Review

Rake ontmaskeringen in themahotel ’Turkse harem’

De Nederlandse Opera, Nederlands Kamerorkest en solisten olv Constantinos Carydis met ’Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart in een regie van Johan Simons op 5/2 in Muziektheater Amsterdam. 8 voorstellingen t/m 28/2.

Hoe beschouwen we de ander? Wat zien we, of liever: wat verwachten we te zien? Kunnen we door versleten clichés heen kijken? Nogal wat vragen lagen aan de basis van Johan Simons’ eerste operaregie in Nederland. Dat Mozarts Turkenopera ’Die Entführung aus dem Serail’ zich tegenwoordig prima leent voor een venijnig en vernuftig steekspel tussen oriëntalisme en occidentalisme – tussen Said en Buruma zogezegd – is geen verrassing meer.

Maar bij Simons gaan de vragen nog een stukje verder: Wat doet een theaterregisseur met opera? Zitten de betalende bezoekers op dezelfde stoelen als de acterende zangers? Is een leeg podium wel een leeg podium? Is het decor geen projectie van het decor wat we verwachten? Kunnen eventuele boe-roepers wel verder kijken dan het clichébeeld dat zij van een ’moderne’ operaregie hebben?

En boe-roepers wáren er dinsdag aan het eind van een lange avond in het Muziektheater, al klonk het lang niet zo massaal als in Parijs, waar Simons in 2006 voor zijn operadebuut (Verdi’s ’Simon Boccanegra’) door een boe-vloedgolf overspoeld werd. In Amsterdam vermengde de afkeuring zich met enthousiaste jubel, en ook hier lag het er maar aan hoe je daar naar luisterde. Tussen boe en bravo lag de wereld tussen Oost en West, tussen theater en opera, tussen echte clichés en nepclichés.

Maar laten we bij de partituur beginnen, het keurslijf waarbinnen Simons zich naar eigen zeggen wel prettig voelt. Het was een verademing om in het Muziektheater eindelijk weer eens een dirigent aan het werk te zien die het kloppend Mozarthart op de juiste plaats had zitten. Met het fris en energiek spelende Nederlands Kamerorkest wist de Griek Constantinos Carydis overtuigend vliegende vaart aan bittere reflectie te koppelen. In het begin kwam die vaart nog vervaarlijk dicht bij ontsporingen, maar allengs kreeg Carydis de teugels strakker in zijn sierlijk bewegende handen en kon hij pronken met Mozarts geniale details en invallen. Opvallend aanwezig in een opera zonder recitatieven was een fortepiano, inventief bespeeld door Peter Lockwood. De orkestklank werd er mooi spitser van; met een iets hoger ingestelde orkestbak zou de klank ook nog aan brille hebben kunnen winnen.

Op de bühne stond een mooi zangersensemble, een mix van oude rotten en jong talent. Maar geen van hen liet een onvergetelijke indruk achter. Tenor Michael Smallwood kwam als Pedrillo volume tekort in zijn grote aria, terwijl sopraan Mojca Erdmann (een pittig zingende Blonde) juist onvoldoende présence had in haar gesproken bijdrage. Tenor Edgaras Montvidas (Belmonte) viel vooral op door zijn soepele hoogte en uitstekende ademtechniek. Laura Aikin, een wereldwijd gevierde Konstanze, kon de verwachtingen niet helemaal waarmaken; haar geweldig geacteerde personage zong met scherpe en ruwe kantjes.

Bleef over Kurt Rydl, die als Osmin weer eens zijn immens blote bast kon tonen en die met zijn eveneens immense stem ook gratie en lichtheid kon suggereren. Osmin kan bijna altijd – net als Papageno – op publieke bijval rekenen, maar Rydl verdiende die dubbel en dwars.

Alle zangers, en ook acteur Steven Van Watermeulen (Bassa Selim), gaven de indruk zich lekker en senang te voelen in hun door Simons’ geboetseerde rollen. De voorstelling bleef ondanks de lengte, spontaan en soepel om naar te kijken, met genoeg afwisseling van diepgang, cynisme en grollen om te blijven boeien. Maar ook Simons ontkwam niet aan een paar clichés. Zo hebben we het schaamteloos gefriemel aan Blonde als die haar hoge e’s (da’s superhoog) moet zingen wel gezien.

Het decor was supernep oosters. Een lobby van een themahotel in Las Vegas, inclusief witlederen bankstel zoals je dat bij de superrijken in Jemen wel ziet. Een groot zetstuk op het verder lege toneel, net als bij ’Boccanegra’ in Parijs. En net als in Parijs draait Simons dat zetstuk aan het eind om, zodat we achter de illusie kunnen kijken. Ik weet niet of elke lachsalvo uit de zaal ook door Simons beoogd was, zoals toen Bassa letterlijk kotsmisselijk werd van Konstanze’s gelul. Maar het spel met wat er van de personages en van ons verwacht wordt, werd subliem uitgespeeld. ’Immer noch traurig?’ vraagt Bassa aan Konstanze. Die zit waterpijpend, verkleed als ’oosterse’ met Blonde te giechelen. Theater!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden