Rabarber

In de serie De groentetuin volgen we de tegenslagen en bescheiden succesjes van moestuinbeginneling Alma Huisken. Aflevering 7.

Mijn held is terug. Rabarber, de woeste groeier die de Wolga overstak naar onze streken, tiert weer welig. De plant beminde ik altijd al om zijn rinse smaak. Maar nu steelt rabarber ook mijn tuinderhart: je hoeft er geen klap aan te doen.

De Russische schrijver Maxim Gorki schetste ooit een portret van Anton Tsjechov, voor wie hij grote bewondering koesterde. Hij bezocht Anton Pavlovitsj, zoals hij hem aansprak, op zijn bescheiden buitenverblijf aan de zuidkust van de Krim en werd er door de arts-auteur rondgeleid. Gorki noteerde deze mijmering: 'Als ik veel geld had', aldus Tsjechov, 'zou ik hier een sanatorium voor zieke dorpsonderwijzers neerzetten. U weet wel, zo'n mooi licht gebouw met van die grote ramen en hoge plafonds. Er zou dan een prachtige bibliotheek moeten komen, allerlei soorten muziekinstrumenten, een bijenstal, een moestuin en een boomgaard.'

Een bibliotheek of muzieklokaal ontberen we gek genoeg op ons complex, maar aan moestuinen geen gebrek, noch aan een heuse boomgaard, hoewel mini. 'We' hebben zelfs een bijenkast en menig onderwijzer -ofschoon niet ziek maar moe van school of vuttend- ervaart zijn vlakke lapje grond als ware het heilzaam Davos.

En zij niet alleen. Knielend achterin mijn tuin laaf ik me aan de teruggekeerde rabarber en vergeet alles om me heen. Kijk hem eens een lekkere warboel schoppen; overal steken glanzende bolletjes omhoog waaruit samengeperst blad zich hoorbaar ontvouwt -eerst paars van tint, maar dan al snel donkergroen en weelderig. De stelen lijken op flamingostelten, of op een bos neergesmeten kleurpotloden, van roze tot scharlaken. Die tint is erin veredeld (de eerste rabarbersoorten waren groen met een streepje rood) en werd het kenmerk van de plant. Zelfs nu al, zo vroeg in de lente, schettert de kleur je opgewekt tegemoet.

Een mysterieuze plant is het, die uit Mongolië of Tibet stamt en zich het prettigst voelt in koele streken. Vroeger veel medicinaal gebruikt (de wortels werken sterk laxerend) ontdekten de Fransen als eersten hoe lekker de stelen smaakten. De Engelsen forceren de plant graag onder cloches, maar veel liever dan die voorgetrokken bosjes zie ik rabarber zijn wilde gang gaan in de tuin. Krachtig en zelfredzaam, wel tien jaar lang op één plek.

Langer erholen bij de rabarber kan helaas niet. Twee weken afwezigheid en de brandnetels netwerken reeds de halve tuin door. Met pollen straatgras, rozetten paardebloemen en volle toeven vergeet-me-nieten lijkt het hier meer op een onbespoten weiland dan op een fatsoenlijke volkstuin. Tot overmaat van ramp zie ik oprukkend kleefkruid; de stiekeme wurger, die elke plant in een plakkerige houdgreep neemt. Vorig jaar liet het kleefkruid al hoge bloemenbossen in slowmotion neerzijgen en nu is ie er warempel alweer. Wat een onbegonnen werk.

Een georganiseerde collega die ik dikwijls prijs om de rechte bedden en algehele opgeruimde ambiance op haar land, bekende dat ze de tuin tot halverwege juli in bedwang wist te houden, maar dat hij dan een geweldige loop met haar nam. Tot juli!!! Waar mag ik tekenen?! Mismoedig overweeg ik een opname in Tsjechovs sanatorium. Of zal ik enkele perken gewoon eens ongebreideld laten verwilderen? Er nog een schepje bovenop doen en ze lukraak bestrooien met zaad van wilde bloemenmengsels?

Ik worstel hevig maar kom boven. Een Engelse tuinarchitecte merkte eens op nooit te vergeten dat je voor je plezier tuiniert. Besef, zei ze, dat de normatieve druk van andermans ordelijkheid je lol alleen maar vergalt. Wijze woorden. Alweer welgemutst grijp ik hark en schoffel. De vergeet-me-nieten herplant ik tot een aaneensluitend vak -een bleekblauwe zee in een groene delta- en start de opruiming. Soms is moestuinieren alleen maar wieden.

Later keer ik terug naar de rabarber, die alweer gegroeid lijkt. Dorstig breek ik een sappig steeltje af en steek het in mijn mond. Verrukkelijk, de smaak doet de soortnaam eer aan: Champagne. En dat in een sanatorium!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden