Raboploeg laat zich piepelen

De kleur oranje overheerst dezer dagen het straatbeeld, behalve dan op het NK wielrennen. De Raboploeg liet zich gisteren het kaas van het brood eten door Niki Terpstra, prof bij het Duitse Milram. Met zijn putsch komt een einde aan vier jaar hegemonie van de bankploeg bij de nationale titelstrijd.

Het gejuich dat de Milramrenner ten deel viel boven aan de finishstreep op de Adsteeg in Beek, sprak boekdelen. Het was luid en klonk tot ver beneden in het dal waar de Limburgse gemeente is opgetrokken. Het was luider dan de laatste jaren te horen viel op een NK. Het publiek snakte hoorbaar naar een andere coureur dan de mannen in het oranje. „Er waren velen erg blij dat Rabobank eindelijk werd geklopt,” zei Terpstra die de luidruchtige jubel niet was ontgaan. „Supercool.”

Het keurkorps van Erik Dekker had de numerieke overmacht de afgelopen edities op overtuigende wijze weten uit te buiten. De laatste niet-Raborenner die zich met de nationale driekleur mocht tooien was Leon van Bon, in 2005 in dienst van het Belgische Davitamon-Lotto. Nadien was het NK een prooi voor Michael Boogerd (2006), Koos Moerenhout (2007 en vorig jaar) en in 2008 Lars Boom, allen in dienst van de grootste Nederlandse ploeg toen zij hun nationale titel pakten.

Alles wees ook dit NK op een herhaling van het scenario. De ploeg stond met zeventien renners aan de start, inclusief veldrijder Gerben de Knecht. De andere grote blokken, Skil-Shimano en Vacansoleil konden daar maar een beperkte afvaardiging tegenoverstellen. Milram telde slechts drie renners: Servais Knaven, Wim Stroetinga en Terpstra. De kaarten leken op voorhand al geschud.

Terpstra was er een aantal jaren geleden al eens dichtbij. In Ootmarsum was het Boom die destijds de zegereeks van de oranjebrigade continueerde. „Ik keek soms naar de trui van ploeggenoot Servais Knaven (kampioen in 1995, red.) en dacht: die rood-wit-blauwe mouwtjes aan mijn trui wil ik ook.” Maar de Raboploeg had zijn droom telkens weten te smoren. Tot gisteren.

Terpstra hield dit keer stand, tot zijn eigen stomme verbazing. Want het spel dat zich in de laatste ronde ontvouwde, voorspelde een weinig opbeurend einde voor de 26-jarige Beverwijker. Hij reed samen met Pieter Weening vooruit maar wist dat Boom en Moerenhout vanuit de achtergrond snel naderden. Omringd door drie Rabocoureurs zou hij geen enkele schijn van kans maken, wist hij. Rabobank leek de overwinning op zak te hebben, maar misrekende zich op de verbetenheid van Terpstra. En het simpele gegeven dat de oranjemannen veel van hun kruit hadden verschoten bij hun traditionele regierol. Moerenhout, uittredend kampioen, offerde zich op voor Boom. De jonge Brabander kon het gat op de koplopers net niet dichten. „Ik ontplofte op het laatste stuk”, klonk het kortaf uit zijn mond. In de sprint bleek Terpstra over meer taaiheid te beschikken dan Weening.

De Fries, die zich de hele dag nadrukkelijk aan de kop van het peloton had gemeld, keek zuur na afloop. Weening hoorde vorige week dat hij niet als vervanger voor de geblesseerde Laurens ten Dam wordt opgeroepen voor de Tour. Hij reed geprikkeld rond op het NK-parcours, bekende hij. „Maar ik heb mij er inmiddels bij neergelegd dat ik niet ga.” Moerenhout ging wat dat betreft Weening voor. De renner die weinig wint hoorde vorig jaar dat hij niet was opgenomen in de ploeg voor de Tour en werd prompt kampioen in Landgraaf.

Dit jaar staat er dus weer een rood-wit-blauwe trui in de Ronde van Frankrijk aan het vertrek, zei Terpstra opgetogen. „Ik heb 'm. Ik ben zo trots op mezelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden