Ravel blijft een mysterieuze figuur

Roger Nichols schreef een uitgebreide biografie over Maurice Ravel. Maar ondanks de weelde aan informatie in het boek blijft de componist als persoon op afstand.

Claude Debussy of Maurice Ravel, dat is de vraag als je het over de Franse muziek van de vorige eeuw hebt. Voor veel muziekliefhebbers is Frankrijk verdeeld in die twee kampen, met Debussy als sensuele en Ravel als koele componist.

Was het leven maar zo simpel. Net zoals elke grote kunstenaar is ook Ravel (1875-1937) niet in een categorie te vangen. Als zoon van een Zwitserse vader en een Baskische moeder voelde hij zich het meest thuis in Baskenland, een streek die hij regelmatig bezocht. Je zou kunnen beweren dat zijn muziek 'Frans klinkt'. In werkelijkheid leende Ravel zijn klanken niet alleen uit Spanje ('Boléro') en Wenen ('La Valse'), maar noemde hij ook Mozart als een van zijn grote inspiratiebronnen.

Al tijdens zijn leven moest Ravel wedijveren met de reputatie van Debussy. In een brief aan muziekcriticus Pierre Lalo liet Ravel niet na te melden dat niet zijn collega maar hijzelf de grote vernieuwer op het gebied van de pianomuziek was: "Mijnheer, u schrijft uitgebreid over de individuele stijl van componeren die volgens u werd ontdekt door Debussy. Welnu, mijn 'Jeux d'eau' verscheen aan het begin van 1902, toen Debussy nog maar drie stukken voor piano had geschreven [...] vanuit pianistisch oogpunt zegt hij daarin niets nieuws." Het is niet vreemd dat de korte vriendschap met Debussy al snel strandde.

Ravel zelf moet zich in de loop van zijn leven een eenling hebben gevoeld in Frankrijk, in tegenstelling tot de successen die hij in het buitenland vierde. Hij sjeesde als jonge pianostudent aan het conservatorium, omdat hij niet goed genoeg was. En hij schreef zich vervolgens in als compositiestudent, een studie die hij evenmin zonder kleerscheuren doorliep.

Het is onbegrijpelijk waarom Ravel drie keer vergeefs zijn geluk beproefde voor de Prix de Rome: een even zware als academische competitie, waarvoor de kandidaten onder meer een oratorium op Grieks thema moesten schrijven. Het was een wereld waarin hij niet thuishoorde.

In 1910 richtte Ravel de Société musicale independante op, waar hij muziek van zichzelf en van geestverwanten kon uitvoeren. Van Debussy (!) en Fauré bijvoorbeeld. Maar ook van zijn compositieleerling Ralph Vaughan Williams, met wie hij een warme vriendschap ontwikkelde. Ondanks zijn onafhankelijke positie werd Ravel door sommigen toch gezien als onderdeel van het establishment. Zo zei een vileine Satie nadat Ravel de légion d'honneur had geweigerd: "Ravel mag dan nee zeggen tegen de légion d'honneur, maar zijn hele muziek zegt ja."

In 'Ravel', zoals de nieuwe biografie over de componist simpelweg heet, bouwt Roger Nichols voort op het boek dat hij in de jaren zeventig over Ravel schreef.

Door de enorme hoeveelheid nieuw materiaal uit brieven, interviews en verslagen van Ravel en tijdgenoten is deze gezaghebbende biografie echter niet te vergelijken met de oude.

Nichols korte analyses van Ravels muziek (met het ballet 'Daphnis et Chloé' als hoogtepunt) zijn helder genoeg om ze ook zonder de notenvoorbeelden te begrijpen. De kracht van Ravels muziek, zo toont Nichols aan, is te vinden in diens gebruik van oude vormen: vooral dansen, waarin hij nieuw materiaal wist te gieten.

Als componist en orkestrator blijft Ravel een sfinx. Hij componeerde met 'de precisie van een Zwitsers uurwerk' (woorden van Igor Stravinsky). Maar Ravels muzikale preoccupatie met mechaniekjes (Boléro, Pianoconcert) en met de kindertijd ('L'Enfant et les sortilèges' en 'Ma mère l'oye') zijn zelden onschuldig - ze gaan vrijwel altijd gepaard met een onderliggend gevoel van verlies en dood.

Ondanks de weelde aan informatie die Nichols met ons deelt, blijft Ravel ook als persoon op afstand, hoe groot zijn schare vrienden ook was. Waarom de dandy bijvoorbeeld nooit een liefdesrelatie heeft gehad, blijft een raadsel. Was hij een homoseksueel-in-de-kast, zoals wel wordt beweerd? Daar zijn volgens Nichols geen aanwijzingen voor. Ravel bekende zelf ooit dat hij getrouwd was met de muziek.

Roger Nichols: 'Ravel' (Yale University Press, 420 pp., ISBN 978-0-300-10882-8)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden