Rassenprobleem belangrijk in eerste verkiezing na coup

door Gerbert van der Aa

Mauretanië beleefde gisteren zijn eerste test in democratie na de geweldloze staatsgreep van 2005. De rassenproblematiek speelde een belangrijke rol bij de verkiezingen.

In Mauretanië bestaan vele tinten zwart. Lichtgekleurde Moren die de politiek domineren, vinden dat zij tot een beter ras behoren dan hun negroïde landgenoten. „In Mauritanië zijn er twee verschillende rassen”, zegt Dahid Jdeïdou. „De blanken en de zwarten.”

De slanke twintiger, die zich profileert als zakenman, rijdt in zijn aftandse Peugeot door de straten van de noordelijke havenstad Nouadibou. „Ik behoor tot het blanke deel van de bevolking”, zegt hij. De Moren, zoals de blanke Mauritaniërs zichzelf noemen, voelen zich verheven boven de rest van de bevolking. „Zwarten zijn minderwaardig.”

Blanke Afrikanen versus zwarte Afrikanen. Overal in de Sahel, het overgangsgebied tussen de Sahara en de Afrikaanse savanne, is het een terugkerend thema. Bevolkingsgroepen van Arabisch-Berberse komaf leven er naast Afrikanen met negroïde wortels. Regelmatig zijn er bloedige gevechten.

Op straat in Mauritanië zijn de raciale verschillen goed zichtbaar. Moren hebben een mediterraan uiterlijk, in westerse kleren zouden mannen door kunnen gaan voor Spanjaarden. De negroïde bevolking uit het zuiden – onder te verdelen in de etnische groepen Peul, Soninke en Wolof – is in veel gevallen pikzwart. Gemengde huwelijken zijn zeldzaam. Maar er is geen geïnstitutionaliseerde rassenscheiding. Zwart en blank lopen gemoedelijk samen over straat, ze hebben geen aparte restaurants of winkels.

„Het grote probleem in Mauritanië is dat zwarten zijn ondervertegenwoordigd in het landsbestuur”, zegt een academicus in de stad Atar. Hij noemt zijn naam liever niet, want het aankaarten van de rassenproblematiek ligt gevoelig. De Moren, die 40 procent van de bevolking vormen, domineren de politiek en het bedrijfsleven. In 1989 mondde dat uit in hevige rassenrellen, waarbij na hard ingrijpen van het leger ten minste 500 doden vielen. Tienduizenden zwarten vluchtten naar buurland Senegal en zijn nog steeds niet teruggekeerd.

Ook slavernij zorgt voor onrust. Eeuwenlang namen de Moren zwarte slaven gevangen, die ze als huishoudelijke hulp gebruikten of dwars door de Sahara naar het noorden dreven om ze daar te verkopen. Pas na de koloniale bezetting door Frankrijk werd serieus geprobeerd er een eind aan te maken. De meeste slaven zijn sindsdien vrijgelaten, maar vooral op het afgelegen platteland bestaat slavernij volgens mensenrechtenorganisaties nog steeds.

De voormalige slaven en hun afstammelingen, bekend onder de naam haratin, spelen een sleutelrol bij toekomstige hervormingen. Ze vormen ongeveer 25 procent van de bevolking. Opmerkelijk is dat zij zich in de meeste gevallen nauwer verwant voelen aan hun voormalige meesters dan aan andere zwarte bevolkingsgroepen. Doordat hun voorouders eeuwenlang slaaf waren hebben ze zich cultureel volledig geassimileerd. Hun oorspronkelijke taal en gewoontes zijn ze vergeten.

„Ik ben wat je noemt een zwarte Moor”, zegt kapitein Mohamed Nderi, een hartani uit het Mauretaanse leger. In een winkel in Nouadibou benadrukt hij dat de meeste Moren hun slaven goed behandelden. „En nu de slavernij is afgeschaft doen ze dat nog steeds.” Talloze vrijgelaten slaven die hun oude meesters trouw bleven hebben tegenwoordig belangrijke regeringsfuncties. De Moren staan nog steeds bovenaan de maatschappelijke ladder, maar hun voormalige slaven zijn vaak invloedrijke assistenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden