column

Rafael Nadal laat ook na de titel zijn tanden zien

Marijn de Vries Beeld Maartje Geels

Zelden denk ik nog bij het aanschouwen van Rafael Nadal: wat doet hij nou? Zijn spel is zo goddelijk – op Eerste Pinksterdag fraai omschreven door Marcella Mesker in haar commentaar bij de finale van Roland Garros – dat je kunt kiezen: of je blijft je verbazen (en dat is geen doen) of je stopt met je verbazen en neemt zijn goddelijke spel voor normaal aan. Twaalf keer Roland Garros winnen: heel normaal.

De ‘wat doet hij nou’-gedachte kwam daarom op een zeer onverwacht moment. Na de wedstrijd. Tijdens de huldiging. Nadal nam de Coupe des Mousquetaires in ontvangst en beet in een van de oren. Hè? Wat doet hij nou? Bijten? Ik dacht dat tennissers de cup altijd kussen. Maar nee, Rafa beet in de vleugel van een van de zwaantjes die aan beide kanten de oren van de cup vormen. Het was een gek gezicht. In een medaille bijten is nog tot daar aan toe, maar in een beker…

Voor de zekerheid ging ik toch even zoeken, en ik vond alleen maar foto’s van tennissers die cups kussen. Ook de Coupe des Mousquetaires wordt door andere winnaars van het toernooi in Parijs gekust. Roger Federer, Stan Wawrinka, Novak Djokovic: allemaal drukken ze met gesloten ogen hun lippen tegen de beker. Er wordt niet gebeten.

Ik zocht verder en vond meer foto’s van Rafael Nadal, bijtend in een van de zwanen. In 2014, 2017, 2018: in al die jaren zette hij zijn tanden in de prijs. Blijkbaar is me wat ontgaan, want ook van andere toernooien vond ik foto’s van Rafa’s tanden om een oor of een poot van de trofee. Het bijten stamt al van vóór 2008, toen Nadal een gouden plak op de Olympische Spelen won – een medaille waar traditioneel gezien tanden het meest in horen.

Bij zijn allereerste overwinning op Roland Garros in 2005, hij was toen nog maar 19, zette hij zijn tanden nog niet in een vleugel, maar in de rand van de beker. In 2006 was een van de zwanen voor het eerst het haasje – net als alle edities die hij daarna won.

Ontelbare rituelen

Veel is er niet over het bijten te vinden, los van het feit dat het een van Nadals ontelbare rituelen is – naast de flesjes met warm en koud water waaruit hij om beurten een slok neemt, het steeds maar weer rechtzetten van die flesjes, het rechtzetten van de stoelen, het eerst met de rechtervoet betreden van de tennisbaan, het niet mogen aanraken van de lijnen tussen het spel door, enzovoorts en zo verder.

Dat het bijten op een medaille zijn oorsprong vindt in het checken van de echtheid van het zachte edelmetaal weet natuurlijk iedereen. Dat het bijten vooral leuk is voor de foto, is ook wel duidelijk. Fotografen vragen er zelfs om. Het levert namelijk een vrolijk beeld op, met een glimlach en een rij flonkerend witte tanden. Want het moet gezegd: er zijn maar weinig kampioenen met een raar fietsenrekkie in hun mond, of een viezig rokersgebitje. Doorgaans blaken de tanden van gezondheid. Stralend. Imponerend.

En dat is het. Ja hoor, dat is het bij Rafael Nadal. Zelfs ná de wedstrijd, zelfs als hij het hele toernooi heeft laten zien dat hij, en alleen hij de beste is, laat hij nog een keer zijn tanden zien. Pas maar op. I’ll be back.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier meer van haar columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden