Rasoptimiste Poppy laat je met de lente in je hoofd naar huis gaan

Happy-Go-Lucky

Regie: Mike Leigh. Met Sally Hawkins, Eddy Marsan. In 21 filmtheaters

Ze is een beetje maf, Poppy: schlemielige giechel, radde tong, hart van goud. Too good to be true, eigenlijk. In de eerste beelden van Mike Leigh’s sprankelende ’Happy-Go-Lucky’ zwiert ze op haar fiets door Londen, glimlacht naar voorbijgangers, lacht hard om een gek hondje. Als ze in een boekhandel grapt over een boek (’The road to reality’: alsof we daar heen zouden willen, huh?’) is het niet gek dat de boekhandelaar alleen maar verstoord opkijkt. Toch begint deze giechelige Noord-Londense juf in haar gehaakte paarse ensemble je dan al voor zich in te nemen. ’Havin’ a bad day?’ informeert ze onverstoorbaar. Háár dag kan niet stuk.

Na zo’n vijfendertig jaar filmen en zo’n twintig films is de wereld van ’sociaal realist’ Mike Leigh, een herkenbaar universum op zichzelf geworden. Niet per se een weg naar de realiteit, wie zou daarheen willen inderdaad, eerder een scherp en vaak komisch commentaar erop. Ook Poppy is weer zo’n typische Leigh-karikatuur. Sally Hawkins’ halve, dwaze grijns, haar Londense accent en wilde kleren herinneren aan eerdere Leigh-karakters, even slecht geklede, volkse types die te veel kletsen en bij lachen of huilen hun mond te ver open laten staan. Zoals de huilerige Cynthia in ’Secrets and Lies’, of de gepijnigde Sophie in ’Naked’. Vrouwen die geen vlieg kwaad doen, maar die je ook niet heel serieus kunt nemen; naïef op het dommige af.

Maar Leigh’s wereld is ook in beweging, blijkt. Juf Poppy niet helemaal serieus nemen zou een misrekening zijn. ’Happy-Go-Lucky’ is vijftien jaar na dato nog het meest een licht maar evengoed ernstig antwoord op Leigh’s diep sombere ’Naked’ (1993), een van zijn meest geruchtmakende films, waarin zwerver Johnny door nachtelijk Londen koerst en in alle ellende die hij onderweg aantreft (of veroorzaakt) een voorbode van de apocalyps vermoedt. Zoals ’Naked’ geheel op Johnny steunde, steunt ’Happy-Go-Lucky’ op Poppy, Johnny’s tegenpool: ruimhartig, creatief, ontstellend optimistisch. Een vrije meid die regelmatig bezopen met haar vriendinnen op de bank belandt, maar die de katerige zondag daarop besteedt aan het knutselen aan vogelmaskers voor haar kleuters. Voor Poppy is de apocalyps een onbekend concept. Geen mens moet zomaar worden opgegeven. De pestkop in de klas krijgt extra aandacht, haar overspannen, vijandige zus krijgt begrip. ’Ben je enig kind, Scott?’, informeert ze bij haar rij-instructeur, na diens zoveelste misantropische woede-uitbarsting.

Mike Leigh maakt van het onderwijs – symbool voor hoop en toekomstperspectief – de rode draad. Met een collega bezoekt Poppy een flamencoklas en ze volgt rijlessen. Het zijn hilarische scènes. De combinatie van de giechelige, wiebelige Poppy en de verbeten dogmatische rij-instructeur Scott levert extreem komische dialogen op, en ook de confrontatie tussen de Spaanse juf en het stelletje beduusde, bleke Britten doet tranen van het lachen in je ogen springen.

Het is overigens niet zo dat in deze ode aan het optimisme geen typische Leigh-beklemming op de loer ligt. „Misschien moet je wat minder aardig worden, Poppy”, suggereert een vriendin nadat de rij-instructeur al te obsessief is gebleken. Toch lijkt dat niet de juiste conclusie. Poppy is weerbaar genoeg. ’Too good to be true’, misschien, maar volkomen geloofwaardig en het eerste Leigh-personage dat je niet met de moed in de schoenen maar met de lente in je hoofd, verfrist, naar huis laat gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden