Column

Race om het Torentje is bron van ellende

Het torentje (L) en gebouwen aan het Binnenhof.Beeld ANP

Van Agt noemde het in zijn tijd nog 'een schiereiland van creatieve rust', in onze dagen geldt het Torentje als de zetel van de politieke macht in Nederland. Het zegt genoeg dat de lijsttrekkers van de zeven grootste partijen zich hebben aangemeld voor de sleutel. Daardoor werken zij mee aan een groot misverstand met ongunstige gevolgen.

Het misverstand is dat de verkiezingen op 15 maart premiersverkiezingen zijn en dus om de macht gaan. In werkelijkheid is de tegenmacht de inzet, de samenstelling van een nieuw parlement dat straks namens het volk de regering moet controleren. Dat de politieke werkelijkheid een andere suggestie oproept, danken we aan de linkse partijen die veertig jaar geleden met een zogeheten meerderheidsstrategie de verkiezingen ingingen.

Zij wilden het landschap verdelen in een progressief (links) en conservatief (rechts) blok en aldus het driestromenland met het CDA als bepalende partij in het midden doorbreken. Bij zo'n tweeblokkenstelsel past strijd om één stoel, die van de premier of, zoals in de VS, de president. Eigenlijk werkt het andersom: als het om één stoel gaat, werkt dat een tweepartijenstelsel in de hand. De Amerikaanse geschiedenis heeft dat laten zien. Hoewel niet verhoopt door de stichters ontstonden binnen de kortste keren twee rivaliserende partijen.

Links hoopte op dat effect, maar door haar te geringe getal is de meerderheidsstrategie een- en andermaal mislukt. Het CDA paste haar in 1986 wel succesvol toe in de campagne 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken'. In onze politieke geschiedenis heeft links vaak de instrumenten aangedragen waarmee rechts aan de haal ging - het referendum is een recent voorbeeld. Nu rechtse populisten dat als breekijzer gebruiken, hebben PvdA, GroenLinks en D66 hun handen er meer of minder vanaf getrokken.

Koekje van eigen deeg

Deze partijen moeten nu ook met lede ogen toezien hoe het lucratieve overblijfsel van de meerderheidsstrategie, de stemmen aanzuigende nek-aan-nekrace om het Torentje, in handen van rechts is gekomen. Rutte en Wilders gaan uitmaken wie de grootste wordt. Rutte mikt daarbij zowel op stemmen van PVV-sympathisanten door de PVV als irrelevant voor de macht neer te zetten, als op stemmen van links en uit het midden door de PVV als onbetrouwbaar en bedreigend voor de rechtsstaat af te schilderen.

Dat maakt het begrijpelijk waarom de concurrerende lijstaanvoerders twijfel zaaien over zijn uitspraak dat de kans dat de VVD met de PVV een coalitie zal vormen 0,0 is. Zij moeten wel, om van de tweestrijd zo min mogelijk schade te ondervinden. Voor PvdA en CDA, die de anomalie in ons meerpartijenstelsel zo vaak hebben toegepast, is de tweestrijd Rutte-Wilders welbeschouwd een wrang koekje van eigen deeg.

De meester

Waarom is die race om het Torentje nu zo misleidend? Ten eerste is de macht van een premier in ons bestel beperkt. Rutte zelf zei het afgelopen najaar in zijn Thorbeckelezing dat hij als minister-president niet beschikt over 'harde macht'. In een bestel dat 'allergisch is voor te grote machtsconcentratie' is de kunst van zijn functie dadendrang met pragmatisme te verenigen. Daarbij heb je volgens hem overtuigingskracht, volharding en souplesse nodig. Harde macht helpt niet of averechts.

Rutte heeft laten zien die kunst meester te zijn en is na zes jaar uitgegroeid tot een staatsman naar Hollands formaat. Maar hij heeft ook het nadeel ondervonden van zijn tweestrijd met PvdA-aanvoerder Samsom in 2012, de indruk bij de kiezers dat de politiek onwaarachtig is: eerst elkaar op leven en dood bestrijden en dan samen regeren na een gretig gesloten pact boven de gado gado van restaurant Soeboer. De race is dus niet alleen misleidend, maar tast ook de geloofwaardigheid van de politiek aan.

Schoonheid van het compromis

Een derde ongunstig gevolg is dat vruchtbare samenwerking uiterst moeilijk kan worden, zoals Balkenende (CDA) en Bos (PvdA) lieten zien, toen zij na een heftige strijd in de campagne van 2006 tot elkaar werden veroordeeld. Zij bleven beiden partijman in het kabinet. Rutte en Samsom werden door hun onnatuurlijke samenwerking gedwongen boven hun partijbelang te staan.

Daardoor en door de minderheidspositie in de Eerste Kamer kon Rutte terugkeren naar het leiderschap dat bij ons coalitiestelsel past: dat van de 'middelende premier', een term van de politicoloog Hans Daalder. Staatkundig is er dus winst geboekt in de afgelopen regeerperiode, politiek is er verlies geleden - vraag het aan Samsom, die met de 'schoonheid van het compromis' niet de ontgoocheling kon wegnemen over het politieke bedrog dat hij en Rutte omwille van de regeerbaarheid van het land pleegden.

Het gevecht om het Torentje drijft in ons bestel een wig tussen de machtsstrijd en de machtsvorming en, erger, tussen politiek en kiezers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden