Rasdiplomaat onder Soeharto

De Indonesische diplomaat en oud-minister Ali Alatas is gisteren overleden. Hij was ’het beschaafde uithangbord van het regime-Soeharto’.

„Ach, wat jammer”, zegt oud-minister van buitenlandse zaken Pieter Kooijmans, als hij hoort van het verscheiden van Ali Alatas. De Indonesische oud-minister van buitenlandse zaken overleed gisteren op 76-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Singapore aan een hartaanval.

Alatas was een rasdiplomaat en een van de bekendste politici in Indonesië. Lange tijd was hij het gezicht van het dictatoriale bewind van president Soeharto. „Hij was een soort beschaafd uithangbord van het regime van Soeharto”, zegt Kooijmans, die hem geregeld ontmoette.

„Ik was buitengewoon gunstig getroffen door zijn menselijke benadering. Ik heb nooit aan zijn eigen bedoelingen getwijfeld, maar hij was natuurlijk wel een instrument van Soeharto. Toch had ik de indruk dat hij een ander regime op prijs had gesteld. Ik kan me niet voorstellen dat hij hete tranen heeft gehuild toen Soeharto viel”, aldus Kooijmans.

Ali Alatas, in 1932 geboren in Jakarta, was in zijn jonge jaren korte tijd journalist, maar besloot de diplomatie in te gaan. Hij werkte op diverse ambassades en was onder meer ambassadeur bij de Verenigde Naties in Genève en in New York.

In 1987 werd hij minister van buitenlandse zaken. Dat bleef hij tot nog een jaar na de val van Soeharto in 1998, onder de nieuwe president Habibie. Die zette het land op een democratische koers. De afgelopen jaren was Alatas speciaal adviseur van de huidige president Yudhoyono.

Kooijmans kreeg in zijn tijd als speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor folteringen (1985-1992) ook te maken met Alatas. „In die hoedanigheid was ik niet erg welkom in Indonesië, maar Alatas was heel behulpzaam bij het leggen van contacten, ook met mensenrechtenorganisaties”, vertelt Kooijmans. „Ik moest gevangenissen bezoeken en met gevangenen praten. Er waren duidelijk instructies gegeven dat me niets in de weg gelegd mocht worden. Die konden alleen maar van Alatas afkomstig zijn geweest.”

Ook in de kwestie Oost-Timor, de vroegere Portugese kolonie die Jakarta in 1975 bezette, speelde Alatas een grote rol. Kooijmans was als speciaal VN-rapporteur toevallig in de hoofdstad Dili in 1991 ten tijde van het bloedbad onder Oost-Timorezen op de Santa Cruz-begraafplaats.

Het Indonesische leger opende toen tijdens een herdenkingsdienst het vuur, waarbij honderden doden en gewonden vielen. „Alatas was in Seoul, maar belde me en toonde zich geschokt”, zegt Kooijmans. „Hij maakte me duidelijk dat dit niet de opzet was van de Indonesische overheid.” Onder Habibie en Alatas trok Indonesië zich in 1999 terug uit Oost-Timor.

Na het bloedbad zette Den Haag de ontwikkelingshulp gedeeltelijk stop. Indonesië verbrak de hulprelatie helemaal nadat toenmalig minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) in 1992 had gezegd dat de hulp afhankelijk zou moeten zijn van naleving van de mensenrechten.

Toen Kooijmans samen met premier Lubbers in 1994 een bezoek bracht aan Indonesië om de plooien weer wat glad te strijken, kwamen onvermijdelijk ook de mensenrechten ter sprake. Maar Alatas kon onder Soeharto weinig uitrichten. „Hij kende de Nederlandse mentaliteit en begreep de houding, maar ik vond hem vooral berustend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden