maar dat mocht beslist niet.

Het is waar dat Nederland zijn kolonie in het verleden heeft uitgebuit. Wij waren trouwens niet het enige land: veel Europese landen hadden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika een gebied als kolonie ingepikt, meestal niet met vrijwillige medewerking van de lokale bevolking. Toch is Nederland geprezen door de Verenigde Naties. Nederland lette in elk geval op het belang van de bevolking. Er was medische zorg en onderwijs. Wegen en spoorwegen werden aangelegd. Natuurlijk voor eigenbelang, maar de bevolking had er veel voordeel bij.

Wat er zich precies heeft afgespeeld in Rawagede weet ik niet. In alle oorlogen komen dingen voor die niet door de beugel kunnen. Waren die dienstplichtigen in Rawagede misschien pas in Indië aangekomen, in een hen volkomen vreemd land? Wat was de oorzaak van het overdadige geweld? De cijfers over het aantal slachtoffers lopen sterk uiteen. En waarom nu pas na ruim 60 jaar een schadeloosstelling vragen? Moeten wij nu ineens nog schuld belijden? Dan Indonesië ook.

17 augustus 1945, na de capitulatie van Japan, proclameerde Soekarno de onafhankelijke staat Indonesië. Er ontstond een machtsvacuüm. Amerika had Engeland gevraagd de Jappen te ontwapenen en orde op zaken te stellen. Dat viel de Britten helemaal niet mee. Honderden zijn er gesneuveld en begraven.

Ik ging in 1945 als oorlogsvrijwilliger naar Indië. Japan had de wapens nog niet neergelegd. Eerst werden we door Engeland naar Malakka gestuurd. Toen er te veel Engelse jongens sneuvelden mochten wij weg, na enkele maanden in de jungle van Malakka nog danig te zijn getraind. Bijna drie jaren heeft ons bataljon overal op Java rondgezworven om de orde te herstellen. Blij waren de mensen als hun dorp door ons was bevrijd. Maart 1946 kwam mijn compagnie in Pesing te liggen, westelijk van Batavia, zoals Jakarta toen nog werd genoemd. Er woonde geen mens meer. De bevolking was gevlucht, maar niet naar het gebied van de Republiek, dat aan de andere kant van de rivier Tjisedane lag. Aan die kant zag je in de avond dikwijls de hemel rood gekleurd van in brand gestoken huizen, misschien wel hele dorpen, door Indonesische rampokkers en ongeregelde troepen van de Republiek.

Op een kwartier afstand van onze legering (in kapotgeschoten en deels verbrande huizen) was een bunker, nog door de Japanners gebouwd. Vlakbij lag de spoorbrug over de Tjisedane. Daar moesten we alleen met twee man vanaf 18.00 uur in de avond tot 06.00 uur in de morgen de wacht houden. Je ziet niets in de pikdonkere nacht en infiltranten sluipen weg achter een aantal lege huisjes. Dan word je aangevallen. Gelukkig liep dat altijd goed af.

17 mei 1946 ging een verkenningspatrouille van dertig man in de avond de spoorbrug over. Met mijn maat zaten we boven op de bunker. Na een uur of twee hoorden we hevig vuren van zware mitrailleurs. Het peloton stuitte op vijandige troepen. De commandant liet de jongens terugtrekken. Dat lukte twee secties, twintig man. Maar tien jongens werden vermist.

In de loop van de nacht wisten nog vier uitgeputte jongens de brug naar onze kant over te steken. Zes man bleven vermist. Die gingen we bij daglicht zoeken. Na uren lopen roken we een vreselijke lijklucht en vonden we even later onze makkers. Dood, de penis afgehakt en in de mond gestoken, de ogen eruit. Dat werd een heel zware terugtocht. Woedend waren we.

En dat is nu net het gevolg van een oorlog. Je wilt wraak, maar dat mocht beslist niet. Alleen denk je bij jezelf: mij moeten ze niet levend te pakken krijgen.

Dagelijks zagen we in de rivier lijken drijven: mensen van een dorp in republikeins gebied die het niet eens zijn met hetgeen de indringers in hun dorp wilden. Hun huis ging in de fik en hun lichaam in de rivier gedumpt.

Die acht huisjes –eigenlijk bamboehutten– bij de bunker wilden we graag in de fik steken. Het mocht niet, alleen als de wind naar de rivier stond en er geen gevaar was dat in het dorp de leegstaande woningen af zouden branden. Toen de wind gunstig stond mocht het worden afgebrand. Toevallig kwamen net Nederlandse journalisten onze buitenpost bezoeken. De altijd voorbij drijvende lijken werden gefotografeerd én natuurlijk de fik van die acht hutten. Enkele maanden later, we waren allang verhuisd, lazen we in een blad: ’Nederlandse troepen steken kampong in brand en vermoorden de bevolking’. Daar moeten we dan maar mee omgaan.

Mijn vrouw en ik gaan al jaren naar Indonesië. Heel wat eilanden hebben we bezocht en nergens worden we kwaad aan gekeken. Omdat ik Indonesisch spreek, vraagt men altijd ’Waar heeft u onze taal geleerd’. Ik vertel ze dat ik als soldaat in 1945 naar hun land ben uitgezonden. En niemand vind dat erg. In 1978 waren we met ons tweetjes bij de Tangkuban Perahu, een vulkaan dichtbij Bandung, om de krater te zien. Ik bestelde koffie bij een warong, een klein winkeltje. De uitbater bleek ex-kolonel van het republikeinse leger, Harun Padmakusamah. Hij stelde voor om samen met zijn echtgenote en ons in de krater af te dalen. Na afloop nam hij ons mee naar zijn huis. De volgende dag waren wij hun gasten. Dat was dus een voormalige vijand, nu werden we vrienden.

In Nederland is er nu een veteranenorganisatie. Dat kennen ze in Indonesië ook. In hun vakantieverblijven zijn de Nederlandse veteranen van harte welkom.

De discussie over schadevergoeding voor Rawagede stemt me verdrietig. Niemand weet dat we duizenden Indonesiërs hebben bevrijd van een wisse dood. Ook in Trouw staat fout vermeld de data van de Politionele Actie:die startte maandag 21 juli 1947 en stopte met de wapenstilstand op 6 augustus 1947.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden