Rapport: Amsterdamse daklozen krijgen te weinig hulp

Daklozen in Amsterdam. Beeld anp

De kwetsbaarste mensen moeten vaak lang wachten op een opvangplek, zegt RMA, de Amsterdamse rekenkamer.

Daklozen die opvang voor langere tijd zoeken en zich melden bij het loket dat Amsterdam daarvoor heeft, staan vaak snel weer buiten. Met een 'nee' en zonder de nodige hulp bij het zoeken van een plek waar ze dan wel terechtkunnen. Het is maar een symptoom van wat er scheelt aan de omgang van Amsterdam met daklozen: vaak staan niet de daklozen en hun behoeftes centraal in de aanpak, maar de procedures en criteria van de gemeente zelf.

Deze harde noot kraakt de Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA) in een onderzoek naar de maatschappelijke opvang. Amsterdam is de stad met verreweg de meeste dak- en thuislozen. Die kunnen op veel plaatsen terecht: er is crisisopvang voor wie acuut hulp nodig heeft, nachtopvang, passantenpensions en inloophuizen waar dak- en thuislozen een beperkte tijd terechtkunnen. Maar voor maatschappelijke opvang - voor langere tijd en met begeleiding, gericht op uiteindelijk weer zelfstandig wonen - zijn de drempels hoog.

Voor daklozen met psychiatrische problemen zijn er beschermdwonenprojecten. Deze groep komt vaak wel door de screening - als er tenminste een diagnose van een professional ligt. Voor anderen is het ingewikkelder. De maatschappelijke opvang is alleen bestemd voor mensen die zich echt niet zelfstandig kunnen redden; wie als zelfredzaam aangemerkt wordt, komt er niet in. Ook 'economische daklozen', mensen die door schulden of een te zware hypotheek op straat zijn beland, kunnen er niet terecht. Net als buitenlanders en daklozen die weinig binding hebben met Amsterdam.

Folder

In de praktijk wordt twee derde van de daklozen die zich melden voor de maatschappelijke opvang er niet toegelaten. Dat gaat zo snel dat de rekenkamer zich afvraagt of het oordeel wel altijd even zorgvuldig tot stand komt. "En belangrijker: ieder die zich meldt aan dat loket heeft hulp nodig, wat voor hulp dan ook", zegt RMA-directeur Jan de Ridder. "Maar die krijgen ze niet. Hoogstens krijgen ze een foldertje over waar ze heen kunnen. Dat is te weinig. Veel van deze mensen zijn niet in staat zelfstandig de juiste instantie te bereiken."

Ook wie wel door de screening komt, is daarmee meestal niet meteen geholpen. Zowel voor beschermdwonenprojecten als voor maatschappelijke opvang bestaan wachttijden van ongeveer een jaar. In de tussentijd moeten daklozen zich grotendeels zelf zien te redden, met onderdak bij vrienden en familie of in de nachtopvang. De Ridder: "Daardoor verergeren hun problemen vaak. Hoe langer iemand dakloos is, hoe meer hij verliest. Zijn papieren, zijn bankpas. Maar ook zijn vertrouwen in zichzelf en anderen."

Uiteindelijk is het de bedoeling dat dak- en thuislozen via de maatschappelijke opvang weer op eigen benen leren staan en daar is een hele keten van instanties bij betrokken. Ook daarin gaat het nogal eens mis, bijvoorbeeld omdat de daklozen verstrikt raken in de papierwinkel die bij elke stap vereist is. Zo moeten ze voor de laatste stap, om zelfstandig te mogen wonen, meerdere malen een BKR-overzicht overleggen, om inzicht te geven in hun schulden. Maar dat kost geld. De Ridder: "We zijn iemand tegengekomen die zei: dat kost me 40 procent van mijn weekbudget, moet ik dat wel doen? Bijna alle daklozen zitten in de schuldhulpverlening en een schuldhulpverlener kan zo'n BKR-overzicht gratis opvragen. Waarom gebeurt dat dan niet!?"

Wethouder: rapport rekenkamer is te kritisch

Hoeveel dak- en thuislozen Amsterdam telt? Niemand weet het. Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt het op 30.500 in heel Nederland, waarvan 13.000 in de vier grote steden. In Amsterdam lopen de meeste daklozen rond. De Rekenkamer Metropool Amsterdam houdt het op ongeveer 5500 daklozen buiten de maatschappelijke opvang, plus nog 2000 die wel in die opvang zitten of daar op z'n minst recht op hebben.

Wethouder Eric van der Burg noemt het rekenkamerrapport 'te kritisch' - al neemt hij alle aanbevelingen over. "We moeten streng zijn", zegt hij. "Mensen die niet toegelaten worden tot de maatschappelijke opvang weten zich uiteindelijk vaak te redden, en dat is precies de bedoeling."

De wachttijden zijn volgens hem al aan het krimpen. "Er was verstopping doordat er te weinig woningen zijn voor mensen die nog in de opvang zitten, maar weer zelfstandig kunnen wonen." Onder meer door goede afspraken met corporaties komt die 'uitstroom' uit de opvang nu beter op gang.

Lees hier het interview met de Amsterdamse thuisloze Chahid Aaddi: 'Ik wil een normaal leven. Ik doe het voor mijn dochtertje'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden