’Rabobank liet Mentsjov in de steek’

Sebastian Langeveld stelde zich meer voor van zijn eerste deelname aan de Tour de France. Het talent van Rabobank vindt dat de ploeg Denis Mentsjov beter had moeten steunen.

Met gemengde gevoelens kijkt Sebastian Langeveld terug op de Tour de France, waarin Rabobank met Denis Mentsjov tevergeefs een gooi deed naar de gele trui. De 23-jarige renner uit Lisse nam voor lief, dat hij zelf niet in een goede vorm verkeerde. Zwoegen om de Russische kopman tijdens vlakke ritten uit de wind te houden, vond hij een eervolle taak. Tot zijn ergernis toonden niet al zijn ploeggenoten zich even onzelfzuchtig. „Als ploeg hadden we Denis beter moeten helpen.”

Langeveld oogt onaangedaan als hij nakaart over de Ronde van Frankrijk. Onderuit gezakt zit hij in het zonnetje op een grasveldje op een meter of twintig van de camper van Rabobank. Wie van een afstandje kijkt, denkt een tevreden coureur te ontwaren. Met een flauwe grijns op gezicht uit hij zijn frustraties over de laatste drieënhalve week koersen. „Denis was goed genoeg om de Tour te winnen”, begint hij. „Dat hij in de afdaling van Cime de la Bonette-Restefond tijd verliest moet hij zichzelf aanrekenen. Zijn val op Prato Nevoso? Dat kan. Maar in de derde etappe had hij voorin het peloton moeten zitten. Dat moet de groep zich aanrekenen.”

Voor zijn gevoel heeft Langeveld zijn kopman niet laten zien in de vlakke rit van Saint-Malo naar Nantes. „Ik ben het soort renner dat in de eerste tijdrit bewust niet vol gas gaf. In mijn achterhoofd zat de wetenschap dat we een dag later misschien op kop moesten rijden voor de gele trui. In die derde rit gingen sommige renners iets te veel voor hun eigen kansen. Onmogelijk, met een kopman als Mentsjov.”

Langeveld schildert de situatie. „Toen we het bewuste punt bereikten – een bocht waar de wind draaide en het peloton uiteen sloeg – zat ik bij Oscar Freire. Zoals afgesproken. Ik hoorde via mijn oortje dat Denis dringend hulp nodig had en liet me direct terugzakken. Toen ik arriveerde, zag ik alleen Koos Moerenhout en Laurens ten Dam achter hem zitten. Hoe kan dat? Als je weet dat hij niet goed kan ‘wringen’. Met zes man om hem heen, had hij nooit 37 seconden verspeeld.”

Na het uitspreken van de laatste zin houdt Langeveld even in. Zijn grijns verandert in een grimlach als hij terugdenkt aan de bergritten. In de Pyreneeën heeft een enkeling volgens hem zijn hand overspeeld. „Bij CSC zie je renners als O’Grady, Arvesen en Sorensen bewust ‘in de bus’ zitten. Daar spaarden ze zich heel duidelijk voor de Alpen, omdat ze dan voor het geel wilden rijden. Dat had bij ons ook het geval geweest kunnen zijn. Alleen zouden wij dan niet voldoende verse jongens hebben gehad, omdat ze (hij doelt op Laurens ten Dam, red.) in de Pyreneeën te veel van zichzelf hebben gegeven. Die fout is niet boven water gekomen, omdat Rabobank niet op kop hoefde te rijden.”

Langeveld raakt op dreef en diept nog een voorbeeld uit zijn geheugen op. „Als ploeg ga je voor het hoogst haalbare, de gele trui. Hoe kan het dan zijn, dat Denis op Prato Nevoso – de eerste Alpenrit – een geloste ploeggenoot (Ten Dam, red.) moet inhalen? Ga dan direct in de bus zitten. Doe je werk tot aan de voet van de klim en zak dan terug. In de toekomst moet dat anders. Maar goed, voor een wielrenner is het in principe geen slechte eigenschap om af en toe aan jezelf te denken.”

Tevreden met zijn individuele prestaties is Langeveld evenmin. Hij baalt ervan in Frankrijk door vormgebrek niet het beste uit zichzelf te hebben kunnen tonen. De komende maanden moeten uitwijzen of hij nóg een Tour de France wil rijden. „Mooi om mee te maken, hoor, maar voor mij zijn eendaagse koersen nu eenmaal belangrijker. Als ik hier hinder van ondervindt in de periode rond het WK, trek ik mijn conclusies. Dan rijd ik volgend jaar wellicht de Vuelta in plaats van de Tour. Maar ja, volgend seizoen rijden we met Robert Gesink en een frisse Thomas Dekker.”

De perikelen rondom de geknakte renner houden hem naar eigen zeggen niet bezig. Een mening heeft hij wel. „Thomas in goeden doen, had hier mooie dingen kunnen laten zien. Zoals Andy Schleck. Of beter. Hoe het met hem is, weet ik niet. Ik heb de laatste tijd geen contact met hem gehad. Zo close zijn we niet. En ik heb genoeg sores aan mijn hoofd. Het is misschien heel hard om te zeggen, maar hij moet zichzelf herpakken. Als kopman van een grote wielerploeg moet je over de klasse beschikken om dat zelf te doen. In het najaar moet hij alle critici de mond snoeren.”

Langeveld vindt niet, dat Dekker medelijden verdient. „Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Als hij hulp wil, moet hij dat zelf aangeven. Ik moet voorzichtig zijn met wat ik zeg, maar de ploeg hoeft niet altijd contact met hem op te nemen. Dat kan ook andersom. Als hij iets nodig heeft, wordt er heus wel actie ondernomen door de ploeg. Wel zou ik het jammer vinden, als Rabobank hem aan zijn lot overlaat. Als je helemaal op jezelf bent aangewezen, is het best fijn als iemand zich om je bekommert. Dat hij niet met zijn rennerregisseur (Erik Dekker, red.) kan opschieten, hoeft geen issue te zijn. Dan moet hij een ander kiezen. In goed overleg moet dat kunnen. De ploeg is er tenslotte om Thomas harder te laten fietsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden