Interview Stervensfase

‘Rare dingen doen voor levensverlenging wil ik niet, als het lichaam op is, is het op’

Els Timmerman met haar hond Boefje Beeld Koen Verheijden

Els Timmerman is terminaal ziek. Aan de keukentafel besprak ze met haar kinderen haar wensen voor het levenseinde. 

De 62-jarige kunstschilder heeft de ziekte van Lyme en levercirrose. Tweeënhalf jaar geleden vertelde de arts haar dat ze nog drie tot vijf jaar te leven had. Ze woont alleen, met hond Boefje, in Andelst, Gelderland.

“Het gaat mij op dit moment redelijk goed, met vallen en opstaan. Mijn energie is niet meer wat het geweest is. Maar wandelen met de hond gaat nog. Ik sta onder controle van het ziekenhuis, slik zestien pillen per dag. Dit jaar en vorig jaar belandde ik een keer in het ziekenhuis, het jaar ervoor zeven keer. Als gevolg van de levercirrose heb ik bloedingen in de slokdarm. Dat blijft een groot gevaar.

“Toen ik hoorde dat ik nog maar een paar jaar te leven had, kreeg ik in eerste instantie een klap in mijn gezicht. Dan schrik je wel even, ja. Toen kwam er een volgende fase en realiseerde me: ik ben niet bang voor de dood. Ik heb een goed leven gehad, ik heb geen wensenlijst die nog moet afgewerkt. Mijn doel is bereikt, ik heb twee volwassen evenwichtige kinderen grootgebracht. Ze zijn 23 en 25 jaar oud, studeren allebei in Eindhoven.

“Ik heb alles over de zorg die ik bijvoorbeeld in de stervensfase wil, besproken en vastgelegd hier aan de keukentafel met mijn kinderen. Althans alles wat je kunt vastleggen, want je weet tenslotte niet wat er staat te gebeuren. Dat is het onbekende van de ziekte. Ik wil straks het liefst zorg in de buurt van mijn kinderen. Maar zij studeren ook op een gegeven moment af, krijgen een baan, ik weet niet waar. Dat deel heb ik dus nog niet geregeld.

“Rare dingen doen voor levensverlenging wil ik niet. Als het lichaam op is, is het op. Een levertransplantatie wil ik bijvoorbeeld niet. Geef die gezonde lever maar aan een jonger iemand. Stervensbegeleiding wil ik wél. En als ik op een gegeven moment echt nog maar heel weinig kan, dan komt misschien euthanasie nog op mijn weg. Daar heb ik mijn huisarts en behandelend specialist ook goed van doordrongen.

“Mijn kinderen weten ook wat ik ná mijn dood wil. Ik ben al op de natuurbegraafplaats geweest. Een crematie en dan mijn as in een biologisch afbreekbare pot bij een boom. Die wordt dan gevoed door mijn as, het wordt mijn boom. Ik weet nog niet of ik ga overleggen over een ander idee. Dat er een nieuw boompje geplant kan worden. Ik heet Els en woon in de Betuwe. Ik denk aan een Elstar appelboom, want daar staat er altijd wel een van bij mij in de buurt. Ik weet niet of dat mogelijk is, daar wil ik nog over praten.

“Het kan nog best een tijd duren voor de stervensfase komt. Maatschappelijk gezien beteken ik niet veel meer. Vrijwilligerswerk kan ik niet meer doen. Ik schilder nog wel. Ik hoop dat ik met mijn schilderijen mensen nog kan laten genieten.”

Lees ook:

Minister De Jonge: Praten over het levenseinde maakt sterven minder eenzaam

Praten over de dood komt nog te weinig voor. Het kabinet wil dat gesprek bevorderen en uitbehandelde patiënten helpen. Een campagne geeft tips voor de dialoog met artsen en familie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden