Raak Teheran waar het pijn doet

Irwin Cotler tijdens een persconferentie in Jeruzalem in december 2009. (AP)

Professor Cotler is de indiener van de 'Iran Accountibility Act' in Canada. Hij roept daarmee op tot zware sancties tegen het Mullah regime. Cotler waarschuwt dat het Iraanse regime aanzet tot genocide. Het is aan de wereld om dat te voorkomen, nu het nog kan.

Voorafgaand aan de verkiezingen in juni waren er mensen – waaronder columinst Roger Cohen van de New York Times – die Iran prezen om “zijn oude traditie van een representatieve regering” en voorspelden dat de verkiezingen in Iran ”een uitgelezen kans om de lage democratische standaard in de regio te verhogen” zouden zijn. Na de harde repressie na de verkiezingen door de Iraanse regering uit de eerste hand te hebben waargenomen, was Cohen gedwongen om het tegendeel te bekennen: “Ik vergiste me door de brutaliteit en het cynisme van het Iraanse regime te onderschatten.”

De les die we hieruit kunnen trekken, is dat degenen die de immuniteit van de Iraanse regering willen respecteren en die de aantasting van de mensenrechten consequent relativeren, de Iraniërs allerminst helpen. Integendeel, ze spelen hun onderdrukkers in de kaart.

Het is zoals Payam Akhavan, hoogleraar in de rechten aan de Mc Gill Universiteit van Montreal het omschrijft: “De gemiddelde Iraniër ontwaakt ’s morgens niet fantaserend over de nucleaire macht van Iran of het van de kaart vegen van Israël. Dat zijn maar voorspiegelingen van president Ahmadinejad. Hij heeft dit volk, dat steeds verder wegzakt in hopeloosheid, sociale achteruitgang en economische malaise, niets anders te bieden dan deze polemiek.”

De wereld geeft Iran al veel te lang het krediet om dit spel te kunnen spelen. Sommigen zegen dat het nog lang niet duidelijk is of Iran wel een nucleair arsenaal heeft, dat het bewijs hiervoor nog verre van rond is, en dat Iran evenveel recht heeft op kernenergie als ieder ander land in de wereld.

Maar al zou het niet helemaal zeker zijn hoever het in Iran staat met het ontwikkelen van nucleaire wapens – overigens zijn er vele experts die een overmaat aan bewijs zien – dan begaat Iran nog altijd vele andere overtredingen die niet kunnen worden ontkend. Daar doen de schendingen van de VN-resoluties over de nucleaire activiteitten van Iran niets aan af.

Zo kan niemand de binnenlandse repressie in Iran ontkennen. De islamitische regering oefent op haar burgers de meest gruwelijke schendingen van de mensenrechten uit. Ook kan niemand heen om de terroristische banden van het land, betrekkingen die de overheid van Iran tot ’s werelds “aantoonbaar grootste sponsor van terrorisme” maken, volgens het meest recente rapport over terrorisme van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken. En wie zou het overweldigende bewijs kunnen ontkennen vanal die gevallen waarin de Iraanse overrheid doelbewust aanzette tot genocide?

Want laten we daar toch niet omheen draaien. In het moderne Iran betitelt de staat Israëliërs en Joden als ‘vuile bacterieën’, ‘een tumor’ en ‘bloeddorstige barbaren’ die hun land oprichtten “om de hele regio voor zichzelf op te eisen”. De Grote Leider, Ali Khamenei, verkondigt: “Er is maar één oplossing voor het probleem van het Midden-Oosten, namelijk het opheffen en vernietigen van de Joodse staat”. En de voormalige president Akbar Hashemi Rafsanjani verklaarde dat “één atoombom op Israël genoeg is om het hele land weg te vagen van de aarde.”

Zoals ik al eerder schreef, de blijvende les van de Holocaust en de volkerenmoorden die daarop volgden is het besef dat deze plaatsvonden niet slechts vanwege de doodsmachinerie die in gang werd gezet, maar ook door een door een staat gevoede haat. Internationale gerechtshoven en ons eigen Canadese Hooggerechtshof erkennen dat de Holocaust niet in de gaskamers begon; hij begon met woorden. Dat is een huiveringwekkend historisch feit.

Aanzetten tot genocide is volgens het internationale recht een misdaad. Het verbod op het aanzetten tot volkerenmoord is al zestig jaar oud en is een internationale misdaad van de hoogste orde. Beschaafde landen die de Conventie tegen Genocide ondertekenden hebben de verantwoordelijkheid om volkerenmoord zowel te voorkomen als te bestraffen, óók het aanzetten daartoe.

Sinds de Conventie tegen Genocide werd ondertekend, is de wereld getuige geweest van tal van schendingen van de conventie. Maar – en dat geeft de urgentie aan – in alle andere gevallen van door de staat aangemoedigde genocide – bijvoorbeeld op de Balkan, in Rwanda en in Darfur – vonden de volkerenmoorden al plaats. Alleen in Iran hebben we nog steeds de kans om genocide te voorkomen.

Irwin Cotler, parlementslid in Montreal, is buitengewoon afgezant op het gebied van internationaal recht en mensenrechten voor de Liberale Partij. Hij is emeriterend hoogleraar in de rechten en voormalig minister van justitie van Canada. Hij spreekt op 10 maart op het CIDI-symposium ‘Een veilig Israël in een vreedzaam Midden-Oosten ’over ‘Het recht op veiligheid in international recht’. Het symposium is live te volgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden