Ramses Shaffy dronk het leven leeg

Twee jaar na zijn dood is Ramses Shaffy weer springlevend in een nieuwe musical en biografie. Die tonen ook zijn zwarte kant. Wat maakt de 'goeroe van de vrijheid' nog steeds zo aantrekkelijk voor velen?

Op het podium staat een afgeleefde man: zijn tred is traag, zijn mond hangt een beetje open. Hij is nog geen schim van de charismatische zanger die met diezelfde mond massa's mensen betoverde. Maar dat was lang voordat Ramses Shaffy als Korsakov-patiënt in het verzorgingstehuis belandde.

De recreatiezaal van dat tehuis vormt het verrassende decor van 'Ramses', een nieuwe musical uit de stal van Albert Verlinde. Daarin brengt de oude, door alcohol gevloerde Shaffy een nacht door met zijn jongere ik: de feestende, zuipende, aanbeden zanger en acteur. Die valt ook bij de ouwe Ramses (mooi gespeeld door Hans Hoes) in de smaak. "Geil worden van je eigen herinnering, dat is één van de voordelen van Korsakov."

De voorstelling gaat op 1 december in première, precies twee jaar na zijn dood. Maar 'dood' is in het geval van Shaffy een betrekkelijk begrip, zo illustreerden De Jakhalzen vorige week. Met borstels en emmers sop gingen deze speciale reporters van 'De wereld draait door' graffiti te lijf. Onverlaten hadden bij een portret van Ramses met het onderschrift 'Leef!' namelijk gespoten: "En ga dood!" Prompt trommelden De Jakhalzen allerlei bekende Nederlanders op, die devoot de dood van de muur gingen schrobben.

De boodschap van dit filmpje is duidelijk: Ramses Shaffy leeft nog voor een grote schare bewonderaars. Dat is voorzichtig uitgedrukt: het lijkt wel alsof bijna iedereen van boven de dertig lichtjes in zijn ogen krijgt bij de naam 'Shaffy'. Een petitie om een toekomstig Amsterdams metrostation naar de zanger te vernoemen werd in een mum door achtduizend Nederlanders ondertekend. Die mogelijke vernoeming heeft overigens iets ironisch: Shaffy was geen liefhebber van het openbaar vervoer en nam zelfs vanuit de goot een taxi.

Vlak na zijn overlijden op 1 december 2009 hing er ineens een spandoek aan de brug bij het Sarphatihuis, waarin de zanger zijn laatste jaren sleet: 'Lange leve Ramses Shaffy!' Nederland rouwde collectief om de troubadour, de bohémien, de clochard, de on-Nederlandse levenskunstenaar die toch nog onverwacht aan kanker bezweken was. Nu is er een musical, in 2013 volgt een tv-serie. Wat maakt dat we Shaffy blijven koesteren, in leven willen houden?

Een deel van dat antwoord schuilt natuurlijk in zijn chansons, die zelfs twintigers nog wel kennen. Al was het maar omdat er van klassiekers als 'Zing-vecht-huil-bid-lach-werk-en bewonder' (1971) opzwepende remixen bestaan. Maar ook Shaffy's eerste hit 'Sammy' (1966) en liedjes als 'Wij zullen doorgaan' (1972) en 'Laat me' (1978) roepen bij velen flarden van teksten en melodieën op.

Shaffy kón zingen, met een timbre en een intensiteit waarmee hij - volgens zangeres en metgezel Liesbeth List - "je hart openscheurde." Sommige van zijn teksten, vaak in vijf minuten neergekalkt, waren pure poëzie. Daarbij werd Shaffy, met zijn lange bruine haar, zijn donkere ogen en zijn slanke, in strakke bloezen en broeken gestoken lijf als twintiger en dertiger door mannen én vrouwen woest aantrekkelijk gevonden.

"Heel Amsterdam was verliefd op hem", zei zijn ex-geliefde Joop Admiraal eens. In de muziekvoorstelling verwoordt de jonge Ramses (gespeeld door musicalster William Spaaij) het iets platter: "Ik kan neuken met wie ik wil. Ik heb een hele stad om mee te neuken. Ik kan zwaaien met m'n hand en zeggen: jij!"

De jonge Shaffy was een 'liefdesbeest', een 'casanova', een 'Grote Levensgenieter', een 'verrukkelijk iemand', een 'goeroe van de vrijheid' die de burgers vooral in de jaren zestig een spiegel voorhield. Als je toch eens zou durven, als je die vrouw, die baan en die kinderen niet had, als jij nou ook zo aantrekkelijk en getalenteerd was, en minder angstig en verstandig, als je die vergadering van morgen niet moest voorbereiden, dan zou je ook zo kunnen leven: in een roes, in de nacht, in cafés, in telkens weer een ander bed.

Het 'liefdesbeest' en Shaffy's andere bijnamen komen uit 'We zien wel!', de gisteren verschenen biografie van Sylvester Hoogmoed. Die interviewde generatiegenoten van de zanger en verzamelde veel anekdotes die bijdragen aan de Shaffy-mythe. Die begint natuurlijk met zijn Egyptische vader, een hoge diplomaat die Shaffy pas heel laat in zijn leven zou leren kennen. En met zijn flamboyante Russische moeder, die de zanger een levenslang trauma bezorgde. In het najaar van 1939 zette zij haar toen zesjarige zoon vanuit Parijs op de trein naar Utrecht. Na een kort verblijf bij een tante belandde hij in een kindertehuis in Zeist, en vandaar in een liefdevol pleeggezin. Shaffy was een alleenstaande minderjarige asielzoeker, een ama avant la lettre, weggestuurd en afgedankt. Al belde zijn moeder soms nog wel, met de vraag: 'Où est mon prince?'

Zijn kleurrijke achtergrond alleen al gaf Shaffy een prinselijk air. Toch school zijn aantrekkingskracht vooral in zijn elektriserende persoonlijkheid. Daarvan laat biograaf Hoogmoed tientallen mensen getuigen. "Hij was een soort lamp waar alle muggen op afkwamen," aldus actrice Ellen Vogel. Liesbeth List beschreef zijn charisma zo: "Deze god naast me, die gaf alleen maar liefde."

Shaffy was geen brave god: hij zoop en naaide, liep 's nachts naakt over het Leidseplein, sliep zijn roes uit in de bosjes bij het City Theater. Hij was straatarm maar stuurde taxichauffeurs om een broodje, en verscheurde briefjes van vijf omdat hij die zo lelijk vond. Had hij even geld, dan ging dat ogenblikkelijk op aan dure diners met vrienden voor de nacht. En aan drank, heel veel drank, wodka vooral. Zijn huis aan de Derde Weteringdwarsstraat was volgens ooggetuigen één grote bende van lege flessen, etensresten, schimmels, maden en vuile kleren.

Er zijn veel meer van dit soort verhalen, vaak geestig, soms met een wrang randje. Een stomdronken Shaffy die tijdens een cruise een barkeeper in elkaar slaat, omdat hij - op volle zee - geen taxi weet te regelen, is niet alleen maar leuk. Maar ze hebben vaak dezelfde bottom line: Shaffy leefde erop los. En dat is - ook nu nog - voor velen onweerstaanbaar.

"Ik ken weinig mensen die zo hun impulsen volgden, die zo compromisloos leefden", zegt Peter de Baan, regisseur van de musical 'Ramses'. "Hij had dat grenzeloze, het altijd willen ervaren en omarmen wat er is. Als wij één glaasje drinken, dan dronk hij een Magnumfles. Hij dronk het leven echt leeg. Hij leefde in het nu, dacht nooit veel verder. Er zijn zoveel mensen die daar een beetje van proberen te vangen. Daar zijn zelfs hele cursussen voor..."

Tegelijkertijd, aldus De Baan, blijven de meeste Shaffy-liefhebbers nuchter: "Je hoeft maar een week als Ramses te leven en je moet een maand het ziekenhuis in."

Dat 'het grote genieten' een prijs had, heeft Shaffy nooit verbloemd. Dat viel ook niet te verbloemen: daarvoor kwam hij in zijn latere jaren te vaak beschonken het podium op; te laat, altijd veel te laat. Volgens biograaf Hoogmoed begon hij ook geregeld de voorstellingen van collega's te verstoren, als een soort bezopen 'oom Wanja'.

In 1979, toen zijn gloriejaren al achter hem lagen en Shaffy één tot drie flessen wodka per dag dronk, ontdekten artsen dat hij 'de hersenen van een bejaarde' had. De drank en zijn levensstijl maakten ook dat hij nooit uitgroeide tot een internationale ster als Jacques Brel, met wie Shaffy vaak is vergeleken.

"Je verkwanselt je talent", zo houdt de ouwe Ramses in de musical zijn jonge ik voor. "Je drinkt om maar niet aan die vrouw en die trein te denken, en om maar niet met één iemand in bed te liggen van wie je echt houdt." Van een Shaffy-verheerlijking is hier geen sprake: Hoes speelt de voormalige vrijbuiter, opgesloten in een krakkemikkig lijf, tussen de bejaarden. "Er wordt wat weinig geneukt hier." En de jonge Shaffy is grimmig en egocentrisch en doodsbenauwd voor intimiteit, niet in staat om zich aan iemand echt te binden.

Deze twee Ramsessen - eenzaam, gehavend - zijn toneelfiguren geworden. Ze beelden vooral de donkere kant van de populaire zanger uit: zijn bindingsangst en drang tot zelfvernietiging.

Maar die kenden we al. Ze vervolmaken het romantische beeld van de grote kunstenaar die zong: "Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer / En als je straks anders wilt, kun je niet meer / Mens durf te leven."

Zo'n mens willen de meesten - vanwege carrières, gezinnen, hypotheken en gezondheid - uiteindelijk toch niet zíjn, maar wel graag blijven zien. Vandaar dat driftig poetsen van De Jakhalzen op de besmeurde muren: Ramses Shaffy mag niet dood, lang leve Ramses Shaffy.

Sylvester Hoogmoed, 'We zien wel! Het wonderlijke leven van Ramses Shaffy'. Met een voorwoord van Liesbeth List. Amsterdam, Prometheus ISBN 9789044617481 420 blz., prijs 19,95 euro.

De musical 'Ramses' (naar het script van Dick van den Heuvel) gaat op 1 december in première in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De rol van de oude Ramses wordt in eerste instantie gespeeld door Hans Hoes, later ook door Tom Jansen. Zie voor de speellijst www.musicalramses.nl

Spaaij: Dat zou ik ook wel willen kunnen
Toen hij gevraagd werd voor de rol van de jonge Ramses in de musical, zei William Spaaij direct: "Ja, natuúúrlijk! Maar we gaan geen verheerlijkte Shaffy doen met alleen maar gepolijste liedjes."

Zo geschiedde: tussen de liedjes door speelt Spaaij ook een tierende Shaffy met een kwade dronk, die Liesbeth middenin de nacht toeschreeuwt: "We moeten zingen!"

Om zich in te leven in zijn rol liep Spaaij maandenlang met Shaffy's muziek op zijn oren. Daarnaast verdiepte hij zich - door het bekijken van heel veel beeldmateriaal - in het charisma van de zanger. "Mensen die hem ontmoetten, dachten allemaal: die glimlach is voor mij. Ze onthouden dat moment voor altijd."

Ook Spaaij is gefascineerd door zijn overleden collega. "Nu kun je je niet voorstellen dat je zó leeft. Als ik nu als artiest met mijn blote leuter in de fontein op het Leidseplein zou springen, dan zou de pers me afmaken. Er staan meteen mensen met hun mobieltje te filmen en een minuut later staat het op YouTube. Als je carrièregericht bent, dan ben je behoedzamer. Maar Ramses maakte zich niet druk over 'de anderen'. Dat vind ik fascinerend, dat zou ik ook wel willen kunnen."

Shaffy, de zanger
De succesvolle documentaire 'Ramses. Où est mon prince' van Pieter Fleury zorgde in 2002 voor een ware Shaffy-revival. Vooral het eindshot maakte indruk: daarin zong de oude Shaffy zijn lied ''t Is stil in Amsterdam'. Bij de slotregels "Ik wou / dat ik nu eindelijk iemand tegenkwam" biggelden tranen over zijn wangen. Het script van de musical is losjes op Fleury's film gebaseerd.

Ramses Shaffy (1933-2009) kende vele periodes van publieke afwezigheid en wederopstanding. "Hij herrees steeds weer als een phoenix uit zijn as", zegt List. In het begin was zijn carrière stabiel: van 1952 tot 1963 maakte Shaffy naam als groot theatertalent. Maar daarna gingen die voorstellingen hem vervelen. "Het breekt je avond zo."

Shaffy koos voor de muziek en werd pas echt beroemd met zijn 'Shaffy Chantant' (vanaf 1964), een soort nachtclub waarin hij en vele andere beroemdheden uit die tijd liederen zongen en gedichten voordroegen.

List: We hielden van elkaar, maar praatten niet
Het was Liesbeth List die in William Spaaij een jonge Shaffy herkende. Samen stonden ze in 'Piaf, de musical', over Edith Piaf. Vaak zei ze tegen Spaaij als ze de kleedkamer inkwam: 'Jij bent sprekend Ramses.'

List - die veel met Shaffy samenzong en ook door hem ontdekt werd - voerde ook voorbereidende gesprekken met scriptschrijver Dick van den Heuvel. Vorige week zag ze de eerste try-out van de 'Ramses, de musical' in Veenendaal. "Ik was af en toe zeer ontroerd. Zo wás Ramses."

Een belangrijk thema in de musical is Shaffy's jeugdtrauma: hij werd door zijn moeder op 6-jarige leeftijd afgestaan. List heeft een vergelijkbare achtergrond, maar dat ontdekten de twee pas na jaren. "We werkten al heel lang samen, toen we in Indonesië moesten optreden. We werden in Bandoeng ondergebracht in een vakantiehuisje. Daar hebben we voor het eerst over ons weeskinderschap gepraat en bleek dat we beiden een gat in onze ziel hadden. Wij hielden van elkaar, maar wij praatten niet over onze privélevens. Dat hoorde ook bij die generatie van toen: je viel elkaar niet lastig met sores."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden