Raúl kan alleen tussenpaus zijn

‘Als mij morgen iets gebeurt, dan komt de Nationale Assemblee bij elkaar en kiezen ze hem. Geen twijfel mogelijk.’ Voor Fidel Castro was het een jaar of twee geleden zonneklaar dat zijn jongere broer Raúl zijn ‘natuurlijke’ opvolger was. Het ligt dan ook voor de hand dat de Assemblee zondag de huidige situatie bekrachtigt en Raúl Castro bevordert van interim-president tot officieel staatshoofd en aanvoerder van de Cubaanse Revolutie.

Castro maakte de opmerking tegenover zijn biograaf Ignacio Ramonet nog voor hij ernstig ziek werd, maar wel allang de leeftijd had bereikt (79) waarop de opvolging een niet te vermijden thema was geworden.

Maar hoe voorspelbaar het ook was dat Raúl, sinds mensenheugenis de nummer twee van het bewind, het vaandel zou overnemen, Fidel had ook zijn bedenkingen. In één adem door stelde hij dat de inmiddels 76-jarige Raúl te oud is om hem werkelijk op te volgen. Meer dan tijdelijk kan Raúls presidentschap niet zijn. Toen hij eind vorig jaar voor het eerst zinspeelde op zijn definitieve vertrek maakte Fidel Castro nog eens duidelijk dat het moment gekomen is dat een nieuwe generatie naar voren treedt.

Rául Castro krijgt wellicht net voldoende tijd om de broodnodige hervormingen in gang te zetten. De man die tevens minister van Defensie is, gold heel lang als nog veel dogmatischer dan Fidel, maar dit blijkt behoorlijk mee te vallen. In de ruim anderhalf jaar dat ‘de Chinees’, zoals Raúl vanwege zijn ogen wordt genoemd, de dienst uitmaakt, heeft hij zich een voorstander betoond van stevige economische hervormingen.

Was de lijfspreuk van Fidel Castro ‘socialisme of dood’, Raúl gelooft nu meer in de variant ‘reformisme of dood’: zonder economische hervormingen is de Cubaanse Revolutie ter dood veroordeeld. Hij kan daarbij gebruik maken van de ervaringen van het leger dat al jaren de efficiëntste staatsbedrijven op het eiland bestiert.

Gezien recente uitspraken lijkt Raúl zelfs bereid tot politieke hervormingen, en hij herhaalt gretig dat hij best met de Amerikaanse regering, de officiële vijand van het bewind, wil praten. Dat wil zeggen, met de komende Amerikaanse president van Democratische huize. Niet voor niets zegt men dat in Cuba niet het socialisme (of beter: het communisme) aan de macht is, maar het Fidelisme, en zonder Fidel geen Fidelisme.

De hervormingen zullen geleidelijk zijn, al was het maar omdat Fidel Castro nog niet helemaal is verdwenen. In zijn ‘ontslagbrief’ heeft hij niets gezegd over een vertrek als secretaris-generaal van de Communistische Partij van Cuba.

In een klassieke communistische staatsstructuur is die positie nog gewichtiger dan die van staatshoofd. In Cuba valt dat een beetje moeilijk uit te maken, omdat Fidel Castro al die functies bekleedde. Dat het meer om persoonlijke macht ging dan om de macht van de partij spreekt ook uit het feit dat het laatste partijcongres in 1997 is gehouden.

Officieel is de macht in Cuba sinds het ziek worden van Fidel Castro in handen van een collectief. Het meest zichtbaar is natuurlijk Raúl Castro, hoewel die lang niet zo publiciteitsgek is als zijn grote broer. Het clubje mannen dat meeregeert met Raúl bestaat uit ten minste drie anderen die opvolgingskansen worden toegedicht. Om te beginnen is daar Ricardo Alarcón, de voorzitter van het parlement en zeer present in het openbare leven. Het grootste punt in het nadeel van de filosoof en letterkundige Alarcón is zijn leeftijd: hij wordt 70 en kan dus moeilijk worden gepresenteerd als een vertegenwoordiger van een nieuwe generatie.

De tweede naam is die van Carlos Lage, 56 jaar, arts en vicepresident. Lage neemt de laatste jaren een flink deel van het representatieve werk van het regime in het buitenland op zich (Raúl Castro gaat zelden op reis). Hoewel hij een medisch specialist is, leidt Lage sinds 1993 de Cubaanse economie. Geen aanbeveling, gezien de erbarmelijke staat waarin die zich bevindt. Maar Lage was ook verantwoordelijk voor de hervormingen, waaronder het recht om privébedrijfjes te beginnen, waarmee begin jaren negentig werd geëxperimenteerd tot ze op last van Fidel Castro werden teruggedraaid.

De jongste kanshebber is Felipe Pérez Roque, de minister van Buitenlandse Zaken. Pérez Roque is 42 jaar en is dus geboren toen Fidel Castro al aan de macht was. Hij viel zozeer op als studentenleider, dat de Comandante en Jefe hem als beginnende twintiger benoemde tot zijn prviésecretaris, een machtige functie.

Pérez Roque geldt als keihard en wordt door de Cubanen ‘castristischer dan de Castro’s’ genoemd, reden waarom hij weinig sympathie geniet in eigen land. Officieel is de minister voorstander van een collectief leiderschap. ‘Wanneer het gat valt dat niemand kan vullen, zullen we dat met zijn allen als volk moeten vullen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden