Rafaëls studies in Teylers Museum

De eerste Nederlandse tentoonstelling van Rafaël ooit, in het Teylers Museum, gaat vandaag open. Hoe onderscheid je een Rafaël van zijn leerlingen? Aan zijn perfectie.

Achim Gnann zou niet zonder zijn ogen kunnen. Zijn zicht is zijn belangrijkste gereedschap. Vanachter zijn bril speurt de Oostenrijkse Rafaël-expert tekeningen af, op zoek naar aanknopingspunten. Wie heeft de tekening gemaakt? Welke stilistische kenmerken zijn erin te ontdekken? "Natuurlijk moet je als wetenschapper veel lezen en schrijven. Maar de meeste tijd gaat zitten in kijken."

Van veel oude tekeningen en schilderijen is niet met honderd procent zekerheid te achterhalen wie de maker is. Vaak staat er geen authentieke handtekening op. Vooral bij tekeningen die als voorstudie zijn bedoeld, is dat het geval. En dat geldt zelfs voor werken uit de omgeving van Rafaël (1483-1520), een van de grootste en meest bestudeerde kunstenaars van de hoogrenaissance.

Samen met Michelangelo en Leonardo da Vinci bracht hij de kunst op een bijna niet te evenaren niveau. Tegenwoordig zijn de avontuurlijke denker Leonardo en de krachtige beeldhouwer Michelangelo bekender en geliefder dan Rafaël. Maar tot aan de negentiende eeuw was Rafaël de absolute standaard voor schoonheid. Kunst telde in de academische kunstwereld pas mee als het de klassieke geïdealiseerde vormen van Rafaël benaderde. Nederlandse schilders in de zeventiende eeuw, die zich 'verlaagden' tot het schilderen van lelijke, oude, arme mensen, hadden er niets van begrepen. Gnann: "Tegenwoordig houden we meer van het drama van Michelangelo dan van de geïdealiseerde schoonheid van Rafaël. Dat hoort bij de tijdgeest. Maar voor mij is Rafaël de meest getalenteerde van de drie."

Al dat kijken heeft ertoe geleid dat Gnann Rafaël door en door kent. "Rafaël was een goed opgevoede, prettige man met een open karakter. Iedereen vond hem aardig en wilde in zijn buurt zijn. Hij wilde altijd iedereen helpen. Dat karakter zie ik terug in zijn werk en dat helpt bij het beoordelen of een werk van hem is."

Harmonie is het sleutelwoord bij Rafaël; harmonie in vorm en inhoud. Zijn composities zijn uitgewogen, de afbeeldingen zijn natuurlijk op een harmonieuze manier: het gaat om schoonheid. Gnann: "Rafaël kiest altijd voor idealisering. Als hij een discipel schildert, zie je een zacht, sensitief gezicht, het prototype van een discipel. Niet een gezicht dat je ooit op straat zult tegenkomen. Je krijgt eigenlijk niet veel van Rafaël te zien. Niet het gevecht of de angst, hij geeft alleen de oplossing in de vorm van harmonieuze schoonheid."

Zijn vele leerlingen en medewerkers, die hem hielpen bij zijn opdrachten, probeerden natuurlijk net zo mooi te schilderen als Rafaël. Ook bij hen fladderen vrolijke engeltjes en waaien de omslagdoeken elegant in de wind. Daardoor is het zelfs voor kenners moeilijk om te zien wie wat schilderde.

Maar Gnann durft daar wel uitspraken over te doen. Met als gevolg dat tekeningen die eerder werden toegeschreven aan leerlingen nu aan de meester zelf worden toegeschreven. Hoe doe je dat? Waar zit dat 'm in?

In het Weense museum Albertina, waar Gnann werkt, laat hij de Nederlandse pers enkele tekeningen zien. De journalisten moeten pennen voor potloden inruilen; witte handschoentjes komen tevoorschijn. En dan worden de voorstudies van Rafael getoond.

Een vroege tekening van Rafaël, 'Madonna met de granaatappel'. Gnann: "Kijk hoe weinig Rafaël nodig heeft om het kindje levendig te maken. De Madonna heeft al die serene gelaatsuitdrukking die bij Rafael hoort. En hij plaatst haar middenin het landschap, niet ervoor."

Vier studies voor de 'Madonna in het groen'. Gnann: "Voor dit schilderij probeerde hij verschillende houdingen uit. Hier zie je dat hij onder invloed van Leonardo da Vinci al veel levendiger werkt."

Studie voor Pythagoras met zijn leerlingen in 'De School van Athene'. Gnann: "Op het schilderij is iedereen gekleed, maar voor de schetsen liet hij mensen met opgerolde broekspijpen en opgestroopte mouwen poseren om te kunnen zien hoe de spieren precies lopen. Daarna wist hij hoe hij de mensen in kleding zo levensecht mogelijk kon schilderen."

De kop van een apostel in 'De transfiguratie'. Gnann: "In dergelijke kopstudies dacht Rafaël na over de emotie van de man. Hier zie je de verwondering over het wonder dat hij ziet."

Anatomisch correct, elegant en sereen, harmonieus van verhoudingen. Met wat lijnen in rood of wit krijt, met de zilverstift en wat hoogwit creeerde Rafaël werelden van schoonheid. Zelfs zijn schetsen zijn perfect. Is perfectie dan het criterium waarmee je Rafaël kunt onderscheiden van andere kunstenaars?

Het lijkt er wel op. Gnann pakt er tekeningen bij van Rafaëls beste medewerkers: Giulio Romano en Gianfrancesco Penni. Romano was de beste van de twee; hij kreeg na de dood van Rafaël een bloeiende carrière, in tegenstelling tot Penni. Het verschil met Penni is na uitleg zelfs voor journalisten te zien. "Hij tekende heel keurig en precies, maar er zit geen leven in", verklaart Gnann. "De gesuggereerde beweging volgt niet uit de figuren; het zijn net poppen." Gnann toont ook de tekening van Rafaël met de titel 'Jongeman die een grijsaard draagt'. "Hier zie je wezens van vlees en bloed. De sterke jongen moet kracht zetten om het oude lichaam van de man dat als een zak op hem leunt, te kunnen dragen. Armen en benen zijn verstrengeld en toch zijn het twee lichamen die los van elkaar te begrijpen zijn."

Met dat laatste heeft ook Giulio Romano moeite, vindt Gnann. "Kijk maar: deze ineengestrengelde figuren lijken op elkaar geplakt te zijn. Er zit geen ruimte tussen." Ja, nu hij het zegt.

Gnanns dagelijkse omgang met Rafaël heeft ervoor gezorgd dat hij met gezag de mening van eerdere wetenschappers opzij kan zetten. In de negentiende eeuw werden veel tekeningen die eerst aan Rafaël werden toegeschreven, uit het oeuvre gehaald. De nieuwe generatie wetenschappers, zoals Gnann, accepteert nu veel meer tekeningen als werk van de meester zelf. Gnann: "Dat komt omdat men in de negentiende eeuw dacht dat Rafaël alleen heel lieflijk tekende of schilderde. Maar hij was sterk beïnvloed door de antieken en Michelangelo. Zo'n krachtige tekening als de 'Jongeman die een grijsaard draagt' vond men tot de jaren vijftig niet bij Rafaël passen. Nu denken we daar anders over. Rafaël is niet alleen lieflijk.

"Eind negentiende eeuw begon men voor het eerst na te denken over het herkennen van de 'handtekening' van een kunstenaar. Als een oorlel goed vast zat aan het hoofd, was het een Rafaël. Dat ging wat ver. Leerlingen konden juist heel goed neuzen, oren en ogen namaken. Het verschil is subtieler."

Gnann had goed nieuws voor het Teylers Museum. Aan de vooravond van de grote tentoonstelling van Rafaël in het museum bedacht hij dat het Haarlemse museum geen negen tekeningen van Rafaël in bezit heeft, maar dertien. Verder zijn er in Nederland alleen één tekening in het Rijksmuseum en één tekening in Museum Boijmans van Beuningen. De 'Putto met de attributen van Vulcanus' vond men vroeger te agressief voor de zachtaardige Rafaël, maar de tekening is zo goed gemaakt dat het een 'echte' Rafaël moet zijn, erkent ook het Teylers Museum. Hetzelfde geldt voor een 'Portret van een jonge man' en een 'Jozua'. Door de tekeningen naast die uit het Museum Albertina te leggen, werd de overeenkomst zichtbaar.

Over één tekening werden Gnann en zijn collega van het Teylers Museum, hoofdconservator Michiel Plomp, het niet eens. 'Drie vrouwenhoofden' is volgens Gnann gemaakt met de perfectie van Rafaël. Plomp vindt de hoofden juist te gladjes voor Rafaël. Hij houdt het op twaalf Rafaels in het museum.

Het is wel zo eerlijk van Teylers Museum dat het de onenigheid laat zien. Het werpt een licht op een van de moeilijkste facetten van deze wetenschap: Achim Gnann kan nog zoveel tekeningen gezien hebben, hij kan nog zoveel uren met het werk van de kunstenaar hebben doorgebracht, zonder de handtekening van Rafaël blijft ook de toeschrijving door een van de grootste experts altijd te betwisten.

Standaard voor schoonheid
Over twee weken gaat de grote Rafaël-tentoonstelling in het Louvre open. Daar zullen tekeningen en schilderijen te zien zijn uit de laatste jaren van Rafaël en van zijn leerlingen Penni en Romano, afkomstig uit het Prado Museum en het Louvre.

Bezoekers daarvan kunnen meteen doorreizen naar Haarlem, want in Teylers Museum behandelt de tentoonstelling 'Rafaël' dezelfde bijzondere band tussen meester en leerlingen en assistenten in zijn atelier. Het is de allereerste Rafaël-tentoonstelling in Nederland. En ook al zijn hier slechts twee schilderijen te zien en verder alleen tekeningen - voornamelijk studies voor schilderijen - het geheel is ronduit opwindend.

Uit de collecties van het Weense Museum Albertina en het Teylers Museum zijn ruim veertig tekeningen van Rafaël en nog eens ruim veertig tekeningen van zijn leerlingen bijeengevoegd, waarvan zo'n 30 procent afkomstig uit het Teylers. Tezamen tonen ze hoe Rafaël door middel van schetsen tot zijn bekende schilderijen en fresco's kwam. Ook is zijn ontwikkeling van een pure naar een meer gespierde en bijna maniëristische stijl te ontdekken. Maar bovenal is het gewoon genieten van de meesterlijke hand van de schilder en zijn leerlingen.

De grote tentoonstellingszaal is helemaal gewijd aan Rafaël. Daar hangen de eerste stadia van belangrijke werken van Rafaël: voorstudies voor 'Madonna in het groen', voor de figuur van Pythagoras in 'De School van Athene', vijf studies voor 'De Transfiguratie'. Verder onder meer een tekening die hij stuurde naar Albrecht Dürer. Om te laten zien waar de voorstudies voor zijn gemaakt zijn her en der grote reproducties van zijn belangrijkste werken te zien.

Maar ook zonder het eindresultaat voor ogen valt er veel te beleven aan de tekeningen, omdat de genialiteit van Rafaël - het teder voorovergebogen hoofd van een Madonna, de indrukwekkende lijven die hij van Michelangelo overnam, de karaktervolle koppen waar een hele wereld in zit - zoveel directer is te zien dan bij een schilderij.

Soms gaat het in die schetsen vooral om de bewegingen of houdingen - bijvoorbeeld de manier waarop Madonna en kind naar elkaar toebuigen. Dan zie je schetsmatige lijnen die de omtrek van een dijbeen suggereren of een geplooid gewaad aangeven. Telkens opnieuw zie je hem proberen de juiste houding te vinden. Zo kun je het ontstaan van de beroemde 'Madonna in het groen' bijna meemaken. Soms gaat het vooral om een gezichtsuitdrukking, het peinzen, de verbazing, een naar binnen gekeerd verdriet. Vaak is de schets uitgewerkter en veelzeggender dan het geschilderde resultaat. Zo verdwijnt de apostel in de drukke menigte van 'De Transfiguratie', maar is hij op zichzelf staand als studie een interessant individu.

In een aparte zaal hangen de werken van zijn leerlingen. Door de nadruk van de tentoonstelling op het onderscheid tussen meester en leerlingen ga je ogenblikkelijk zoeken naar de verschillende stijlen en het verschil in kwaliteit. Die zijn er natuurlijk. Maar het is niet altijd makkelijk aan te geven waar dat in zit. Zoals ook blijkt uit de tekening met drie vrouwenhoofden die volgens de Weense expert Achim Gnann van Rafaël is en volgens hoofdconservator van Teylers Michiel Plomp niet.

Het museum maakt van de nood een deugd en legt de vraag nu voor aan het publiek van de tentoonstelling 'Rafaël'. Beide kenners zetten hun mening uiteen op video en na deze snelcursus 'Rafaël lezen' mag de bezoeker zijn stem uitbrengen.

'Rafaël' is te zien tot en met 6 januari 2013 (geen verlenging, omdat de tekeningen niet langer dan drie maanden in het licht mogen). Kaarten zijn te bestellen op www.rafael2012.nl of aan de kassa van Teylers Museum in Haarlem.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden