Review

Rabbijn van de Kamp onbillijk tegen christenen

Als de mezoeze maar goed zit . . . Een briefwisseling tussen rabbijn Lody B. van de Kamp en Dick Houwaart. Kok, Kampen 1994; 256 blz., ¿ 37,50.

De dag kwam, waarop Houwaart 'dominee' gemaakt zou worden. Hij was bang dat de andere jongens zouden zien dat hij besneden was en vocht voor zijn leven. Zijn bril ging eraan, zijn kleren werden gescheurd, maar hij redde het: hij werd geen 'dominee' gemaakt. Zoiets is voor een kind een diep ingrijpende ervaring. Het ergste dat een christelijk jongetje in die jaren kon overkomen, was: gehoond worden omdat je 's zondags “niet naar het voetballen mocht gaan kijken”. Dat was (ik spreek uit ervaring) wel uit te houden.

Er is nog een andere reden waarom een niet-jood, die de briefwisseling tussen Van de Kamp en Houwaart leest, merkt dat hij buitenstaander is, en die reden weegt veel zwaarder. Van beiden is het grootste deel van de familie tijdens de bezetting door Hitler vermoord. Wat dat betekent, is voor een buitenstaander niet aan te voelen, en nu hebben Van de Kamp en Houwaart elkaar brieven geschreven en die gepubliceerd omdat ze willen dat de joodse gemeenschap in ons land overleeft.

Onbillijk

Maar christenen die deze brieven lezen kunnen zich geen buitenstaander blijven voelen: ze krijgen op ongeveer iedere derde bladzijde klappen te incasseren. Dat christenen joden hebben vervolgd en meestal passief hebben toegekeken wanneer de joden in het nauw gedreven werden, behoeft geen betoog. Maar in de beoordeling van het christendom gaat met name Van de Kamp de perken van de rede en de billijkheid te buiten. Hij doet namelijk alsof Hitlers poging het Europese jodendom te vernietigen van christelijke oorsprong is. Hij schrijft bijvoorbeeld over 'de slotfase van tweeduizend jaar christelijke jodenhaat, die uiteindelijk leidde tot de vernietiging van het Europese jodendom'.

Als Auschwitz een produkt van het christendom is, vraag je je wel af, waarom Hitler, als hij dan aan dat christendom zo'n uitstekende bondgenoot had, van plan was na de Tweede Wereldoorlog met de kerken af te rekenen. Tijdens de oorlog vond hij dat, met het oog op vrouwen die bezorgd waren over hun mannen en hun zoons aan het front, niet opportuun. Maar zulke vragen komen bij Van de Kamp en Houwaart niet op: ze zeggen allebei één keer iets aardigs over individuele christenen en voor de rest zijn ze voortdurend ijverig bezig met het christendom de vloer aan te vegen.

Nu gaat het in hun briefwisseling om de toekomst van de joodse gemeenschap in ons land. Daarbij komen het gezag van rabbinale uitspraken, de mogelijkheden van kleine joodse gemeenten in ons land en nog veel andere onderwerpen aan de orde.

Aangrijpend worden deze brieven wanneer Houwaart de rabbijn sommeert antwoord te geven op de vraag waarom God Auschwitz en vele andere misdaden heeft toegelaten. De rabbijn begint met te zwijgen, maar omdat hij dienaar is van de joodse gemeenschap kan hij daarmee niet volstaan. Hij zegt dan, dat altijd gepoogd is de joden te vernietigen, maar dat de nazi's een perfecte techniek hadden om dat te doen, en dat wij door de televisie de mogelijkheid hebben te zien wat er gebeurd is. Verder geeft hij in overweging, dat het joodse volk tijdens de slavernij in Egypte nog niet geleerd had onvoorwaardelijk op de Schepper te vertrouwen. De kruistochten, de inquisitie en zelfs de Tweede Wereldoorlog zouden tot doel hebben het geloofsleven te vervolmaken.

Latrines

Zo kan er in het orthodoxe jodendom gesproken worden, maar Houwaart neemt daar geen ogenblik genoegen mee. De rabbijn komt dan met andere overwegingen, bijvoorbeeld dat het jodendom juist tijdens de vervolgingen zijn enorme geestelijke kracht heeft getoond: rabbijn Dasberg moest in het concentratiekamp Bergen-Belsen de latrines schoonmaken, de kampcommandant vroeg hem honend: “Bent u goed vuil geworden?” en Dasberg antwoordde: “Mijn kleren wel, mijn ziel niet.”

Houwaart neemt ook hier geen genoegen mee en in zijn laatste brief over dit onderwerp schrijft de rabbijn: “Velen van uw generatie zijn volop bezig te zoeken en te vorsen naar het hoe en het waarom. En juist door dit proces van zichzelf geen rust te gunnen, leren zij zichzelf om te gaan met het ongrijpbare van de situatie.” Maar het slot is, dat de rabbijn weer zwijgt over dit onderwerp: “De garantie voor wijsheid is zwijgen . . .”

Je kunt Van de Kamp en Houwaart alleen maar alle goeds toewensen bij de opbouw van een krachtige joodse gemeenschap in ons land. Maar zou deze gemeenschap zichzelf echt tekort doen, als ze tot een billijke beoordeling van het christendom kwam?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden