Radertje in de moordmachine

De Amerikaans-Oekraïense oorlogsmisdadiger John Demjanjuk is zaterdag overleden. Tot op het laatst heeft hij volgehouden slachtoffer van een persoonsverwisseling te zijn.

In de vroege ochtenduren werd hij gevonden, in zijn kamer in Beieren - achttien vierkante meter Duitsland. In die ruimte eindigde de grillige levensloop van een man die, volgens de laatste uitspraak van een rechter, een half jaar lang vooraan heeft gestaan in een vernietigingskamp en duizenden Joden met zweep en bajonet de dood indreef. De dood door vergassing. Bijna dertigduizend van hen kwamen, in de periode van zijn diensttijd, per trein uit Westerbork.

Een kleine handlanger was hij in een grote moordmachine, een handlanger die door het lot in de felle schijnwerpers van de geschiedschrijving kwam te staan.

John Demjanjuk stierf - schuldig bevonden en in afwachting van hoger beroep - in vrijheid, maar het was een vrijheid die hem niets meer bracht. Hij was stateloos en zonder paspoort. Zo geïmmobiliseerd - en ook door zijn gezondheid - werd die kamer van achttien vierkante meter zijn laatste cel.

Geboren werd John Demjanjuk als Ivan in 1920 in een gehucht in de Oekraïne, dat toen nog tot het rijk van de Sovjet-Unie behoorde. In zijn jonge jaren maakte hij de grote hongersnood mee die miljoenen het leven kostte, en de terreurgolf die Stalin ontketende. Hij werkte op het land, was tractorbestuurder in een kolchoz, toen hij in 1940 werd opgeroepen voor dienst in het Rode Leger.

In mei 1942 maakten de Duitsers hem krijgsgevangen na een door de Sovjets verloren slag op de Krim. Als krijgsgevangene opgesloten in een groot kamp in het Poolse Chelm werd hij in juli 1942 geselecteerd als bewaker: het was een eenmalige kans aan de miserabele en levensbedreigende omstandigheden van het kampleven te ontkomen. In krijgsgevangenenkampen werd massaal gestorven.

Mensen als Demjanjuk werden, naar de Poolse plaats waar ze werden opgeleid, 'Trawniki' genoemd. In totaal vijfduizend Oekraïners, Balten en zogeheten Volksduitsers verkochten aldus hun ziel aan de duivel. Onwaarschijnlijk is dat ze vooraf weet hadden wie of wat ze zouden moeten bewaken.

Als Trawniki-man belandde Demjanjuk in maart 1943 in het ultra-geheime vernietigingskamp Sobibor, aan de huidige Pools-Witrussische grens, waar hij een half jaar diende. Daarna werd hij, in september 1943, overgeplaatst naar het werkkamp Flossenbürg in Beieren, en monsterde vandaaruit eind 1944 aan bij het zogeheten bevrijdingsleger van de Russische generaal Vlassov, dat met nazi-Duitsland vocht tegen de troepen van Stalin.

Tot gevechtshandelingen kwam het niet, bij de bevrijding viel Demjanjuk in handen van de Amerikanen, tegenover wie hij zijn ware geschiedenis verzweeg, uit angst teruggestuurd te worden naar de Sovjet-Unie.

Overigens heeft Demjanjuk deze weergave van zijn oorlogsjaren altijd bestreden. Dat hij op de Krim krijgsgevangen gemaakt werd, dat heeft hij later niet ontkend, maar wat daarna gebeurde, daarover heeft hij verschillende verklaringen afgelegd. De laatste versie was dat hij die oorlogsjaren tot eind 1944 in een krijgsgevangenkamp zat opgesloten, en nimmer in een opleidingskamp of vernietigingskamp was. Die verklaring legde hij af in het proces dat in 1987 tegen hem in Israël werd gevoerd, een verklaring die hij sindsdien altijd heeft volgehouden maar ook nimmer heeft toegelicht. Zo mechanisch was in feite die verklaring dat de vermaarde onderzoeksjournaliste Gitta Serenyi die het proces volgde vaststelde dat de verdachte het moeilijk vond om de waarheid te spreken.

Hij liet zich door de Amerikanen registreren als displaced person, werkte enige tijd in Zuid-Duitsland als chauffeur voor de Amerikaanse troepen en vroeg een visum voor de Verenigde Staten aan. Destijds, in 1945, liet hij optekenen dat hij van 1937 tot in 1943 als boer in Polen werkte, in de omgeving van het plaatsje 'Sobibor'. De leugen werkte, vooralsnog. Hij kreeg zijn visum in 1952.

Eenmaal in Amerika liet hij later, in 1958, zijn voornaam veranderen in John. Ivan verdween, en naar hij hoopte, met hem zijn geschiedenis. Bijna twintig jaar kon hij als Amerikaans burger een normaal bestaan leiden, met zijn gezin, zijn kinderen en kleinkinderen. Hij werkte als monteur bij de autofabrieken van Ford in Cleveland, Ohio.

Tot in 1975 zijn oude naam, die van Ivan Demjanjuk, opdook in de Oekraïne, in een oud, destijds op de Duitsers buitgemaakt archief. Zijn naam stond op een identiteitskaart van het kamp Trawniki, met jaartal, pasfoto en ondertekening. En met 'Sobibor' als plaats van detachering. De kaart droeg het nummer 1393.

Het leven dat de automonteur in de luwte leidde, was voorbij.

De Amerikaanse autoriteiten begonnen in 1978 een onderzoek tegen Demjanjuk dat tot het intrekken van zijn Amerikaans staatsburgerschap moest leiden. Hij had immers bij zijn aanvraag gelogen. Acht jaar lang duurde de procedure, met alle beroepen waarmee Demjanjuk zich verweerde, maar in 1986 werd hij gedenaturaliseerd en uitgeleverd aan Israël - daar hadden overlevenden van het vernietigingskamp Treblinka de man op de pasfoto herkend als Ivan de Verschrikkelijke, een kampbewaker die beestachtig huishield bij de gaskamers. Hier begon de dubieuze wereldroem van John Demjanjuk, hier viel het grote licht van de wereldpers op hem - een beest stond terecht.

Het was, na Eichmann in 1961, het tweede grote naziproces in Israël. De een aan de top van de machine, de ander als een klein radertje onderaan.

Het verloop van het Demjanjukproces was dramatisch, niet alleen door de hartverscheurende verklaringen van de getuigen, maar ook door de uitkomst. John Demjanjuk werd in 1988 ter dood veroordeeld, maar in hoger beroep kwam een tegenbewijs: Ivan de Verschrikkelijke was een ander. Niet Demjanjuk was het beest van Treblinka, maar ene Ivan Martsjenko - dat bleek uit nieuwe documenten die na de val van het communisme in Moskou werden aangetroffen. De getuigen, getraumatiseerd als ze waren, hadden zich collectief vergist.

In 1993, na vijf jaar in een dodencel te hebben doorgebracht, werd John Demjanjuk in Jeruzalem vrijgesproken van de aanklacht dat hij de kampbeul Ivan de Verschrikkelijke in Treblinka was geweest. Het vonnis van het Israëlisch Hooggerechtshof was met pijn tot stand gekomen. Er waren immers duidelijke aanwijzingen dat Demjanjuk tenminste als bewaker in Sobibor had gediend, dat stond op de identiteitskaart vermeld. Maar Israël wilde hem, na die grote juridische misser, niet voor een tweede maal berechten - ook al omdat de echtheid van de bewuste kaart door sommigen in twijfel werd getrokken.

Dat tweede proces, dat namen uiteindelijk de Duitsers van hen over.

Demjanjuk keerde in 1993 terug naar de Verenigde Staten, weliswaar een vrij man, maar toch ook gebrandmerkt. Gebrandmerkt door Sobibor. De Amerikaanse autoriteiten deden in een tweede denaturalisatie-poging opnieuw onderzoek, vooral ook naar de echtheid van de identiteitskaart, en in 2002 besliste een rechter dat de kaart echt was en dat Demjanjuk diende te worden uitgezet. Demjanjuk vocht de zaak opnieuw aan, maar in 2008 werd zijn laatste beroep door het Supreme Court verworpen. In mei 2009 kon hij aan Duitsland worden uitgeleverd, waar hij werd aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan moord in bijna 28.000 gevallen - een aanklacht die alleen mogelijk was omdat de transportlijsten van Westerbork, met de namen van de slachtoffers, bewaard gebleven waren.

Het verloop van dat proces, dat achttien maanden duren zou, is in Trouw uitvoerig beschreven. In mei vorig jaar sprak de rechter vonnis: Demjanjuk werd, op basis van een handvol papieren bewijzen en verklaringen, schuldig bevonden en veroordeeld tot vijf jaar cel. Maar tegelijkertijd liet de rechter, hangende hoger beroep, de bejaarde man vrij, in een gebaar van menselijkheid.

Het proces was een documentenproces geweest, maar het kreeg door de aanwezigheid van een aantal medeaanklagers - nabestaanden van de slachtoffers, maar ook nog enkele overlevenden - een diepere dimensie. Groot was onder hen de teleurstelling dat de verdachte zelf niets over die bewuste periode wilde verklaren, hij zweeg achttien maanden lang, nog immer niet in staat om de waarheid te spreken. In zekere zin was Demjanjuk voor de nabestaanden een laatste spoor naar dat vernietigingskamp, dat nog in de oorlogsjaren door de Duitsers was uitgewist.

De kleine handlanger. Aan hem hingen decennia van gerechtsvervolging en talloze officieren van justitie, duizenden pagina's aan stukken en dossiers: in Rusland, in de Verenigde Staten, in Israël, in Duitsland, maar ook in andere landen die hem ooit hadden willen vervolgen, zoals Polen en Italië en recentelijk ook nog Spanje. Iets aan hem, zijn weerbarstigheid, zijn koppige ontkennen, zijn zwijgen misschien vooral, maakte de jachtlust in de anderen los.

Vrijgelaten, na het laatste vonnis, zette hij voor het oog van de wereldpers even zijn pet af en liet zich in de ogen kijken. Zijn blik leek te zeggen dat hij ongebroken was, het was een blik die het schijnwerperlicht van de geschiedenis trotseerde. Had hij met diezelfde blik zijn rechters maar in de ogen gekeken, en die nabestaanden. En had hij maar gesproken.

Zijn advocaat rolde hem door de achteruitgang naar buiten, de man zonder staat en zonder paspoort. In zekere zin was hem zijn identiteit ontnomen.

Hij zal in Duitsland, en op Duitse kosten, begraven worden.

Zonder een pas kan ook een dode niet reizen.

"Ook al is het een misdadiger, je moet enig begrip tonen"
"Kun je blij zijn als iemand sterft, ook al is het je vijand?", vraagt Jules Schelvis (91) zich af. Hij verloor zijn vrouw in Sobibor, maar overleefde zelf als één van de weinige Nederlanders het vernietigskamp. In het proces tegen Demjanjuk was hij één van de mede-aanklagers. Hij is vooral blij dat hij 'die vertoning' niet opnieuw hoeft mee te maken. Het is goed dat het recht zijn loop heeft gehad, vindt hij. Maar op zijn leeftijd weer al die uren in de rechtszaal, liever niet. Die kans bestond, want de advocaat van Demjanjuk had beroep aangetekend tegen de opgelegde vijf jaar cel. Dat Demjanjuk zijn beroep in vrijheid kon afwachten, was een idee van Schelvis. Hij had de rechters erom gevraagd en verwezen naar zijn humanistische opvoeding. "Ik weet hoe het is om oud te zijn en kwaaltjes te hebben. Ook al is het een misdadiger, je moet enig begrip tonen." Het boek Demjanjuk is voor Schelvis nu dicht, maar dat van Sobibor niet. Hij blijft lezingen geven, "de laatste bezigheid in mijn lange leven." Schelvis hoopt dat zijn oude vijand met 'stille trom' begraven wordt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden