'Rabbae moet maar eens met bewijs komen'

AMSTERDAM - Het duurt even voordat hij loskomt, maar na een half uur loopt A. D. Boujoufi naar zijn chique bureau en opent een attachekoffertje vol documenten.

FRANK SIDDIQUI

"Wij gaan ook een boek schrijven. Daarin staat welke 'onafhankelijke moskeebestuurders' het Nederlands Centrum Buitenlanders zegt te beschermen tegen ons. Het spijt me, maar een van hen is tweede vicevoorzitter van de Amicales."

Boujoufi, vice-voorzitter van de Unie van Marokkaanse moskee organisaties (Ummon) werd deze week geconfronteerd met zware beschuldigingen. Het NCB noemt de Ummon al langer een verlengstuk van het repressieve bewind van de Marokkaanse koning, de nieuwe Amicales. Maandag presenteerde NCB-directeur Mohammed Rabbae een lijvig dossier, waaruit zou blijken dat Boujoufi zich met Ummonvoorzitter M. S. Echarrouti schuldig maakt aan intimidatiepraktijken. De Ummon is de enige slagvaardige Marokkaanse moskee-organisatie, die zegt 90 van de 115 Marokkaanse moskeeen te verenigen.

De twee Ummon-bestuurders zouden niet alleen eigenhandig dissidente bestuursleden van plaatselijke Ummon-moskeeen uitschrijven. Ummon-leden die zich wilden afsplitsen, zijn volgens het NCB op het Marokkaanse consulaat ontboden, en daar gedwongen zich schriftelijk lid van de Ummon te verklaren. Volgens deze dissidenten heeft Boujoufi hen daar laten weten, persoonlijk toe te zien dat hen in Marokko "de nagels worden uitgetrokken met metalen tangen" , een bekende methode van de Marokkaanse veiligheidspolitie. Omdat de dissidenten hun eigen organisatie toch hebben doorgezet, zouden de dreigtelefoontjes en -brieven nog doorgaan. Vijftien personen worden in het dossier anoniem geciteerd.

Het NCB wil de namen van de slachtoffers alleen vrijgeven aan een onderzoekscommissie van de Nederlandse overheid, als die er komt. Dit is nog maar het topje van de ijsberg, zegt NCB-directeur Mohammed Rabbae. En steevast duikt het onafscheidelijke duo Boujoufi-Echarrouti in de verhalen op.

"Ik voel me niet aangesproken" , zegt Boujoufi in het Ummon-kantoor naast de El Kabir-moskee in Amsterdam. "Ik hoor al vier jaar verhalen dat wij een verlengstuk zijn van de Marokkaanse overheid, van de Amicales. Rabbae moet maar met bewijzen komen."

In het dossier, getiteld 'Naast de amicales nu de Ummon' worden de beschuldigingen op het eerste gezicht overtuigend met documenten en getuigenverklaringen ondersteund?

"In zijn inleiding schrijft Rabbae over de politiek van de Marokkaanse overheid. Als wij voor praktische zaken samenwerken met de Marokkaanse overheid, is dat dan een bewijs, dat wij de nieuwe Amicales zijn? Wij opereren los van welke overheid dan ook. De Ummon krijgt geen cent subsidie; onze kosten worden betaald uit bijdragen van de moskeeen die bij ons zijn aangesloten."

Op 23 juni vorig jaar zou u op het consulaat met drie Marokkanen hebben gesproken, die een onafhankelijke moskee-organisatie wilden oprichten. U zou het verbod op de organisatie hebben ondersteund met krachtige, fysieke dreigementen.

"Ik weet niets van de bijeenkomst op 23 juni. Ik ben daar op 21 juni wel geweest, tijdens de receptie die het consulaat jaarlijks geeft. Het consulaat zou op 28 juni een vergadering voor alle moskeebestuurders hebben belegd, om te voorkomen dat zij zich op diezelfde dag in Driebergen zouden aansluiten bij een nieuwe koepel-organisatie. Die is mij bekend. Er is volgens mij geen enkele moskee bij aangesloten."

Dat is toch begrijpelijk, als mensen die zich willen aansluiten geintimideerd worden?

"Goed, ik kan u vertellen om wie het gaat. Ze zijn gemakkelijk te herkennen, want een van hen zou de Nederlandse nationaliteit hebben. Ik ken deze mensen, want het zijn ex-bestuursleden van Ummon-moskeeen. Hun namen worden geheim gehouden, omdat zij anders door ons aangepakt zouden worden. Maar wij kennen die mensen toch? Wat maakt het dan uit of hun namen zogenaamd 'geheim' zijn? Het zijn de bekende, vage beschuldigingen, die niemand kan onderzoeken."

Zou het kunnen zijn, dat deze mensen nog veel grotere problemen krijgen, als zij hun verhaal tegenover de Nederlandse gemeenschap naar buiten durven brengen?

"Een van de drie bedoelde mensen, Boutahar, is tweede vice-voorzitter van de Amicales. Zijn dit de mensen die het NCB 'onafhankelijke moskeebestuurders' noemt? Is dit misschien de reden, dat het NCB hun namen geheim houdt?"

Koning Hassan heeft begin jaren tachtig zich van de Amicales gedistantieerd, toen hun intimidatiepraktijken niet meer te ontkennen waren. Sinds die tijd moeten door Marokko gestuurde imams kritische geluiden in de moskeeen voorkomen. De Ummon is opgericht in november 1982, op het Marokkaanse consulaat. Daar lijken toch opvallend nauwe banden te bestaan?

"De Ummon bestaat al sinds 1977, onofficieel. Wij werken nauw samen met het consulaat, en ik ontken niet, dat ik daar zelf ook regelmatig kom. Soms moeten er papieren worden opgemaakt voor het tranporteren van een overledene naar Marokko. We hebben op dit moment ook veel overleg over kinderen van gescheiden ouders die willen trouwen. Volgens de islamitische wet moet de vader daarvoor toestemming geven. Het is in het belang van de Marokkanen dat iemand daarin bemiddelt. Dat doet het NCB trouwens ook. Zijn wij nu Amicales, omdat wij contact hebben met het consulaat?"

Een kant

"Ik had het liever niet verteld, maar ik zie me genoodzaakt. Ik ben volgens Rabbae waarschijnlijk lid van Amicales. Sommige mensen die door het NCB worden genoemd, zijn bewezen lid van de Amicales. Het NCB vertelt maar een kant van het verhaal, en dat gaat over de Ummon. Heeft u zich afgevraagd waarom het NCB ons al vier jaar beschuldigt, maar nu pas met zogenaamde bewijzen komt? Mohammed Rabbae leeft twintig jaar terug. Hij heeft veel problemen gehad met de Marokkaanse overheid, en hij ziet niet dat de tijden zijn veranderd. Zijn instituut, het NCB, heeft nauwelijks binding met de gewone Marokkanen. De Ummon wel, en dat is bedreigend voor het NCB. Nu zeggen ze dat wij de integratie belemmeren."

In het boek wordt vermeld, dat imam Omar Boujirar van de Amsterdamse El Kabir-moskee, het boegbeeld van de Ummon, toespraken houdt waarin hij waarschuwt tegen vieze joden en homoseksuelen ezels noemt.

"De Grote moskee is niet de Ummon, zoals het NCB beweert. Wij hebben het gehoord, en hebben onze afschuw schriftelijk verklaard. Die man is verkeerd bezig. Er wordt een vervanger gezocht. Ik geef toe dat wij nog heel wat werk te verzetten hebben." (Het interview vond plaats voor de massale vechtpartijen over deze kwestie in de El Kabirmoskee, zie elders in deze krant, red.)

U gaat nog steeds niet in op de vele gedetailleerde getuigenissen in het dossier over ernstige intimidatie, die tot in dit jaar hebben plaatsgevonden. Over moskeebestuurders die in hun vakantie uit het bestuur uitgeschreven worden, over dissidenten die worden opgewacht door mannen met stokken.

"Ik zal u dit zeggen. Ook wij willen een onderzoek door de Nederlandse overheid, want dit kan zo niet langer doorgaan. Het is voor ons moeilijk ons te verdedigen, want als het NCB iets zegt, gelooft men het. Over islamitische organisaties willen Nederlandse media alleen maar negatieve berichten horen. Wij zijn in februari een bodemprocedure gestart om alle beschuldigingen te onderzoeken. Volgende week zullen wij in een kort geding eisen, dat het NCB ophoudt beschuldigingen te uiten die niemand kan onderzoeken."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden