Racisme bestaat niet alleen uit het gooien van brandbommen

De auteur is stafmedewerker bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding.

OLAF STOMP

In een aantal media valt de trend waar te nemen dat men zich steeds kritischer over de zin van dit soort acties uitlaat. Onder andere HP/De Tijd en het tv-programma Met Witteman besteedden aandacht aan de vraag: wordt de vreemdelingenhaat in Nederland niet overdreven? Zien we geen spoken? Het verwijt lijkt te zijn dat het aantal anti-racismeacties in Nederland omgekeerd evenredig is aan de omvang van het verschijnsel.

Het valt te betreuren dat de aandacht voor de problematiek zich verlegt van de vraag: hoe bestrijd je racisme en discriminatie naar de vraag: bestaat het verschijnsel hier wel en is het allemaal wel zo erg?

Sinds jaar en dag laten onderzoeken op diverse maatschappelijke terreinen zien dat in Nederland sprake is van rassendiscriminatie. Zo is de werkloosheid onder allochtone groepen bijvoorbeeld (nog steeds) aanzienlijk hoger dan die onder de autochtone beroepsbevolking. Een geringere opleiding en onvoldoende kennis van de Nederlandse taal verklaren dat hoge percentage slechts gedeeltelijk. Discriminatie blijkt een belangrijke verklarende factor. Deze discriminatie kan op verschillende manieren plaatshebben. Bewust, onbewust, direct en indirect.

Toetssteen

Racisme bestaat in Nederland, maar niet in die mate als in Duitsland en Belgie, wordt wel gezegd. Maar wat is de toetssteen die de mate van het probleem bepaalt? Het aantal brandbommen dat per jaar woningen van allochtonen wordt binnengegooid? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat met name het racistisch geweld als graadmeter wordt gebruikt. Als dat zo is, dan kun je stellen dat we in Nederland beter af zijn dan in de landen om ons heen, althans voorlopig.

We moeten ons echter niet blindstaren op deze gewelddadige incidenten. De problematiek van racisme strekt zich verder uit dan deze incidenten en de vaak gehanteerde voorbeelden van het verbale geweld van voetbalsupporters in de stadions.

Het is voor de helderheid van de discussie zinvol nader in te gaan op de begrippen racisme en rassendiscriminatie. Racisme kan in algemene termen worden omschreven als het gedachtengoed dat uitgaat van de idee dat de ene etnische groep superieur is aan de andere. Rassendiscriminatie is de handeling die tot gevolg heeft dat iemand op basis van die kenmerken wordt achtergesteld. En zoals hierboven al aangegeven: discriminatie kan ook onbewust en indirect plaatsvinden en hoeft niet altijd met een racistisch motief te gebeuren. Het effect voor het slachtoffer is in alle gevallen identiek: achterstelling.

Die achterstelling brengt allochtonen in de Nederlandse samenleving in een niet benijdenswaardige positie. De marginale positie waarin velen van hen verkeren, leidt vervolgens tot stigmatisering en de vorming van vooroordelen. Daarvan maken extreem-rechtse groepen gretig gebruik. Racistisch geweld, zou je kunnen zeggen, vormt het einde van de schaal, die begint met verschillende vormen van achterstelling.

Wie racisme en rassendiscriminatie effectief wil bestrijden, zal aan het begin van die schaal moeten starten. Door daadkrachtig op te treden tegen iedere vorm van rassendiscriminatie binnen de maatschappij. Die weg is veel langer dan die van de Dam naar het Museumplein, maar de moeite van het inslaan waard.

Politici

Vertegenwoordigers van maatschappelijke en politieke organisaties zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen om te voorkomen dat we in een neerwaartse spiraal terechtkomen.

Politici moeten zich onthouden van uitspraken die minderheden in een kwaad daglicht stellen. Het meest recente voorbeeld is de VVD'er Bolkestein die met een pleidooi voor een quota-regeling voor binnenkomende migranten compleet voorbijgaat aan de feitelijke situatie. Die is dat migranten slechts onder strikte condities Nederland binnenkomen.

Het is echter niet correct de zwarte piet alleen bij Bolkestein neer te leggen. PvdA-politici wekten eind vorig jaar de suggestie dat er een verband bestaat tussen het illegalenprobleem en de toeneming van criminaliteit in Nederland. Politici hebben als zogenaamde opinion leaders verantwoordelijkheid voor het effect van hun uitspraken op de beeldvorming over bepaalde groepen. Hun uitspraken zullen ze bovendien altijd moeten baseren op feiten.

Wetgeving

Politici zullen zich ook moeten inzetten voor effectieve wetgeving die de arbeidsmarktpositie van allochtonen verbetert (de wet bevordering arbeidsdeelname allochtonen). Ook werkgevers, werknemersorganisaties en branche-organisaties dienen zich in de praktijk in te zetten tegen rassendiscriminatie. Bijvoorbeeld aan de hand van bedrijfs- of branche-specifieke antidiscriminatiecodes. Deze codes vormen een op de praktijk toegespitste uitwerking van het non-discriminatiebeginsel uit de Grondwet.

Wie meeloopt in de demonstratie 'Nederland bekent kleur' maar tegelijk bijdraagt aan een onjuiste, negatieve beeldvorming over minderheden, zet zijn geloofwaardigheid op het spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden